Zienswijze NRD MER Strandeiland

Amsterdam, 8 juli 2019

Geachte mevrouw/heer,

Hierbij dienen we een zienswijze in over de Notitie reikwijdte en detailniveau Milieueffectrapportage Strandeiland (NRD).
1. Biomassacentrale
Een belangrijke ontwikkeling vergeleken met de referentiesituatie, is de voorgenomen bouw van een grote biomassacentrale in Diemen, op een steenworp afstand van Strandeiland. Het realiseren van de biomassacentrale impliceert een afwijking van het ter plekke vigerende bestemmingsplan. De centrale met een capaciteit van 120 megawatt, zou warmte gaan leveren aan 60.000 huishoudens in Amsterdam Oost, Diemen en Almere. Het zou een tijdelijke oplossing zijn voor 10 à 15 jaar, totdat andere bronnen van warmte-opwekking beschikbaar zijn.
We merken hierover het volgende op.
– Het verbranden van biomassa is, door de uitstoot van fijnstof en ultra-fijnstof, zoutzuur, zwaveldioxide, stikstofoxiden, koolmonoxide, fluorwaterstofzuur, ammoniak, methaan,
chloor, waterstofzuur, Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) kwik, cadmium, thallium, dioxines, furanen, zware metalen overig en ZZS-stoffen waarvoor de minimalisatieverplichting geldt met uiteindelijk een nulemissie, slecht voor de luchtkwaliteit in een wijde omgeving van de centrale. Deze uitstoot komt boven op de uitstoot afkomstig van Schiphol, de A9, de A1, de A10 en het Amsterdam-Rijnkanaal. Dit, inclusief de verkeersbewegingen voor het vervoer van de biomassa, dient betrokken te worden bij het op te stellen MER.
– Tevens vragen we in het MER in te gaan op de gevolgen van de geruchtmakende uitspraak van de Raad van State op 29 mei 2019 over het Programma Aanpak Stikstof (PAS).
2. Onzekerheid over het Buiteneiland
Het ontwikkelingsproces van IJburg (en Zeeburgereiland) wordt gekenmerkt door
stedenbouwkundige planvorming die per eiland, wijk of buurt plaatsvindt. Die stedenbouwkundige plannen vormen vrij zelfstandige eenheden, qua bebouwing en qua
programma. Deze wijze van ontwikkelen heeft tot gevolg dat het overzicht op wijkoverstijgende structuren, routes en voorzieningen mistig wordt. Dat levert problemen op als tekorten aan voorzieningen (bijvoorbeeld sportvelden), onduidelijke of niet doorgaande routes (fietsverbindingen) en het onvoldoende veilig kunnen stellen van belangrijke structuren (Diemerscheg). In de nota ‘Recreatie- en buitensportvoorzieningen op IJburg en Zeeburgereiland’ van Natuurlijk IJburg en Vrienden van het Diemerpark, die op 17 april 2019 is aangeboden aan de gemeenteraad, wordt daar in detail op ingegaan.
Een voorbeeld van gefragmenteerde besluitvorming is de ontwikkeling van Buiteneiland.
Op pag. 6 van de NRD staat dat het MER primair betrekking heeft op Strandeiland en “secondair op Buiteneiland”. Op pag. 24 staat dat “voorgesteld is” om Buiteneiland als “een groen anker aan het IJ” te positioneren, “met een bijzondere inrichting die betekenis heeft voor de gehele stad”. Maar volgens de NRD zullen er ook woningen komen. “Voor Buiteneiland blijft het vigerende bestemmingsplan in principe van toepassing, zij het dat een gewijzigde invulling van Buiteneiland als uitgangspunt wordt genomen in de MER.” (pag. 7) Volgens het vigerende bestemmingsplan komen op het Buiteneiland 1.500 woningen. Door verdichting van het Strandeiland zou “inperking” van het woningbouwprogramma Buiteneiland mogelijk zijn, waardoor daar “een beperkt woningbouwprogramma” uitgangspunt zou zijn (pag. 24).
– We missen hier concrete cijfers en uitleg over wat bijvoorbeeld “een groen anker” en een “gewijzigde invulling” concreet inhoudt. Het is volstrekt onduidelijk wat men op het
Buiteneiland wil realiseren. Als er voorzieningen komen die voor “de gehele stad” interessant zijn, zou dit kunnen leiden tot nu nog onvoorziene verkeersbewegingen. Daarom zou er één bouwprogramma moeten zijn voor Strandeiland en Buiteneiland gezamenlijk.
– Vanwege de noodzakelijke programmatische samenhang tussen de eilanden dient het
detailniveau van de beschrijving van Strandeiland en Buiteneiland in het op te stellen MER overeen te komen.
3. Sluipenderwijs steeds meer woningen
Op IJburg zouden 18.000 woningen komen. Dit getal werd o.a. genoemd in de voorlichting aan de bevolking bij het referendum over de komst van IJburg in 1997 en is nog steeds op diverse websites, ook op die van de gemeente Amsterdam zelf, terug te vinden  Na voltooiing van IJburg 1e fase zullen er in de 1e fase 10.700 woningen zijn 2. In het vigerende bestemmingsplan IJburg 2e fase uit 2009 is sprake van maximaal 9.200 woningen in de 2e fase.
Thans is sprake van 10.000 woningen in de 2e fase: 1.500 Centrumeiland, 8.000 Strandeiland en 500 (?) Buiteneiland. De kans is dus reëel dat er uiteindelijk op (heel) IJburg 20.700 woningen = 15% méér woningen komen dan door de gemeente werd en wordt gecommuniceerd. Deze toename vindt sluipenderwijs plaats, zonder expliciet besluit van de gemeenteraad en zonder dat de bevolking daarover actief wordt geïnformeerd.
– Meer woningen op dezelfde hoeveelheid ha. betekent: meer bewoners, meer
vervoersbewegingen, meer benodigde ruimte voor maatschappelijke voorzieningen, een grotere druk op de omgevende groene gebieden, in potentie meer sociale spanningen, etc. Het betekent ook een grotere milieubelasting dan bij de komst van IJburg werd voorzien. We verwachten dat het op te stellen MER daarop in gaat.

Uw reactie zien we tegemoet.
Met vriendelijke groet,
namens het bestuur van Vrienden van het Diemerpark en Comité Schone Lucht
Kees Lakerveld
Fenna Swart

Handhavingsverzoek Verkeersbesluit

Aan:       gemeenteraad en college van B&W van Amsterdam, Dagelijks Bestuur stadsdeel Oost, Stadsdeelcommissie Oost
Betreft: Handhavingverzoek artikel 1:3 lid 3 Awb

Openstelling van parkeerterrein Diemerpark buiten ‘wedstrijdmomenten’

Amsterdam, 11 oktober 2019

Geachte leden van gemeenteraad, college van B&W en bestuurs- en commissieleden van stadsdeel Oost,

Hierbij verzoeken wij om handhaving – als bedoeld in artikel 1:3 lid 3 Awb – van het Verkeersbesluit ‘Sportpark IJburg’, i.c. het parkeerterrein in het Diemerpark alleen open te stellen op “wedstrijdmomenten”.

In maart 2016 werd het parkeerterrein in het Diemerpark in gebruik genomen. Het parkeerterrein is bedoeld om parkeren mogelijk te maken voor bezoekers van de sportvelden in het Diemerpark tijdens door de KNVB en KNHB erkende voetbal- en hockeywedstrijden.

Als het parkeerterrein is opengesteld, wordt er autoverkeer toegestaan op het Dick Hilleniuspad inclusief de 300 meter lange smalle brug tussen het Diemerpark en de Oeverzeggestraat op IJburg. Dit pad behoort tot het Amsterdamse Plusnet Fiets. Het rijden en manoeuvreren van auto’s zorgt daar dikwijls voor overlast aan fietsers, waaronder relatief veel jonge kinderen, en wandelaars. Op  de momenten dat het parkeerterrein is opengesteld functioneert dat deel van het Diemerpark niet zoals het volgens de Structuurvisie Amsterdam 2040 bedoeld was: “natuur- en landschapsgerichte recreatie met een gevoel van afstand tot de stad.

Om het gebruik van het parkeerterrein juridisch te verankeren is in november 2015 het Verkeersbesluit ‘Sportpark IJburg’ vastgesteld. In dit verkeersbesluit staat dat de parkeervoorziening “alleen voor het gemotoriseerd verkeer wordt opengesteld op wedstrijdmomenten (op zaterdag, op zondag, en op overige dagen in de avonduren alleen tijdens wedstrijden).

Sinds het parkeerterrein in gebruik genomen is, is het dikwijls voorgekomen dat het parkeerterrein werd opengesteld zónder dat er in het park door de KNVB en KNHB erkende voetbal- of hockeywedstrijden werden gespeeld.

Hiervoor blijken twee redenen te zijn.

De eerste is dat als er op een dag maar één of een enkele competitiewedstrijd wordt gespeeld, het parkeerterrein de héle dag wordt opengesteld.

De tweede reden bleek uit een overleg dat we in augustus 2019 hadden met vertegenwoordigers van het dagelijks bestuur van stadsdeel Oost. Daar werd gezegd dat de gemeente het parkeerterrein ook openstelt op ‘inhaaldagen’. Inhaaldagen zijn volgens de KNVB bedoeld om wedstrijden te spelen “die op de oorspronkelijke datum geen doorgang hebben gevonden” dan wel “niet op de voorgenomen datum gespeeld kunnen worden”.

Het parkeerterrein wordt dus ook opengesteld op dagen dat alle wedstrijden zijn afgelast en ook op ‘inhaaldagen’ waarop er geen wedstrijden zijn.
Ons inziens is dit een onjuiste interpretatie van het begrip “wedstrijdmomenten”, zoals dat in het verkeersbesluit is vastgelegd.

Wij vragen om correcte naleving en handhaving van het Verkeersbesluit ‘Sportpark IJburg’ en het parkeerterrein alleen open te stellen op zaterdag, op zondag, en op overige dagen in de avonduren wanneer er door de KNVB en/of KNHB erkende wedstrijden gespeeld worden.

Voor het verstrekken van eventuele nadere informatie houden we ons beschikbaar.
Uw reactie zien wij binnen acht weken tegemoet,

Handhavingsverzoek parkeren sportclubgebouwen

Aan: gemeenteraad en college van B&W van Amsterdam, Dagelijks Bestuur stadsdeel Oost, Stadsdeelcommissie Oost
Betreft: Handhavingverzoek artikel 1:3 lid 3 Awb

Parkeren bij de sportclubgebouwen in het Diemerpark

Amsterdam, 11 oktober 2019

Geachte leden van gemeenteraad, college van B&W en bestuurs- en commissieleden van stadsdeel Oost,

Hierbij verzoeken wij om handhaving – als bedoeld in artikel 1:3 lid 3 Awb – van het bestemmingsplan IJburg 1e fase’ i.c. het verbod om verharding bij de sportclubgebouwen in het Diemerpark te gebruiken als parkeerterrein.

Bij de clubgebouwen van de sportverenigingen in het Diemerpark, AFC IJburg en AHC IJburg, ligt verharding. Het doel daarvan is vermoedelijk om laden en lossen van goederen tussen de clubgebouwen en auto’s eenvoudig mogelijk te maken.  De verharding wordt echter dagelijks tijdens het ‘sportseizoen’ gebruikt voor het parkeren van auto’s. Het beeld en de veiligheid en daarmee het functioneren van het Diemerpark als natuur- en recreatiepark wordt door het rijden en de aanwezigheid van auto’s in het park geschaad. De verharding bij de sportclubgebouwen functioneert in feite als (extra) parkeerterreinen die niet als zodanig in het bestemmingsplan zijn vastgelegd.

Al in een vroeg stadium hebben we dit bij de gemeente aan de orde gesteld. Naar aanleiding daarvan liet Stadsloket Oost ons weten dat de hockeyvereniging een ontheffing heeft voor het plaatsen van een of meerdere voertuigen bij het hockeyclubgebouw. Ook de voetbalvereniging zou een dergelijke ontheffing hebben. De ontheffingen werden verleend op grond van artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV) en artikel 26 van de Verordening op de Stadsdelen en zouden te maken hebben met ‘EHBO doeleinden’.

In juni 2019 hadden we een gesprek met een Verbetermanager Dienstverlening van de gemeente Amsterdam. Bij dat gesprek kwam ook het parkeren bij de sportclubgebouwen ter sprake. Hij liet ons op 26 september 2019 weten: “In het park mag er alleen geparkeerd worden op de speciaal daarvoor aangelegde parkeervakken. Parkeren buiten de parkeervakken is niet toegestaan. Handhaving heeft aangegeven hier op te letten.”.

RVV-ontheffingen zijn niet bedoeld om structureel regels in het bestemmingsplan te ontduiken. Omdat in het Diemerpark alleen geparkeerd mag worden op de speciaal daarvoor aangelegde parkeervakken, was het verstrekken van RVV-ontheffingen die inhouden dat toestemming wordt verleend om structureel buiten de parkeervakken te parkeren, onrechtmatig.

Wij verzoeken u om handhaving van het bestemmingsplan en de hierboven genoemde RVV-ontheffingen in te trekken.

Voor het verstrekken van eventuele nadere informatie houden we ons beschikbaar.
Uw reactie zien wij binnen acht weken tegemoet,

Handhavingsverzoek Diemerzeedijk

Aan: gemeenteraad en college van B&W van Amsterdam,
Dagelijks Bestuur stadsdeel Oost, Stadsdeelcommissie Oost
Betreft: Handhavingverzoek artikel 1:3 lid 3 Awb

Parkeren van auto’s, caravans, boottrailers en woonboten langs de Diemerzeedijk

Amsterdam, 11 oktober 2019

Geachte leden van gemeenteraad, college van B&W en bestuurs- en commissieleden van stadsdeel Oost,

Hierbij verzoeken wij om handhaving – als bedoeld in artikel 1:3 lid 3 Awb – van het bestemmingsplan IJburg 1e fase’ i.c. de regels behorende bij de dubbelbestemming ‘waarde – ecologie’ en de bestemming ‘Groen – 3’ aan de oostkant van het Diemerpark.
Op het talud en in de berm van de Diemerzeedijk, in de ‘staart’ aan de oostkant van het Diemerpark, staan structureel auto’s, caravans en boottrailers geparkeerd. In het water van de Derde Diem liggen twee woonboten. Volgens het bestemmingsplan is dergelijk gebruik van de gronden en het water niet toegestaan.

De Diemerzeedijk in het Diemerpark is een essentieel onderdeel van de ecologische verbindingszone Gooi – Waterland en de ‘Natuurboulevard’.
De ecologische verbindingszone is bestemd “voor de instandhouding en bescherming van de wezenlijke waarden en kenmerken van de Ecologische Hoofdstructuur”, het is onderdeel van het Natuur Netwerk Nederland (NNN) en dient om het migreren van dieren en planten tussen natuurgebieden in Waterland via de Sluisbuurt op het Zeeburgereiland, het Flevopark en de Diemerzeedijk met de Vechtstreek, mogelijk te maken.
De Natuurboulevard is een combinatie van recreatieve wandel- en fietsroutes, zoals de IJdijkenroute, het Waterkeringpad, de Zuiderzeeroute en de Flevoroute. De route loopt over de Diemerzeedijk vanaf de Amsterdamsebrug / Zeeburgereiland via Muiden en Muiderberg naar de Hollandse brug.
Aan de oostkant van het Diemerpark bestaat het park feitelijk alleen uit de Diemerzeedijk en enkele smalle gebiedjes aan de zuidkant daarvan, langs het water van de Derde Diem. De routes van fietsers en wandelaars zijn daar gesplitst in een smal fietspad bovenop de dijk en een laag gelegen, breder, wandelpad. Er zijn goede redenen om de functie van de paden om te draaien.

Links: de Derde Diem met aan de noordkant de Diemerzeedijk.Rechts: de Natuurboulevard is aan de oostkant van het Diemerpark gesplitst in een smal fietspad bovenop de dijk en een breder, laag gelegen wandelpad.

Voor het functioneren van de ecologische verbindingszone die hier zeer smal is, is het belangrijk dat er in de zone zo weinig mogelijke menselijke activiteiten plaatsvinden. Autoverkeer past daar uiteraard volstrekt niet bij.
Wandelen langs dit deel van de Natuurboulevard is minder aangenaam dan mogelijk zou zijn. Dat komt onder andere doordat langs het wandelpad structureel auto’s, caravans en boottrailers geparkeerd staan. Volgens de regels van het bestemmingsplan is autoverkeer en parkeren ter plekke niet toegestaan.
Een deel van de geparkeerde objecten zal te maken hebben met de twee woonboten die in het water van de Derde Diem liggen, waarop zich commerciële activiteiten afspelen en in dit smalle deel ook de ecologische functie verstoren. De woonboten mogen daar, volgens het bestemmingsplan en gerechtelijke uitspraken, niet liggen.
In juni 2019 hadden we een gesprek met een Verbetermanager Dienstverlening van de gemeente Amsterdam. Hij liet ons weten dat de woonboten “binnen afzienbare tijd” verwijderd zouden worden.Geparkeerde auto’s, caravans, boottrailers en woonboten langs de Diemerzeedijk in het oosten van het Diemerpark.

Hierbij verzoeken wij om handhaving – als bedoeld in artikel 1:3 lid 3 Awb – van het bestemmingsplan IJburg 1e fase’ i.c. de instandhouding en bescherming van de wezenlijke waarden en kenmerken van de Ecologische Hoofdstructuur (de dubbelbestemming waarde – ecologie) en de bestemmingsplanregels behorende bij de bestemming ‘Groen – 3’ (met als belangrijkste doelstellingen: “groen”, “fiets- en/of voetpaden”, “natuur” en “recreatief medegebruik”).
Wij verzoeken u om de auto’s, caravans, boottrailers en woonboten binnen acht weken te (laten) verwijderen en maatregelen te nemen waardoor structureel autoverkeer en het parkeren van objecten die hier volgens het bestemmingsplan niet thuishoren, wordt voorkomen.

Voor het verstrekken van eventuele nadere informatie houden we ons beschikbaar.
Uw reactie zien wij binnen acht weken tegemoet,

Inspreektekst over Nota van Beantwoording en Stedenbouwkundig plan Strandeiland

Commissie Ruimtelijke Ordening 30-10-2019

Punt 1.
In de Nota van beantwoording staat dat de resterende behoefte aan sportvelden voor IJburg 1 in het Diemerpark gerealiseerd wordt.
Bij de ontwikkeling van IJburg zei de gemeente: “Sportvelden voor bewoners van IJburg 1e fase komen op IJburg 2e fase”. Toenmalig stadsdeelvoorzitter mevrouw Elatik noemde destijds het aanleggen van sportvelden in het Diemerpark “een noodgreep, omdat IJburg 2 (waar een sportcomplex gepland stond) op zich liet wachten”.
Vorig jaar nog schreven ambtenaren van Sport en Bos en Ruimte en Duurzaamheid samen een notitie ‘Sportnorm voor de Sportieve Stad’. Daarin staat (ik citeer): “Het huidige tekort op IJburg zal wor­den meegenomen in de uitwerking van het sportprogramma IJburg 2”. Einde citaat.
Aanleggen van nog meer sportvelden in het Diemerpark betekent een stiekeme wijziging in het beleid ten aanzien van de locatie voor sportvelden voor de bewoners van  IJburg.

Punt 2.
Als we het concept Stedenbouwkundig plan vergelijken met de versie die nú op tafel ligt, valt op dat er volgens de eerste versie 72.000 m2 aan sportvelden zou moeten komen, waarvan 42.000 op Buiteneiland.
In de twééde versie staat echter, nota bene berekend vanuit hetzelfde referentiemodel, dat er op Buiteneiland geen 42.000 maar 54.000 m2 aan sportvelden zou moeten komen. Dat is een kwart méér.
Dat is een wijziging waarover niets staat in de Nota van beantwoording.

Kortom, er wordt gerommeld én dubieus gecommuniceerd.
Maar dat niet alléén, er wordt ook niet geleerd van de ervaringen van IJburg 1.

Bij de ontwikkeling van IJburg 1 werden de sportvelden doorgeschoven naar IJburg 2. En nu, bij de ontwikkeling van IJburg 2 wordt het overgrote deel van de sportvelden doorgeschoven naar Buiteneiland, waarvan nog volstrekt onduidelijk is wanneer dat ooit gerealiseerd zal zijn.

Punt 3.
Een half jaar geleden boden we u de nota ‘Recreatie- en buitensportvoorzieningen op  IJburg en Zeeburgereiland’ aan, als aanvulling op de stedenbouwkundige planvorming. Daarin staat een degelijke analyse van de behoefte aan sportvelden voor IJburg en Zeeburgereiland én een gefundeerd plan voor een permanent sportpark op Strandeiland dat met de woningbouw mee kan groeien.
Wij hebben daar nog geen reactie op gekregen.
Wij zijn dan ook van mening dat het nú vaststellen van het Stedenbouwkundig Plan Strandeiland op zijn minst prematuur is.

Dank u wel.

Zienswijze op het Strategisch Huisvestingsplan Sport (2018)

Inleiding

De directe aanleiding om een zienswijze in te dienen op het Strategisch Huisvestingsplan Sport 2020-2023 is het voornemen om het voetbal- en hockeygebied in het Diemerpark met vier sportvelden uit te breiden. Als doel van de voorgenomen uitbreiding staat vermeld: “om wachtlijsten weg te werken”. [i] In deze zienswijze gaan we achtereenvolgens in op de wachtlijsten en het bestaande beleid met betrekking tot sportvelden voor IJburg en Zeeburgereiland. Daarna bespreken we de plannen voor de eilanden die IJburg 2e fase vormen en het Zeeburgereiland.

Wachtlijsten

In menige raadscommissie is de afgelopen jaren gesproken over wachtlijsten. Bij de inhoudelijke behandeling van de begroting in de commissie Zorg, Jeugdsport en Sport op 17-10-2018 merkte interim wethouder Sport, Laurens Ivens, op, dat ‘wachtlijsten’ feitelijk niets meer of minder betekent dan: “dat er een wens bestaat om bij een club te horen. (…) Iemand kan op de wachtlijst staan, maar al elders aan het sporten zijn.“  [ii] Dat er wachtlijsten zijn, zegt dus niet zoveel.
In het Sportaccommodatieplan 2015-2020 uit 2015 staat: “Een van de oorzaken van wachtlijsten is een tekort aan accommodaties of ruimte op accommodaties. Soms zijn er andere oorzaken aan te wijzen, zoals een tekort aan kader, een tekort aan materieel, een selectief aannamebeleid, de populariteit van verenigingen of de wens van een vereniging om niet verder te groeien. Een goede analyse over het ontstaan van wachtlijsten is dus altijd noodzakelijk om de juiste ingrepen te kunnen doen. De beschikbare informatie is nu vaak onvolledig en versnipperd aanwezig. Voorgesteld wordt dit in de toekomst te coördineren vanuit de gemeente om zo een beter inzicht te krijgen in de wachtlijsten.[iii]  Op 28-05-2015 zei wethouder Sport, Eric van der Burg: “Als het gaat om de wachtlijsten: die worden bijgehouden door de verenigingen. Dat is ook meteen een kanttekening die je kunt maken. Want ik vertrouw natuurlijk de verenigingen voor 100 procent, alleen, wat de verenigingen niet weten, is, of ik niet op vijf wachtlijsten sta. Want ik wil graag bij de hockeyclub op IJburg maar daar kan ik niet terecht, dus meld ik me ook aan bij die in het Amsterdamse bos, daar heb je drie, dat schiet ook niet op, dus voor de zekerheid ga ik voorlopig maar even spelen in Westerpark. En dan blijkt dus dat op het moment dat er plek is, dat ik allang aan het hockeyen ben en dus vier keer van de wachtlijst kan worden afgevoerd. Dus daar moeten we goed naar kijken met elkaar, hoe we dat inzichtelijk maken.[iv]  In 2016 is er een onderzoek naar het fenomeen ‘wachtlijsten’ verricht. De resultaten daarvan werden beschreven in een ‘Notitie Wachtlijsten’, die op 03-11-2016 ter bespreking en kennisgeving lag bij de vergadering van de commissie Zorg en Sport. [v]
Enkele conclusies uit het onderzoek waren:
– Het komt voor dat een kind bij meerdere verenigingen op een wachtlijst staat waardoor het aantal clubs met een wachtlijst groter lijkt te zijn dan het probleem daadwerkelijk is.
– De vraag is of wachtlijsten een belemmering vormen voor kinderen die nog niet aan sport doen, of dat het vooral een probleem is voor kinderen die lid willen worden van een specifieke vereniging of die naast sporten die ze al beoefenen een andere/extra sport willen beoefenen.
-De gemeente Amsterdam werkt nog niet ‘slim’ genoeg om wachtlijsten te verminderen. Er is te weinig inzage in de wachtlijsten of de achtergronden hiervan. Ook zijn wachtlijsten weinig cijfermatig inzichtelijk gemaakt, er is geen nulmeting of onderzoek naar effecten van interventies (bijv. aanleg velden) waardoor niet duidelijk is welke resultaten er worden geboekt of hoe het wachtlijstprobleem zich in aard en omvang ontwikkeld.
Deze notitie lijkt vervolgens in een diepe la weggeborgen.

In augustus 2018 vroegen wij welke analyse van de wachtlijsten en andere overwegingen ten grondslag lagen aan de vaststelling dat er voor IJburg 1e fase behoefte zou zijn aan vier extra sportvelden. [vi] De gemeente antwoordde dat de berekening niet slechts wordt beredeneerd vanuit ledenaantallen. De benodigde extra velden zouden gebaseerd zijn op de huidige bezetting van de velden, de wachtlijsten bij de verenigingen en een toenemende vraag naar ruimte op lJburg vanuit andere sportaanbieders. Details werden niet gegeven.
Als zou blijken dat er bij inwoners van IJburg een grote behoefte bestaat aan extra sportvelden in de omgeving, vloeit daaruit niet automatisch voort dat die in het Diemerpark zouden moeten komen.

Bestaand beleid met betrekking tot sportvelden voor IJburg en Zeeburgereiland

In het Strategisch Huisvestingsplan Sport 2020-2023 wordt uitsluitend “wegwerken van wachtlijsten” opgevoerd als argument voor extra sportvelden in het Diemerpark. In de gemeentebegroting 2019 wordt ook de woningbouw in de directe omgeving (IJburg 2e fase en Zeeburgereiland) als argument genoemd. [vii]

Bestaand beleid is, dat tekort aan sportvelden op IJburg 1e fase opgeheven wordt door de aanleg van extra sportvelden in de 2e fase. Vanaf het eerste begin van IJburg werd ervan uitgegaan dat IJburg in twee fasen ontwikkeld zou worden. Na de 1e fase zou direct doorgebouwd worden aan de 2e fase. In de 2e fase zouden voorzieningen komen, zoals sportvelden, waarvoor in de 1e fase geen ruimte zou zijn.  Helaas zorgde de economische crisis voor uitstel van de ontwikkeling van de 2e fase. Het tekort aan sportvelden voor de 1e fase kon daardoor voorlopig niet in de 2e fase opgeheven worden. Niettemin bleef dat wel de bedoeling.

Waarom zouden er, juist nu de ontwikkeling van IJburg 2e fase ‘op stoom komt’, extra sportvelden in het Diemerpark moeten komen?

De gemeente heeft, vanaf de eerste plannen voor woningbouw op wat later ‘IJburg’ is gaan heten, bij volle bewustzijn en in de wetenschap dat IJburg in twee fasen ontwikkeld zou worden, besloten om in het Diemerpark niet meer dan zes sportvelden (die er nu in het park liggen) aan te leggen. [viii]

We geven een zeer beknopt overzicht van de geschiedenis van de besluitvorming over sportvelden voor IJburg en Zeeburgereiland.

In 1995 werd in het kader van de ontwikkeling van IJburg en de voorbereiding van het eerste bestemmingsplan een ‘Ontwerprapportage Diemerpark’ uitgebracht. Hierin stond een plantekening waarop zes sportvelden waren aangeduid. In 2006 werd het Sportaccommodatieplan 2006 gepubliceerd. Uit dit plan was de volgende planning voor de aanleg van sportvelden in 2020 in sector Oost te destilleren:

  nodig volgens het Sportaccommodatie-plan 2006 IJburg 1e fase (Diemerpark) Zeeburgereiland resteert voor IJburg 2e fase [ix]
voetbal 9 3 3 3
hockey 3 3 0 0
totaal 12 6 3 3

In 2007 schreef het dagelijks bestuur van Stadsdeel Zeeburg: “De sportvelden in het Diemerpark en het sportpark in de 2e fase zijn samen nodig om in de behoefte te voorzien.” In 2010 schreef de Sportraad Amsterdam expliciet “dat de tweede fase IJburg ook een sportieve functie zou krijgen voor de bewoners van de eerste fase“. [x] In 2011 liet stadsdeelvoorzitter Fatima Elatik in ‘de Brug’ optekenen: “Dat het sportpark [in het Diemerpark – red.] destijds op een voormalige vuilstortplaats is aangelegd, was (…) een noodgreep, omdat IJburg 2 (waar een sportcomplex gepland stond) op zich liet wachten.” [xi] In 2013 werden in het bestemmingsplan voor het Diemerpark 6 sportvelden mogelijk gemaakt. Aan het bestemmingsplan ging de vaststelling van een Keuzenotitie vooraf, met als doel om in een vroeg stadium uitgangspunten en beleidskeuzes vast te stellen. Daarbij werd een integrale afweging gemaakt, waarbij ook de planning van IJburg 2e fase werd betrokken. Toen in 2015 het Sportaccommodatieplan 2015-2022 werd vastgesteld, kwam, ondanks het besef van wachtlijsten, aanleg van extra sportvelden in het Diemerpark niet in aanmerking: “Bij zowel hockey als tennis zijn er wachtlijsten. En om deze wachtlijsten weg te werken moeten er op korte termijn maar liefst 13 hockeyvelden bijkomen. (…) Tegelijkertijd hebben we te maken met beperkte ruimte in de stad en deze sporten vragen juist veel ruimte. Dit vergt een vernieuwende blik naar alternatieve locaties en creatieve oplossingen.” [xii] Wethouder Sport, Eric van der Burg liet weten: “Op dit moment bestaan er geen concrete plannen om ter plaatse meer dan in het definitieve inrichtingsplan sportpark IJburg en Omgeving genoemde zes velden te realiseren.”  Op de vraag hoe er omgegaan zou worden met een ‘tekort’ aan sportvelden en/of parkeervoorzieningen in de 1e fase, was het antwoord: “Als er in de toekomst vanuit de samenleving geluiden komen dat er een tekort aan sportfaciliteiten en/of parkeerfaciliteiten is, dan is dat in eerste instantie een bestuurlijk politiek vraagstuk. (…) Na de oplevering van het reeds in het verleden geplande vijfde en zesde veld op Sportpark IJburg, wordt een verdere verlichting van de wachtlijsten in de sector Oost bij de sportverenigingen allereerst gezocht in het realiseren van sportvelden op het Zeeburgereiland. Daarnaast wordt ook het gebruik van de velden op Sportpark Middenmeer- Voorland geoptimaliseerd door middel van bijvoorbeeld efficiëntere veldindeling. [xiii] Nog in 2018 stond in een document dat door het Dagelijks Bestuur van stadsdeel Oost werd verstuurd aan de leden van de stadsdeelcommissie [xiv] expliciet dat het tekort aan sportvelden op IJburg 1e fase zou worden “meegenomen” in de uitwerking van het sportprogramma van IJburg 2e fase.

Het plan om in het Diemerpark vier extra sportvelden te realiseren, is daarom een drastische wijziging in het tot nu toe geldende beleid. Wat is daarvoor de reden?
In het Strategisch Huisvestingsplan Sport 2020-2023 staat, vreemd genoeg, niet hoeveel sportvelden er voor IJburg 2e fase voorzien zijn. IJburg 2e fase bestaat uit Centrumeiland, Strandeiland en Buiteneiland. We gaan deze locaties + het Zeeburgereiland achtereenvolgens bespreken.

Centrumeiland

In de ‘Amsterdamse referentienorm voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen’, wordt IJburg 2e fase, inclusief Centrumeiland, gekarakteriseerd als een ‘groenblauw woonmilieu’, hetgeen wil zeggen dat er volgens de ‘sportnorm’ 9 m2 sportveld per woning zou moeten zijn. [xv] Later werd gesteld dat voor het Centrumeiland een ‘gemengd stedelijk’ woonmilieu van toepassing zou zijn waardoor volgens de ‘sportnorm’ volstaan zou kunnen worden met 5 m2 sportveld per woning. [xvi] Op het Centrumeiland komen 1.500 woningen. Uitgaande van 5 m2 sportveld per woning zou voor de bewoners van het Centrumeiland 1.500 * 5 = 7.500 m2 beschikbaar zou moeten zijn. Dat komt ongeveer overeen met één voetbalveld. Wij hebben echter de indruk dat er op het Centrumeiland geen sportveld(en) komt/komen. Aangezien IJburg 1e fase als voltooid dient te worden beschouwd, lijkt het ons dat het voor Centrumeiland gewenste sportveld op één van de overige nieuwe eilanden (Strandeiland / Buiteneiland) zou moeten komen.

Strandeiland + Buiteneiland

In het concept Stedenbouwkundig plan Strandeiland dat momenteel ter inzage ligt, staat over sportvelden: “Het te realiseren aantal vierkante meters aan georganiseerde sport, passend bij een groenblauwe woonbuurt met 8.000 woningen en berekent vanuit het referentiemodel, komt uit op: (…) 72.000 m².“ Dit betekent dat bij de planning voor sportvelden op het Strandeiland + Buiteneiland rekening geen rekening is gehouden met woningen op het Centrumeiland. Ook is, in strijd met eerder beleid, geen rekening gehouden met tekort aan sportvelden in IJburg 1e fase.

Zeeburgereiland

Aanvankelijk zouden er op het Zeeburgereiland drie voetbalvelden komen. Dit aantal is in de loop der tijd steeds kleiner geworden. Het aantal woningen waarvoor de sportvelden bestemd zouden zijn, nam daarentegen drastisch toe. In het Sportaccommodatieplan 2006 stonden voor het Zeeburgereiland drie voetbalvelden gepland: “Bijzonder binnen het plan is de realisatie van een sportpark nieuwe stijl. Dit sportpark met drie kunstgras voetbalvelden ligt midden in het plangebied.”  [xvii] Nog in 2009 was er sprake van verhuizing van voetbalvereniging Zeeburgia van Middenmeer-Noord naar het Zeeburgereiland. [xviii]  In 2016 werd bekend dat één van de geplande voetbalvelden op het Zeeburgereiland zou vervallen, om een ‘urban sport zone’ te realiseren. De drie voetbalvelden werden er dus twee. Nu lijkt er volgens een afbeelding in het Strategisch Huisvestingsplan Sport 2020-2023 slechts één volwaardig voetbalveld te komen. Wat in 2006 nog een “sportpark met drie kunstgras voetbalvelden” werd genoemd, wordt nu gekarakteriseerd als een: “Innovatief stedelijk sportparkje, gecombineerd met scholen en sporthal als sportief centrum van de Sportheldenbuurt op Zeeburgereiland”. Niet alleen is het geplande aantal sportvelden op het Zeeburgereiland sinds 2006 gereduceerd, het aantal woningen waarvoor de sportvelden bestemd zijn, werd door de ontwikkeling van de Sluisbuurt, bovendien aanmerkelijk vergroot. Voor de Sluisbuurt worden 5.500 nieuwe woningen [xxi] en geen sportvelden voorzien. [xxii] Voor sportvelden wordt verwezen naar het hierboven afgebeelde “stedelijk sportparkje”, al wordt het in bestemmingsplan iets anders beschreven: “In de naastgelegen Sportheldenbuurt zijn ruime sportvoorzieningen aanwezig.” en “In de naastgelegen Sportheldenbuurt zijn op fietsafstand twee sportvelden gepland, een sporthal en één van de grootste outdoor skatebanen van Nederland. Veel takken van sport kunnen daar straks goed terecht.[xxiii] “Voor voorzieningen die het Zeeburgereiland als geheel als verzorgingsgebied hebben, wordt bekeken in hoeverre daar in de Sportheldenbuurt reeds in wordt voorzien. Zo beschikt deze buurt over twee kunstgrasvelden en een sporthal. Ook wordt een van de grootste outdoor skatebanen van Nederland in de Sportheldenbuurt verwezenlijkt. Deze gebouwde sportvoorzieningen hebben een verzorgingsfunctie voor heel Zeeburgereiland.”   [xxiv] Dat op het Zeeburgereiland veel minder sportvelden zijn gepland dan volgens de ‘sportnorm’ wenselijk is, wordt in het Strategisch Huisvestingsplan Sport 2020-2030 zeer verhuld weergegeven. Dat is in feite alleen zichtbaar door de opmerking onder het kopje “Horizon 2023+”: “Toevoeging van extra sportprogramma op Zeeburgereiland om de sportopgave binnen het gebied zelf op te lossen.[xxv]

Conclusie

In het coalitieakkoord staat: “Sportvoorzieningen worden mee ontwikkeld met de groei van de stad, de sportnorm geldt daarbij als uitgangspunt.” [xxvi]

Wij concluderen uit de in het Strategisch Huisvestingsplan Sport 2020-2023 beschreven plannen voor sportvelden in Oost het volgende.
a. Op IJburg 2e fase en het Zeeburgereiland worden aanzienlijk minder sportvelden voorzien dan volgens de ‘sportnorm’ zou moeten.
b. Aanleggen van extra sportvelden in het Diemerpark betekent omdraaiing van eerder vastgesteld beleid: in plaats van tekort aan sportvelden in de 1e fase IJburg op te heffen in de 2e fase, wil men het Diemerpark gebruiken om bewust gecreëerd tekort in IJburg 2e fase + Zeeburgereiland op te heffen. Dit is voor ons niet acceptabel.

—–

[i] Bron: Strategisch Huisvestingsplan Sport, oktober 2018, pag. 31
[ii] De eerst geciteerde opmerking is niet letterlijk opgenomen in het verslag van de betreffende vergadering. Volgens het verslag stelde mw. De Jong (GroenLinks) de vraag: “Voor de sportverenigingen zijn vaak wachtlijsten. Zij vraagt of men in beeld heeft hoelang die precies zijn, wat de vraag is naar verschillende sporten en hoe die verdeeld zijn over de stad. Op haar technische vraag daarover kreeg zij te cryptisch te horen dat er wachtlijsten zijn bij die sporten. Is er meer informatie?” Het antwoord van Laurens Ivens (interim wethouder Sport) was: “Een ander heikel punt zijn de wachtlijsten. Die zijn er niet alleen binnen de ring, zoals in Noord, maar ook buiten de ring zoals in IJburg. Er is niet 100% betrouwbaar inzicht te geven. De vraag is vooral hoe goed en betrouwbaar de wachtlijsten worden gemaakt. En ze zijn niet alleen maar betrouwbaar. Iemand kan op de wachtlijst staan, maar al elders aan het sporten zijn. Dan sta je dus op de wachtlijst om over te stappen. Wel is uit gesprekken met sportclubs duidelijk dat de wachtlijsten in de genoemde gebieden wel heel lang zijn, met name voor voetbal, hockey en tennis.” (Bron: verslag raadscommissie Zorg, Jeugdsport en Sport op 17-10-2018, pag. 10)
[iii] Bron: Sportaccommodatieplan 2015-2022, gemeente Amsterdam, april 2015, pag. 22
[iv] Wethouder Eric van der Burg in de Raadscommissievergadering Zorg en Sport, 28-05-2015 bij Agendapunt 17: Sportaccommodatieplan 2015-2020
[v] Bron: Notitie wachtlijsten bij sportverenigingen, ter bespreking en kennisgeving aangeboden aan de Raadscommissie Zorg en Sport, 03-11-2016
Enkele andere uitkomsten van het onderzoek waren:
– Er bestaat geen eenduidige definitie van het begrip wachtlijsten.
– Oorzaken van wachtlijsten verschillen per tak van sport. Zo is bij het voetbal sprake van populaire verenigingen; er is ruimte genoeg in de stad wat betreft velden en er zijn voldoende verenigingen waar kinderen zo terecht kunnen, maar bepaalde verenigingen staan hoger in aanzien waardoor een grote aantrekkingskracht ontstaat (vergelijkbaar met ‘witte en zwarte scholen’-discussie). Bij het hockey daarentegen is het tekort aan velden de belangrijkste oorzaak.
– Oplossingsrichtingen verschillen dus ook per tak van sport. Aanleg van nieuwe kunstgrasvelden voor hockeyclubs die in de omgeving van een hockeyvereniging liggen, bieden mogelijk de kans op multifunctioneel gebruik.
– Bij het verkennen van oplossingen wijzen betrokken partijen vooral naar elkaar. De gemeente vindt dat sportbonden hun competities moeten uitsmeren om zo piekbelasting tegen te gaan en verwijt sportclubs te weinig samen te werken, niet goed door te verwijzen naar andere clubs waar wel ruimte is en vast te houden aan een programmering van competitie en trainingen die zich vooral richt op de meest populaire tijdstippen.
– Om te komen tot oplossingen is ook de bereidheid van en samenwerking tussen verschillende partijen nodig. Illustratief is de conservatieve houding van sportbonden als het gaat om multifunctioneel gebruik van velden, die door de bond niet goedgekeurd worden voor competitievoetbal; zo kan de gemeente niet anders dan specifieke hockey- of voetbalvelden aanleggen wat niet helpt bij het verminderen van wachtlijsten.
– Verenigingen lijken bereid hun lijst met namen te delen met de gemeente of het bijhouden van een dergelijke lijst aan de gemeente over te laten. Daarmee lijkt het ook mogelijk om als gemeente een grotere rol te gaan spelen bij het verwijzen van kinderen naar een sportclub met voldoende ruimte. Ook kan vervuiling van wachtlijsten zo worden verminderd; nu komt het voor dat een kind bij meerdere verenigingen op een wachtlijst staat waardoor het aantal clubs met een wachtlijst groter lijkt te zijn dan het probleem daadwerkelijk is.
[vi] Raadsadres Vrienden van het Diemerpark: Vier vragen over de ‘sportnorm’ en de behoefte aan sportvelden op IJburg en het Zeeburgereiland’, 28-08-2018
[vii] Begroting 2019 Gemeente Amsterdam, 19-09-2018
[viii] Bron: Ontwerprapportage Diemerpark, Dienst Ruimtelijke Ordening, december 1995
[ix] IJburg 2e fase = het Centrumeiland, het Strandeiland (dat eerder ‘Middeneiland werd genoemd) en het Buiteneiland.
[x] Bron: Brief van de Sportraad Amsterdam aan wethouder Sport en Ruimtelijke Ordening en waarnemend stadsdeelvoorzitter Oost, 15-10-2010, pag. 3
[xi] Bron: de Brug, 27-01-2011
[xii] Bron: Sportaccommodatieplan 2015-2022, gemeente Amsterdam, april 2015, pag. 3
[xiii] Brief wethouder Eric van der Burg aan Vrienden van het Diemerpark, 13-02-2015
[xiv] ‘Sportnorm voor de Sportieve Stad’, Uitwerking Sportvisie 2025, Tussenproduct thematische studie sport en bewegen, Koers 2025 en Ruimte voor de Stad, gemeente Amsterdam.
[xv] Op 31-01-2018 stemde het toenmalige college van B en W in met de ‘Amsterdamse referentienorm voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen’, waarin de ‘sportnorm’ wordt beschreven. Is de ‘sportnorm’ ooit officieel door de gemeenteraad vastgesteld?
[xvi] Bron: De Sportieve Stad, Buitensport op IJburg 2, Gemeente Amsterdam, juli 2018, door Hugo Hilgers op 18-07-2018 verstrekt aan de ex-deelnemers van de ‘consentgesprekken’. [xvii] Bron: Stedenbouwkundig plan RI-O, pag. 16
[xviii] Bron: Het Parool, 19-03-2009: “Zeeburgia verhuist toch naar het Zeeburgereiland” (https://www.parool.nl/amsterdam/sportvelden-moeten-wijken-voor-nieuwbouw~a221769/)
[xix] Bron: Toelichting Bestemmingsplan Zeeburgereiland RI-Oost, 29-02-2008. pag. 20
[xx] Bron: Strategisch Huisvestingsplan Sport 2020-2023, pag. 4
[xxi] Bron: https://www.amsterdam.nl/projecten/sluisbuurt/
[xxii] Bron: het bestemmingsplan en de Toets ladder voor duurzame verstedelijking niet-woonprogramma Bedrijven-strook, Sluisbuurt en Baaibuurten
[xxiii] Bron: Bestemmingsplan Sluisbuurt, gemeente Amsterdam, 15-10-2018, pag. 95 en 183
[xxiv] Bron:Toets ladder voor duurzame verstedelijking niet-woonprogramma Bedrijven-strook, Sluisbuurt en Baaibuurten, gemeente Amsterdam, 22-03-2018, pag. 10
[xxv] Strategisch Huisvestingsplan Sport 2020-2023, pag. 31
[xxvi] Bron: Een nieuwe lente en een nieuw geluid, Coalitieakkoord GroenLinks/D66/PvdA/SP, mei 2018, pag. 63

Stop de plastificering van het Diemerpark!

Het Diemerpark is een waardevol natuurgebied. Met zeldzame dieren en planten heeft het de grootste biodiversiteit van alle parken in Amsterdam.
Het gemeentebestuur van Amsterdam onderschrijft het belang van groen voor de gezondheid en het welzijn van haar bewoners.
Ook wil de gemeente de biodiversiteit in de stad zoveel mogelijk behouden en versterken.
Niettemin wil diezelfde gemeente het sportterrein in het Diemerpark verder uitbreiden met nog meer kunstgras (= plastic) sportvelden.
Dat gaat ten koste van het karakter van het park en van de mensen die voor de ruimte, voor de natuur of voor een wandeling in het park komen.

Om te proberen dat te voorkomen hebben we een petitie lopen: https://sportparkendiemerpark.petities.nl/
Het zou fijn zijn als je die zou willen ondertekenen.