Handhavingsverzoek

Aan:   Dagelijks bestuur van Bestuurscommissie Oost
Betreft: verzoek tot handhaving m.b.t. besluit omtrent gebruik van het parkeerterrein in het Diemerpark

Amsterdam, 15 november 2016

Geacht bestuur,

Het afgelopen voorjaar is in het Diemerpark een parkeerterrein voor auto’s aangelegd. Het doel daarvan was om parkeergelegenheid te bieden aan bezoekende sportteams bij door de KNVB en de KNHB erkende voetbal- en hockeycompetitiewedstrijden.
Dit houdt in dat het parkeerterrein met name op zaterdag en zondag (en incidenteel door de week ’s avonds) gebruikt zou worden.

Sinds enige tijd blijkt het gebruik van het parkeerterrein daar echter niet toe te beperkt te blijven.
Wij constateren dat er sinds het begin van deze maand  structureel op werkdagen gedurende enkele uren in de middag en vroege avond auto’s op het parkeerterrein geparkeerd staan.
Omdat het steeds dezelfde auto’s zijn, vermoeden wij dat het gaat om auto’s van medewerkers van de sportverenigingen die hun thuisbasis in het Diemerpark hebben. Zij hebben ongetwijfeld vergunningen om in verband met laden en lossen van goederen van en naar de clubgebouwen in het park te rijden, maar niet om er structureel te parkeren.

Wij verzoeken u om hier op korte termijn handhavende maatregelen tegen te nemen.

Met vriendelijke groet,
bestuur van vereniging Vrienden van het Diemerpark

Verslag schouw 08-11-2016

Op 8 november 2016 was er een overleg/schouw in het Diemerpark over het beheer van het Diemerpark. Aanwezig waren vertegenwoordigers van de gemeente, uitvoerders van het beheer en Vrienden van het Diemerpark (VvhD).

Van te voren hadden we een paar aandachtspunten op papier gezet, hetgeen ‘de schouw’ op een praktische manier deed verlopen.
Het overleg verliep in een goede sfeer.
Er zijn de volgende zaken besproken en besloten:

Toegang Diemerpark via de Diemerzeedijk

De toegang tot het Diemerpark via de Diemerzeedijk wordt alleen gemarkeerd door rood-witte paaltjes, die zijn bedoeld om het autoverkeer tegen te houden. De paaltjes zijn uitneembaar. Heel regelmatig zijn er paaltjes verwijderd om auto’s door te laten voor beheerders, leveranciers e.d.. Het valt op dat de paaltjes vaak niet worden terug geplaatst, waardoor niet zelden auto’s het park inrijden om bijvoorbeeld naar het sportterrein te gaan. Ook worden de paaltjes soms kapot gereden.
De markering van deze voetgangers- en fietsingang van het park voldoet niet, zeker niet in verkeerstechnische zin. Het lastige is dat dit niet onder het parkbeheer valt maar onder de verkeersdienst: de afdeling Grijs of MORA. VvhD en de afdeling parkbeheer zullen van deze situatie melding maken met een aantal mogelijke oplossingen of verbeteringen:
– asfalt ter plekke rood maken, waardoor het duidelijk is dat het een toegang voor fietsers is,
– een opvallende markering aanbrengen waardoor het duidelijk is dat men het Diemerpark betreedt,
– eventueel een veerooster aanbrengen als extra markering
– een verzinkbare paal aanbrengen, zoals bij de Oeverzeggestraat (eigenlijk is dat sowieso nodig gezien het aantal keren dat de paaltjes verwijderd moeten worden).

De IJsvogelwanden: oost, wortelkluiten en Akkerswade

De vraag is om wat begroeiing te laten staan bij de IJsvogelwanden oost en bij de wortelkluiten. Afgesproken wordt om de begroeiing  pas in september te maaien. Bij de oostelijke wand worden ook nog wat Robiniatakken neergelegd.
Bij de Akkerswade zou het goed zijn om het  riet voor de ijsvogelwand weg te halen in februari. Dat zal worden gedaan. Vrijwilligers van de VvhD en de Vogelwerkgroep zullen tijdens hun controles in voorjaar/zomer het teruggegroeide riet weghalen.

De dam bij de greppel in het oude tracé Jan Beijerpad

Vorig jaar is een stuk van het Jan Beijerpad verlegd. Dat is het voet/fietspad langs de hockeyvelden en het clubgebouw van de hockeyvereniging. Onlangs is de dam met duiker in een greppel in het oude tracé van het pad verwijderd. Bij die werkzaamheden bleken er kabels en leidingen in de grond te zitten. Daarom moest er een smalle dam in de greppel aanwezig blijven. Er is een boomstam op gelegd om fietsers, enz. tegen te houden. Het dreigt toch nog een looproute naar de hockeyvelden te worden. Er zullen Robiniatakken neergelegd worden. De oevers zijn ingezaaid, waardoor de vegetatie in de toekomst de plek voor een deel zal overwoekeren. In de richting van de sportvelden zullen enkele struiken geplant worden, waardoor het zicht op en de doorloop naar de sportvelden verminderd zal worden.

Struiken rond de vennen

De plek bij de vennen wordt bekeken. Om het nestelen van de Blauwborsten zo min mogelijk te laten verstoren door honden wordt afgesproken om bij de oevers op enkele plekken takkenrillen aan te brengen. Wel moet rekening gehouden worden dat het beheer kan blijven plaatsvinden. Aan de overzijde kunnen misschien nog enkele struiken worden geplant.

Vlindertuin

Er is de wens geuit om een Vlindertuin te maken. Er is inmiddels op verschillende plekken een mengsel ingezaaid dat aantrekkelijk is voor vlinders. Ook wordt geconstateerd dat vlinderstruiken inmiddels in het park spontaan opslaan. Het lijkt er op dat deze struiken hier gedijen. Dan is een vlindertuin niet meer nodig. Men houdt het in de gaten.

Minder toegankelijk maken van de paddenpoelen

Bij de paddenpoelen is regelmatig sprake van overlast door mensen en honden. Het is een gewilde doorsteek en verblijfsplek. Dat is eigenlijk niet de bedoeling van de paddenpoelen. De boomstammen bij de toegang onder aan de dijk hebben er voor gezorgd dat motoren, crossfietsen e.d. er niet makkelijk meer door kunnen. Dat probleem is dus praktisch verholpen. Het is nagenoeg onmogelijk om betreding van de plek ten westen van de zandwal te vermijden. Daarom wordt besloten dat de westelijke paddenpoel min of meer wordt ‘opgegeven’ voor natuurdoeleinden en te gedogen dat het een soort natuurspeelplek wordt. De grondwal tussen de paddenpoelen wordt opgehoogd met vrijkomende grond uit andere werkzaamheden. De omgeving van de paddenpoelen achter de wal kan dan extra rustig zijn.
In het bos, net voorbij de speelplek, is een soort dam van takken over de sloot opgeworpen. Het is zichtbaar dat mensen via de dam van takken verder in de bosstrook doordringen. Dat geeft verstoring. Voorgesteld wordt om de dam van takken te verwijderen en de oever van de sloot steiler af te werken met een klein kraantje. Ook zal de sloot verder worden uitgediept, waardoor er water in blijft staan.

Verruiging van de Batterij

161110-batterij-in-de-herfstDe Batterij vormt een bijzondere biotoop. VvhD vraagt of er iets gedaan wordt om verruiging tegen te gaan (opslag van wilgen, els, enz.), die ten koste gaat van het rietveld, dat belangrijke is voor o.a. rietvogels. Er wordt geantwoord dat de Batterij een eigen (vaak hoger) waterpeil heeft t.o.v. het IJmeer. Het bestaat uit twee compartimenten aan beide zijden van de brug. De compartimenten zijn met elkaar verbonden door een sifon die onder de brug is aangelegd. Een overloop zorgt ervoor dat het water in de Batterij bij een te hoog waterpeil in het IJmeer kan wegstromen. Het water is ook van een betere kwaliteit omdat het gebied door regenwater gevoed wordt. Het water staat vaak zo hoog dat opslag van wilg en andere struiken niet plaats vindt. Wanneer er toch enkele struiken opslaan worden die verwijderd.

Tot slot

We hadden nog willen overleggen over het maken van kasten voor torenvalken, slechtvalken en vleermuizen, maar daar komen we een volgende keer op terug.

Verslag Vogelwandeling – 15 mei 2016

Ondanks de lage temperatuur, de buien en de harde wind, was toch iedereen die zich voor de vogelwandeling van 15 mei aangemeld had, vandaag present! Begeleiders waren Annelies de Kleyn en Leen Pauwels.
We wilden de groep tot 10 deelnemers en 2 begeleiders beperken en hebben een paar mensen, die niet meer mee konden, moeten teleurstellen, maar volgend jaar komt er een nieuwe vogelwandeling, beloofd!

Vanaf de brug op het eind van de Diemerparklaan trokken we via de centrale hoogte, waar we een holenduif zagen, naar de Diemerzeedijk, intussen genietend van rietzanger, tjiftjaf, fitis, grasmus en braamsluiper. De fitis zat af en toe mooi in beeld.160515 Vogelwandeling Fitis

Ook bleven twee groenlingen uitgebreid voor ons poseren in de top van een boompje.

160515 Vogelwandeling Groenling

Op de Diemerzeedijk luisterden we onder andere naar kleine karekieten, nachtegalen, zanglijsters, koolmezen, merels, winterkoninkjes en veel zwartkopjes, terwijl Annelies allerlei weetjes over vogelgedrag vertelde.

160515 Vogelwandeling Zwartkop

We zagen een grote bonte specht langs een boomstam omhoog kruipen. Bij de paddenpoelen demonstreerde een grasmus zijn baltsvlucht. Een vink ging langdurig voor ons zingen en liet zich ondertussen goed bekijken. Tussen het groen bespeurden we een roodborstje met voedsel voor zijn jongen in zijn snavel en bij de Vijver herhaalde een rietgors hoog in het riet voortdurend zijn korte liedje.

Bij Akkerswade zagen we een aalscholver en verschillende paartjes kuifeenden, maar waren we vooral benieuwd of de ijsvogels zich zouden laten zien.

160515 Vogelwandeling Kuifeenden vrouw voor man achter

We werden op onze wenken bediend: we waren nog niet lang ter plekke of daar kwam er een aan, laag over het water scherend. Hij nam plaats op de stok voor de broedwand, een visje in de snavel. Vervolgens vloog hij het nestgat in om zijn jongen te voeren. Na enkele seconden kwam hij er weer uit, nam een korte duik in het water om het vuil uit het nest van zijn veren te spoelen en ging even in een struik zitten uitrusten van het harde werk. Intussen was ook de andere ouder aan komen vliegen. Die ging een tijd op een takje boven de wand zitten en gaf ons de kans hem uitgebreid door de telescoop te bekijken.ijsvogel

We vervolgden onze tocht op de dijk, uitkijkend over het grote rietveld, in de hoop daar de snor te horen snorren, maar die liet vandaag verstek gaan. Wel liet een mannetje rietgors zich daar prachtig via de telescoop bewonderen en over het water scheerden sierlijk talloze boerenzwaluwen.

Op de terugweg namen we een kijkje bij een futenkolonie, waar jonge fuutjes in hun streepjespak op de rug van hun ouder vervoerd werden en een meerkoet met jongen naar voedsel zocht tussen het riet.

Gedurende de hele wandeling hoorden we af en toe de roep van de koekoek en even zagen we hem langsvliegen.

Door het enthousiasme van de deelnemers en natuurlijk door al de mooie vogels die we zagen, duurde de excursie een stuk langer dan de geplande anderhalf uur.

Op verzoek van de deelnemers komt er volgend jaar opnieuw een vogelwandeling!

Vergadering commissie RO op 2 september 2015

Transcriptie
Hieronder staat de letterlijke weergave van wat er gezegd is in het onderdeel van de commissievergadering Ruimtelijke Ordening van 02-09-2015 waarin gesproken is over het Diemerpark.

(…)
Voorzitter: …en kom ik met u bij agendapunt 7, de opening van het inhoudelijke gedeelte en dus agendapunt 8: het inspreekhalfuur voor het publiek. Daar heb ik drie insprekers voor die zich gemeld hebben. En die zal ik op volgorde van binnenkomst verzoeken om hier plaats te nemen. U krijgt drie minuten de tijd en ik zal u na twee en een halve minuut waarschuwen.
En ik begin met de heer Lakerveld, die zal spreken over het bestemmingsplan sportterrein Diemerpark.
Dhr. Lakerveld: Geachte commissieleden. De wethouder heeft in uw vergadering van 27 mei en die van de gemeenteraad van 2 juli erkend dat In het besluitvormingsproces van het bestemmingsplan voor het Diemerpark essentiële fouten gemaakt zijn.
Op basis van verkeerde informatie van stadsdeel Oost heeft de TAC een positief advies afgegeven.Daardoor is het college van B&W en de gemeenteraad bij de besluitvorming buitenspel gezet.
Maar dat niet alleen. Ook de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is door de positieve advisering van de TAC op het verkeerde been gezet.
Ons beroep bij de Raad van State is daardoor ten onrechte ongegrond verklaard.
In onze recente mail aan u hebben wij uiting gegeven aan onze gevoelens hierover. [zie http://bit.ly/1EuIhIl – red.]
De wethouder heeft in de commissie gezegd dat als de informatie van het stadsdeel correct was geweest, dat niet geleid zou hebben tot een ander bestemmingsplan. Het zou immers hoe dan ook de bedoeling van de gemeenteraad zijn om in het Diemerpark sportvelden te realiseren.
Wij kregen de indruk dat, ondanks de gevolgde foutieve procedure, hij om die reden de vaststelling van het bestemmingsplan niet óver zou willen doen.
Dit vinden wij zeer onbevredigend.
De meerderheid van de gemeenteraad wilde ongetwijfeld sportvelden in het Diemerpark. Welnu, die velden liggen er nu en zij worden sinds afgelopen weekend, alle zes gebruikt.
Maar of de gemeenteraad ook een parkeerterrein in het park wilde, is een open vraag. De stadsdeelraad was daar met slechts een kleine meerderheid voor. Er bestaan enkele goede alternatieven. In tegenstelling tot de stadsdeelraad hadden argumenten voor een autovrij park de gemeenteraad mogelijk wèl kunnen overtuigen.
En of de gemeenteraad óók vindt dat er ruimte moet zijn voor een fysiotherapiepraktijk en Buitenschoolse Opvang in het Diemerpark, plus nog 300 m2 extra aan ruimte in de clubgebouwen, waarvan niemand weet wat daarvan de bedoeling is, is óók onduidelijk.
Dat alles kunnen we slechts weten als er daadwerkelijk een voorstel bij de gemeenteraad ligt.
Door de handelwijze van stadsdeel Oost zijn ons democratische rechtsmiddelen uit handen geslagen.
Het lijkt ons daarom redelijk en rechtvaardig om een nieuwe bestemmingsplanprocedure voor het sportterrein te starten en zolang die niet is afgerond geen nieuwe voorzieningen in het Diemerpark te realiseren. Dank u wel.
Voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even rond of er leden van de commissie zijn die een vraag hebben voor u. Meneer Van Raan.
Dhr. Van Raan (PvdD): Voorzitter, ik heb over dit onderwerp iets voor de Rondvraag. Dus ik zal hem daarvoor bewaren.
Voorzitter: Het is onderhand goed gebruik dat we die in elkaar schuiven. Dus stelt u die vooral meteen.
Dhr. Van Raan: Dank u wel. Ik ben inderdaad wezen kijken. Er lagen zes voetbalvelden in de zinderende hitte te blakeren, van de zomer. De vraag is, inderdaad, de wethouder heeft toegegeven dat ‘ie fout is voorgelicht. Wij ook. En hij heeft ook extra tijd gevraagd om uit te zoeken wat er precies aan de hand is. De vraag is even: wanneer… heeft hij al zicht op wanneer hij komt met zijn bevindingen? En aan die bevindingen ook gekoppeld de procedure om een nieuw ontwerp bestemmingsplan in te zetten? En tweede, de volgende druk op het Diemerpark staat alweer voor de deur, dat is namelijk dat de Boerderij op het Rieteiland verplaatst moet worden. Kan de wethouder daar iets over zeggen, hoe het daarmee staat. Of de locatie, zoals die nu bekeken wordt… sorry… of één van de locaties die onderzocht wordt ook het Diemerpark is. Of dat nog überhaupt kán. Dat is ook tevens mijn Rondvraag.
Voorzitter: Dat had ik begrepen. De heer Van der Burg.
Dhr. Van der Burg: Ja voorzitter. Ik was heel blij met de bijdrage van de heer Lakerveld, want alhoewel wij het niet eens zijn over bepaalde ontwikkelingen in het Diemerpark, verwoordde hij het op één woord na, precies het proces zoals ik het ook verwoord zou hebben. En het ene woord, ik ben even precies kw… u zei op een gegeven moment zei u iets over het ‘niet zorgvuldige’ TAC-advies of iets in ieder geval vóór het TAC-advies…
Dhr. Lakerveld: Discutabel.
Dhr. Van der Burg: ‘Discutabel’, dat was het woord ja. Ja, want laat ik even voor de helderheiod stellen, en daarom was ik niet blij met het woordje ‘discutabel TAC-advies’. Volgens mij heeft namelijk de TAC, de adviescommissie, geen fout begaan. De adviescommissie heeft dit op… naar eer en geweten gedaan, op basis van informatie die niet klopte.
En ik weet dat u dát niet wilde impliceren, want u weet ook, het is misgegaan in de informatie die wíj hebben verkregen. Dus even richting u, als commissie, de adviescommissie heeft naar eer en geweten gehandeld op basis van verkeerde informatie.
Zoals u en ik en mijn voorganger, de heer Van Poelgeest en u dat ook tot twee keer toe hebben gedaan. Want we zijn tot twee keer toe verkeerd geïnformeerd. En dat ben ik dus ook met de heer Lakerveld eens: u bent als Raad, wij als College zijn tot twee keer toe geïnformeerd door respectievelijk Stadsdeel en Bestuurscommissie. En daar is het ook bij het TAC-advies op misgegaan.
Wat ik heb gezegd tegen de heer Van Raan, en daarmee ook tegen iedereen hier, is: het bestemmingsplan is onherroepelijk geworden. Dus is op dit moment geldend. Niet alleen geldend voor de heer Lakerveld, zodat hij kan zeggen: het mag niet meer zijn dan dít. Maar ook geldend voor mensen die er wél dingen in willen doen en zich kunnen beroepen op een bestemmingsplan en zeggen: volgens het bestemmingsplan mág ik dit doen.
En daarom heb ik ook richting de heer Van Raan laten weten, en dat zeg ik nu ook dus in die zin tegen de heer Lakerveld. Als de heer Lakerveld zegt: ‘ontwikkel geen nieuwe plannen alvorens gesproken is over het al-dan-niet vernietigen van het bestemmingsplan of een níeuw bestemmingsplan’ zeg ik: dat ben ik niet van plan om te doen, omdat ik vind dat burgers zich moeten kunnen beroepen op een bestemmingsplan in vóór- en nadeel. En meneer Lakerveld wil dus een aantal beperkingen, daar zijn ánderen aan gehouden. En anderen moeten zich kunnen beroepen op een bestemmingsplan in de zin van dingen die zíj kunnen doen. En dan hebben meneer Lakerveld en ik ons daar net zo goed aan te houden. Dus dat in ieder geval ook als reactie.
U krijgt van mij het stuk in oktober meneer Van Raan, dat was een concrete vraag van u.
En als het gaat om het Rieteiland, dan is het inderdaad zo dat we daar een tijdelijke vergunning hebben gegeven voor de Boerderij. Dat volgens het bestemmingsplan daar een tennishal kan komen.
Dat er nu drie aanvragen liggen, namelijk 1. voor die tennishal, 2. van de kanovereniging en 3. van de Boerderij, om het tijdelijke om te zetten in het definitieve.
Er wordt nu gewerkt aan een plan om de kano-aanvraag en de tennishal-aanvraag in één concept, zeg ik maar eventjes, te realiseren, waarmee twee van de drie gerealiseerd zouden zijn. We zijn met de dames van de Boerderij in gesprek om te kijken naar een vijftal locaties. Dat zijn er twee op het Centrum… ik moet eigenlijk zeggen, het is niet helemaal juist wat ik zeg, het is eigenlijk 2-1-2-1. Dus dan zijn het er ook zes. Namelijk twee op het Centrumeiland. Dat verdient níet de voorkeur van de dames die dit organiseren, omdat die zeggen: daar gaat heel veel gebouwd worden, heien en pony’s is geen goede combinatie.
Eén is: kijken of het tóch in te passen is in het plan waar men nu zit. Dus dat je op dezelfde plek alle drie de voorzieningen kunt realiseren.
Twee locaties zijn op ándere plekken in het Diemerpark.
En één plek is op Zeeburgereiland. Ook die plek verdient geen voorkeur van de organisatie, omdat zij zeggen: wij hebben juist ons… het gebied waar de kinderen vandaan komen, in en rondom de Boerderij, dat zijn ook jonge kinderen waarvan je niet kunt verwachten dat die even op de fiets stappen naar het Zeeburgereiland.
Het laatste vind ik net zo’n steekhoudend argument als de eerste twee, als het gaat om Centrumeiland. Ik heb nog géén van de varianten afgeschoten.
Ze worden nu allemaal bekeken en dán besproken met de initiatiefnemers. Maar er zitten dus ook formeel geen twee, maar drie locaties op het Diemereiland bij, Diemerpark bij, namelijk de huidige, maar dan net effe anders, of twee alternatieven.
Voorzitter: Dank u wel. Meneer Van Raan nog een aanvullende vraag hier op?
Dhr. Van Raan: Nou, twee aanvullende vragen. Op zich heel goed dat de wethouder zegt: ja, een definitief bestemmingsplan in vóór en nadelen, moet de burger zich daarop kunnen beroepen.
Vraag 1 is dan, ik neem dan aan dat de plek die onderzocht wordt, in het Diemerpark, gebaseerd is op het definitieve bestemmingsplan. Dus dan neem ik aan dat volgens het definitieve bestemmingsplan dat zou kunnen, qua oppervlakte en toegestane bouwenvelop om het zo maar te zeggen. Anders dan… toch dat…
Voorzitter: Tweede vraag?
Dhr. Van Raan: Precies. En de tweede vraag is: ik begrijp het principe, maar als je nou wéét dat er aan alle kanten iets lijkt te rammelen aan de totstandkoming van het plan, is er dan ook niet, los van wat de burger recht op heeft, de bestuurder een voorzorgsprincipe heeft. Dat die geen nieuwe feiten in de grond stopt, die lastig later weer zijn weg te halen. Dat is de vraag. Dat zijn de twee vragen.
Voorzitter: de heer Van der Burg.
Dhr. Van der Burg: Nou ik denk dat uw eerste vraag: nee, dat hoeft niet.
Je zoekt in eerste instantie natuurlijk naar plekken waar iets kan volgens het bestemmingsplan.
Maar je kunt ook, dat zien we vandaag op de agenda bij een aantal bestemmingsplanwijzigingen, doen op een plek waar het bestemmingsplantechnisch níet kan, maar dan moet het bestemmingsplan wijzigen. En dan komt het gewoon bij u.
Dus als iets binnen het bestemmingsplan mág, ziet u er niks meer van, zal ik maar even zeggen meneer Van Raan, want dan past het binnen het bestemmingsplan.
Bestemmingsplannen kúnnen gewijzigd worden. Dus theoretisch gesproken kan het ook een bestemmingsplanwijziging betekenen. Maar dan doorloopt het de hele procedure.
En dán is dat ook een…, ik zou zeggen, kapstok die de heer Lakerveld en ongetwijfeld ook u, meteen ook zullen aangrijpen en dat is dan uiteraard ook het vollédig recht van u beiden. Want dan komt het namelijk in de gewone processen weer langs.
Wat in dit specifieke geval speelt, maar u krijgt de rapportage in oktober krijgt u die, is dat ik ook heb gezegd, daar refereerde de heer Lakerveld ook al aan, en u in eerdere vergaderingen ook, dat als wij hadden geweten dat het stadsdeel Oost foute informatie had gegeven, dat het ons, met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, niet tot een ander standpunt had gebracht.
Omdat vanaf het begin af aan een aantal zaken als het gaat om vierkante meters verharding, want dat is eigenlijk waar de discussie over gaat, bijvoorbeeld ook een ander gebouw wat er nog staat van Water… nou weet ik niet of ik Waternet moet zeggen of waterzuivering, maar in ieder geval, u weet over welk gebouw ik het heb, dat het niet de bedoeling van u en mij was om dat gebouw daar weg te halen. Dus het heeft voor een deel ook te maken met beschrijvingen.
En daarom zeg ik van is er is hier dus niet iets gebeurd wat in strijd is met de wil van de gemeenteraad. Nog sterker. U en uw voorgangers hebben met mijn voorganger, de heer Van Poelgeest, hier héél veel discussies over gehad. En altijd heeft de heer Van Poelgeest expliciet ook gezegd dat het sportpark daar zou komen. En er is ook altijd de discussie gevoerd over de parkeerplaatsen.
Dus ook bij vaststelling in de gemeenteraad van de parkeerplaatsen was er geen gemeenteraadslid die niet wist dat daar parkeerplaatsen zouden komen. Nog sterker. Dat was volgens mij voor de Partij voor de Dieren ook een reden om er niet vóór te zijn. Dus dat het argument van de parkeerplaatsen, ik weet dat de heer Lakerveld en velen met hem tégen waren, maar daar was de meerderheid van de gemeenteraad expliciet vóór, want geen gemeenteraadslid wist… wist niet dat er geen parkeerplaatsen zouden komen.
Voorzitter: Goed. Dank. Volgens mij is dit punt dan even voldoende…
Dhr. Lakerveld: Mag ik nog even iets vragen, want ik vind dat meneer van der Burg wel érg lichtzinnig ingaat…
Voorzitter: Nee meneer Lakerveld, dat is niet de gebruikelijke orde van deze commissie.
Dhr. Lakerveld: Het is nooit in de gemeenteraad geweest, parkeerplaatsen in het Diemerpark.
Voorzitter: Nee, ik ga u echt afbreken. Ik dank u voor uw bijdrage. Het heeft ook tot wat discussie geleid. En ik ga naar de volgende inspreker. En dat is de heer …
(…)

—–

 

Geachte leden van de raadscommissie RO…

Stelt u zich voor.

Het Nederlands voetbalelftal speelt een belangrijke wedstrijd. Het is erop of eronder.
Ten minste een gelijkspel is nodig om de volgende ronde te bereiken.
80ste minuut, de stand is 0-0. De linksbuiten van de tegenpartij stormt met de bal aan de voet het strafschopgebied van Oranje in. Doelman Jasper Cillesen maakt zich klaar om in te grijpen, maar voordat hij dat kan doen laat de aanvaller zich vallen: een overduidelijke schwalbe. Voor iedereen zichtbaar. Behalve voor de scheidsrechter. Die geeft een strafschop, die vervolgens feilloos benut wordt.

Nederland is uitgeschakeld.

De interviews na afloop. De scheidsrechter ziet de beelden terug en erkent dat hij een serieuze fout gemaakt heeft. Die strafschop had niet gegegeven mogen worden. De linksbuiten had een gele kaart moeten krijgen. Oránje had dóór mogen gaan.

Hoe denkt u dat veel Nederlandse voetballiefhebbers zich dan zouden voelen?

Zo ongeveer voelen wij ons nu.

Wij hebben bij diverse gelegenheden, waaronder de Raad van State, betoogd dat het nieuwe bestemmingsplan voor het sportterrein in het Diemerpark niet in overeenstemming is met de Structuurvisie. De Raad van State was het echter niet met ons eens. Er was immers een positief TAC-advies? Nee, er waren er zelfs twee!
Ons beroep werd ongegrond verklaard.

Maar wat zegt wethouder Van der Burg in de gemeenteraadsvergadering van 2 juli jongstleden? “De afgegeven TAC-adviezen moeten beschouwd worden als potentieel negatief. De gemeenteraad is verkeerd voorgelicht door het College omdat stadsdeel Oost het college niet goed had geïnformeerd“.

Als de Raad van State dát had geweten, was ons beroep gegrond verklaard.
Stadsdeel Oost heeft een schwalbe gemaakt. En dat wordt erkend door de wethouder.

Afgelopen weekend zijn de laatste sportvelden in het Diemerpark officieel geopend. Het sportterrein heeft nu de grootte zoals vastgesteld in het vorige bestemmingsplan én de huidige Hoofdgroenstructuurkaart. Nu nog (1.450 m2) nieuwe clubgebouwen, conform de richtlijnen van de sportbonden en het is klaar zou je zeggen.

Maar nee, de bal ligt op de penaltystip en stadsdeel Oost is vastbesloten de gestolen strafschop te verzilveren: binnenkort wil men náást de sportvelden een parkeerterrein aanleggen.

In strijd met de beleidsintenties in de Structuurvisie wordt het groentype ‘ruigtebied/struinnatuur’ (met 13%) verkleind ten gunste van groentype ‘sportpark’.
Zonder positief TAC-advies. Zonder besluit van de gemeenteraad.

 U bent het hoogste orgaan in de gemeente en u bent bij machte om het valsspelen van stadsdeel Oost niet te honoreren. U kunt de gemaakte fouten herstellen.
Wij verzoeken u daarom om de vaststelling van de bestemming van het Diemerpark óver te doen en zolang die procedure niet voltooid is, de inrichting van het sportterrein te laten zoals die nu is.

Dat kunt u probleemloos doen.
Alle knelpunten zijn opgelost. De zes sportvelden zijn aangelegd, de sportverenigingen kunnen sporten en hun wachtlijsten wegwerken.

Dank u wel.

(Mail, inclusief 2 bijlagen
150712 Brief aan Van der Burg
Feiten besluitvorming over het sportterrein in het Diemerpark
gestuurd aan de commissieleden Ruimtelijke Ordening – centrale stad – als voorbereiding op een inspreekbeurt van Vrienden van het Diemerpark in de commissievergadering van 2 september 2015).

Feiten over de besluitvorming over de grootte van het sportterrein in het Diemerpark

Samenvatting

Het heeft lang geduurd, maar eindelijk heeft het college van B&W  toegegeven dat de procedure rond de vaststelling van het bestemmingsplan voor het sportterrein in het Diemerpark niet correct verlopen is.
In de gemeenteraadsvergadering van 2 juli zei wethouder Van der Burg (Ruimtelijke Ordening) dat het college tot tweemaal toe verkeerd is geïnformeerd: eenmaal door de Stadsdeelraad Oost en eenmaal door de Bestuurscommissie Oost.
Het gevolg hiervan was dat het college op haar beurt de gemeenteraad incorrecte informatie heeft verstrekt.
De erkenning door de wethouder van de incorrecte besluitvorming, betekent dat ons beroep bij de Raad van State tegen de vaststelling van het bestemmingsplan gegrond verklaard had moeten worden.

—–

  1. In het vorige bestemmingsplan is de maximum oppervlakte bebouwing voor het Diemerpark als geheel, gesteld op 2.000 m2.
    Het waterzuiveringsgebouw in het Diemerpark is ongeveer 600 m2 groot.
    In het vorige bestemmingsplan is dus rekening gehouden met maximaal 1.400 m2 bebouwing voor natuur-, sport-, en recreatie-functies in het park.
  2. Bij de start van de plannen om het aantal kunstgrassportvelden uit te breiden van twee naar zes (voorjaar 2011) hebben zowel de voetbal- als de hockeyvereniging bij het Stadsdeel een programma van eisen ingediend, gebaseerd op de richtlijnen van de sportbonden (resp. KNVB en KNHB).
    Voor de voetbalvereniging werd de ruimtebehoefte berekend op ca. 765 m2, voor de hockeyvereniging 690 m2: samen dus 1.455 m2.

Conclusie: de gewenste oppervlakte aan bebouwing op grond van richtlijnen van de sportbonden komt nagenoeg overeen met waarmee rekening was gehouden in het vorige bestemmingsplan (zie punt 1).

  1. In de notitie ‘Rapportage uitbreiding sportvelden Diemerpark’ (06-06-2011) schrijft de portefeuillehouder ‘sport’ van het stadsdeelbestuur aan het Dagelijks Bestuur van het stadsdeel dat hij in de clubgebouwen ruimte wil creëren voor een fysiotherapie-praktijk en buitenschoolse opvang: 125 m2 in het gebouw van de voetbalvereniging en 120 m2 in het gebouw van de hockeyvereniging.
    Dit zou de grootte van de clubgebouwen brengen op resp. 890 m2 voor het gebouw van de voetbalvereniging en 810 m2 voor het gebouw van de hockeyvereniging: samen 1.700 m2.
  2. Stadsdeel Oost heeft in verband met de vaststelling van het (nieuwe) bestem-mingsplan ‘IJburg 1e fase’ twee keer aan de TAC om een advies gevraagd: de eerste keer in verband met de vaststelling van het bestemmingsplan als geheel (29-03-2012), de tweede keer specifiek in verband met de voorgenomen uitbreiding van het sportterrein in het Diemerpark (16-07-2012).
    In deze laatste aanvraag schrijft het stadsdeel dat de aanduiding op de kaart in de Structuurvisie waar in het Diemerpark de sportvelden mogen komen “in omvang onvoldoende is voor de realisatie van de zes sportvelden“.
    De TAC schreef (06-06-2012) dat het stadsdeel “een breder gebied wil bestemmen als sport“.
    De TAC ging daarmee akkoord, daarbij wijzend op de 2.000 m2 die als maximum bebouwing voor het héle Diemerpark geldt en het voorontwerp bestemmingsplan, waarin volgens de TAC, maximaal 1.700 m2 aan bebouwing in de bestemming ‘Sport’ zou staan.
  3. In de door ons ingediende zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan (11-12-2012) trekken we in twijfel of het bestemmingsplan in overeenstemming is met de Structuurvisie.
    In een mail aan de TAC, met CC aan het stadsdeel (25-01-2013) schreven wij: “In het TAC-advies staat dat het vigerende bestemmingsplan maximaal 2.000 m2 aan bebouwing toestaat in het Diemerpark als geheel. Het ‘VO-bestemmingsplan’ zou in de bestemming ‘sport’ ten behoeve van clubgebouwen 1.700 m2 aan bebouwing mogelijk maken.”
    We stelden de vraag: “Heeft de TAC ook rekening gehouden met de thans aanwezige bebouwing in het Diemerpark in de vorm van het waterzuiverings-gebouw en bijbehorende voorzieningen, zoals enkele gebouwtjes langs de Diemerzeedijk? Dit alles samen zou de 2.000 m2 overschrijden.”
    In de reactie hierop van wethouder Van Poelgeest (27-03-2013) werd deze vraag niet beantwoord.

Conclusie: in januari 2013, dus ruim voor de vaststelling van het nieuwe bestemmings-plan, zijn zowel de TAC als het stadsdeel al geattendeerd op een verschil in maximaal mogelijke bebouwing tussen het dan nog vigerende bestemmingsplan en het (nieuwe) ontwerpbestemmingsplan.

  1. In openbare vergaderingen van de Stadsdeelraad is nooit gesproken over de grootte van de clubgebouwen en/of over de TAC-adviezen.
    Op 25-06-2013 stelde de Stadsdeelraad Oost het bestemmingsplan ‘IJburg 1e fase’ vast. Op de kaart van het Diemerpark staat in de bestemming ‘Sport’ 2.000 m2 als maximum bebouwing.
    In de Toelichting staat ten aanzien van de bestemming ‘Sport’: “Voor wat betreft de bebouwing worden de rechten uit het vigerende bestemmingsplan overgenomen: een oppervlak van maximaal 2.000 m².”

Conclusie: De stelling in de Toelichting dat in de bestemming ‘Sport’ de rechten uit het vigerende bestemmingsplan zijn overgenomen, is onjuist (zie punt 1).
Bebouwing van 2.000 m2 in de bestemming ‘Sport’  plus ongeveer 600 m2 voor het waterzuiveringsgebouw brengt de maximum voor de bebouwing voor het Diemerpark als geheel op 2.600 m2.
Ten opzichte van het vorige bestemmingsplan is dit een vergroting van 30%.

  1. In een brief aan het college van B&W en de gemeenteraad (24-02-2014) signaleren wij een verschil tussen de afbeelding van het sportterrein in de aanvraag van het TAC-advies en het vastgestelde bestemmingsplan.
    In antwoord daarop zegt wethouder Van Poelgeest (14-05-2014) dat de afwijking naar zijn mening niet significant is en schrijft hij:Concluderend ben ik van mening dat de bestemming ‘Sport’ (…) niet alleen passend is in de Hoofdgroenstructuur, maar ook dat daarvoor een valide advies van de TAC bestaat.”
  2. In antwoord op schriftelijke vragen vanuit de gemeenteraad (PvdD/SP) (20-02-2014) schrijft wethouder Van Poelgeest: “Het nu geldende bestemmingsplan IJburg 1e fase staat niet meer toe dan het vorige bestemmingsplan. Het vorige plan liet maximaal 2.000 m2 bebouwing toe in het Diemerpark als geheel.
    Het geldende bestemmingsplan maakt 1.700 m2 aan bebouwing mogelijk voor twee sportclubgebouwen, één van maximaal 890 m2 en één van maximaal 810 m2.”
    (14-05-2014)

Conclusie: Dit antwoord van de wethouder is om twee redenen niet correct:
(a) het geldende bestemmingsplan staat 600 m2 méér bebouwing toe dan het vorige  bestemmingsplan en
(b) het geldende bestemmingsplan maakt geen 1.700 m2 maar 2.000 m2 aan bebouwing voor de sportverenigingen mogelijk.

  1. Naar aanleiding van een vraag vanuit de raadscommissie RO (29-10-2014) over de bevoegdheid van de wethouder RO om in de Structuurvisie het groentype ‘ruigtegebied /struinnatuur’ in het Diemerpark te wijzigen in het groentype ‘sportpark’ i.v.m. uitbreiding van het sportterrein, antwoordt wethouder Van der Burg (13-02-2015): “De wijziging van het groentype is een logische consequentie van de vaststelling van het Bestemmingsplan IJburg 1e fase. Er lag een positief TAC-advies voor dit bestemmingsplan, waardoor er voor stadsdeel Oost geen aanleiding was om een afwijkingsprocedure in samenspraak met de wethouder RO te doorlopen en daarbij de wijziging van groentype expliciet aan de orde te stellen.

  2. In de raadscommissie RO van 27-05-2015 erkent wethouder Van der Burg dat de maximum oppervlakte aan bebouwing is vergroot van 2.000 m2 in het vorige bestemmingsplan naar 2.600 m2 in het nieuwe bestemmingsplan.
    Hij zegt: “Het college is fout geïnformeerd door het stadsdeel Oost. Daarover ga ik een gesprek aan met het stadsdeel Oost.
    Hij zegt dat het bestemmingsplan inmiddels wel al onherroepelijk is.
    Hij zegt toe de gemeenteraad een Memo te sturen over hoe een bestaand, onherroepelijk, bestemmingsplan gewijzigd kan worden.
  3. In de gemeenteraadsvergadering van 02-07-2015 zegt wethouder Van der Burg: “De gemeenteraad van Amsterdam is twee keer verkeerd geïnformeerd. Eén keer door mijn voorganger, de heer Van Poelgeest, één keer door mij. (…) Het was de ene keer het Stadsdeel en de andere keer de Bestuurscommissie die ons verkeerde informatie heeft gegeven.”
    Het TAC-advies moet volgens de wethouder in het jaaroverzicht van TAC-adviezen beschreven worden “als een potentieel negatief advies“.

Conclusie: De wethouder erkent dat aan de vaststelling van het bestemmingsplan met betrekking tot het Diemerpark géén valide TAC-advies ten grondslag ligt.
Hij wijt dat aan verkeerde informatie aangeleverd door Stadsdeelraad en de Bestuurs-commissie Oost aan de TAC.

Los daarvan, als de TAC rekening had gehouden met de reeds aanwezige bebouwing in de vorm van het waterzuiveringsgebouw, had zij, ook bij de veronderstelling dat er 1.700 m2 aan maximum bebouwing in de bestemming ‘Sport’ was opgenomen, kunnen constateren dat de maximum bebouwing in het Diemerpark in het nieuwe (huidige) bestemmingsplan was toegenomen ten opzichte van het vorige bestemmingsplan.

Dat deze feiten niet zijn opgemerkt, heeft tot gevolg gehad, dat de TAC een positief advies heeft afgegeven, er geen afwijkingsprocedure in samenspraak met de wethouder RO is doorlopen, en dat het besluitvormingsproces daardoor ten onrechte geheel buiten de gemeenteraad is verlopen.

Dat het nieuwe bestemmingsplan voor het Diemerpark strijdig is met de Structuurvisie is door ons op diverse manieren, bij diverse gelegenheden en bij diverse instanties aan de orde gesteld.
Wij vonden daarvoor geen gehoor, niet bij de TAC, niet bij de Stadsdeelraad, niet bij de gemeenteraad en niet bij de Raad van State (zie hierna).
Wethouder Van Poelgeest heeft niet alleen de gemeenteraad verkeerd geïnformeerd, maar ook onze vereniging (zie punt 7).

  1. Wij tekenden bij de Raad van State beroep aan tegen de vaststelling van het bestemmingsplan (07-10-2013).
    In ons beroepschrift stelden we dat de plannen voor het Diemerpark niet in overeenstemming zijn met de Structuurvisie.
    Daarbij merkten we op dat er geen valide advies van de TAC is: “Het bij het bestemmingsplan bijgesloten advies van de TAC sluit niet aan bij de in het bestemmingsplan beschreven plannen.”
    De Raad van State zei in de uitspraak op ons beroep dat wij terecht hebben opgemerkt dat het sportpark inclusief parkeervoorzieningen “niet geheel past binnen het gedeelte waarvoor in de structuurvisie het groentype ‘sportpark’ geldt“. Maar niettemin was de Raad van oordeel, daarbij expliciet verwijzend naar de TAC-adviezen, dat de Stadsdeelraad zich toch “in redelijkheid op het standpunt had kunnen stellen dat het sportterrein inpasbaar is“.
    Daarom was er volgens de Raad van State “geen aanleiding voor het oordeel dat het plan in strijd met de Structuurvisie is“.
    Ons beroep werd daarom ongegrond verklaard. (21-05-2014).
    (Zie voor de volledige uitspraak van de Raad van State: https://diemerparkgroen.wordpress.com/beroep-raad-van-state/)

Conclusie: De Raad van State heeft ons beroep ongegrond verklaard omdat, naar de mening van de Raad, de TAC een valide advies afgegeven had.
Nu door de wethouder is vastgesteld dat dat niet het geval is, verklaart hij ons beroep in feite als gegrond.

—–

Vrienden Diemerpark vragen om nieuwe bestemmingsplanprocedure

Wij zeiden het al heel lang, maar eindelijk heeft het college van B&W van Amsterdam toegegeven dat de procedure rond de vaststelling van het bestemmingsplan voor het sportterrein in het Diemerpark niet correct verlopen is.

Het gaat om de advisering door de Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur, afgekort: TAC. Deze commissie moet altijd een advies uitbrengen als er een bestemmingsplan wordt vastgesteld waarbij de Hoofdgroenstructuur van Amsterdam, zoals bijvoorbeeld het Diemerpark, betrokken is.
De TAC had voor de ontwikkeling van het sportterrein een ‘positief advies’ afgegeven.
Dat wil zeggen dat zij het niet nodig vond om het plan eerst nog door de centrale stad (gemeenteraad) te laten beoordelen.

Wij hebben bij de gemeenteraad én bij de Raad van State betoogd dat het TAC-advies niet klopte, omdat het plan waarover zij advies hadden uitgebracht ánders was dan het plan dat in het bestemmingsplan was vastgesteld.
Wij vonden daar geen gehoor voor.
Tót de gemeenteraadsvergadering van 2 juli jongstleden.

In antwoord op vragen uit de gemeenteraad zei wethouder van der Burg (Ruimtelijke Ordening) dat het college van B&W over het sportterrein in het Diemerpark door zowel de toenmalige Stadsdeelraad Oost als de huidige Bestuurscommissie Oost verkeerd was geïnformeerd.
Het gevolg hiervan was dat het college van B&W op háár beurt de gemeenteraad incorrecte informatie heeft verstrekt.
De wethouder zal daarover “een goed gesprek” hebben met de Bestuurscommissie.

De erkenning door de wethouder van de incorrecte besluitvorming, betekent dat ons beroep bij de Raad van State tegen de vaststelling van het bestemmingsplan gegrond verklaard had moeten worden.
Wij hebben wethouder Van der Burg verzocht om een nieuwe bestemmingsplanprocedure te starten.