Enquête: ondernemers vóór gebruik parkeergarage

Vereniging Hou Diemerpark Groen ziet in het gebruiken van de parkeergarage onder het winkelcentrum IJburg het beste alternatief voor de aanleg van parkeerplaatsen in het Diemerpark.
We hebben een kleine enquête gehouden onder de winkeliers van en bij het winkelcentrum IJburg om te weten te komen hoe zíj daarover denken.
Hieronder zijn enkele resultaten weergegeven.

Uitgedeelde enquêtes: 25
Teruggekregen enquêtes: 20

Vraag 1: Vindt u het een goed idee om de bezoekers van de sportvelden in het Diemerpark hun auto te laten parkeren in de parkeergarage onder het winkelcentrum?”
Ja: 15
Waarom?”
–  “Er is ruimte zat, iedereen is welkom” : 2
–  “Dan wordt de parkeergarage beter gebruikt” : 3
–  “Vergroot het potentiële cliënteel van het Winkelcentrum” : 9
–  “Omdat het Diemerpark groen moet blijven”: 1
Hangt er van af: 2
Waarom?”
–  “Ze zullen misschien de plekken van de klanten bezetten. Zolang dat niet het geval is, is het OK”: 1
–  “Zolang er voldoende ruimte blijft voor de klanten en zolang de winkeliers niet hoeven te betalen voor mensen die hier parkeren maar niet winkelen, is het OK“: 1
–  “Maar het Diemerpark moet vrij van auto’s blijven“: 2
want:
–   “met auto’s wordt het daar gevaarlijk fietsen“: 1
–   “De sporters denken dat de weg van hen is en kijken niet uit“: 2
–   “Wij zijn als duurzame onderneming tegen autoverkeer in het Diemerpark”: 1
Geen mening: 3
Nee : 0

Vraag 2 : “Bent u bereid om parkeergeld gedeeltelijk terug te betalen vanaf een bepaald bedrag aan boodschappen?
Ja:  1
Nee: 9
Misschien : 6
Geen mening : 1
Kan daarover niet zelf beslissen : 3

Advertenties

Inspreektekst voor de commissievergadering Openbare Ruimte en Financiën 17/23-04-2012

Er wordt voorgesteld proefondervindelijk vast te stellen of “stimuleren van het gebruik van de parkeergarage afdoende is om te voorzien in de parkeerbehoefte van bezoekende verenigingen” .
Wij hebben enkele vragen en opmerkingen over de voorgestelde ‘parkeerproef’.
Wij zien graag dat die een succes wordt.

  1. Bij een ‘proef’ horen criteria waarmee bepaald kan worden of de proef geslaagd is.
    Welke criteria worden er bij deze ‘parkeerproef’ gehanteerd?
    Hoe zijn ze vastgesteld en hoe en door wie worden ze getoetst?
  2. Er zouden verwijsborden naar de parkeergarage komen.
    Hoeveel worden dat er? Hoe gaan ze eruit zien en waar worden ze geplaatst?
  3. De looproute vanuit de garage zou aangegeven worden.
    Hoe gebeurt dat? Worden er nog maatregelen genomen om de looproute aantrekkelijk te maken? Wij hebben daar wel enige ideëen over.
  4. Er wordt extra inzet en medewerking van de sportverenigingen gevraagd.
    Hebben zij hun medewerking expliciet toegezegd?
  5. Voor de Oeverzeggestraat zou maar voor 8 weken een parkeerverbod ingesteld worden.
    Dit is absoluut onvoldoende.
    Toen men er onlangs achter kwam dat de helft van de Oeverzeggestraat een fietspad was, is er een paar keer ‘gehandhaafd’.
    Vlak nadat de politie verdwenen was, parkeerde men weer volop op het fietspad.
    De praktijk wijst uit dat de Oeverzeggestraat ongeschikt is voor parkeren.
    Dáár parkeren is in strijd met het vigerende bestemmingsplan.
    Dat dient in onze ogen niet slechts een paar weken, maar structureel gehandhaafd te worden.  
    Slechts de eerste 4 weken zou er gericht toezicht komen.
    Er is in de Oeverzeggestraat een paar keer ‘gehandhaafd’ maar vlak nadat de politie verdwenen was, parkeerde men weer volop op het fietspad.
    Om te verhinderen dat automobilisten na 4 weken weer in de Oeverzeggestraat gaan parkeren in plaats van in de garage, lijken ons fysieke belemmeringen in de vorm van paaltjes of hekken onontbeerlijk.
  6. We zouden ook graag weten wanneer de ‘parkeerproef’ zou beginnen.

Wij bieden u hierbij onze creativiteit en expertise aan bij de inrichting van de proef. We willen graag met u meedenken en zijn bereid actief deel te nemen aan de overleggen die er in dit verband plaatsvinden.
Graag horen wij uw mening daarover.

Dank u wel.

Over de Nota Parkeernormen Stadsdeel Oost 2012

In de stadsdeelraadscommissie Openbare Ruimte en Financiën van 23-04-2012 wordt gesproken over de Nota Parkeernormen Stadsdeel Oost 2012.
De vraag aan de commissie is: “Onderschrijft de commissie het voorgenomen besluit van het DB om de Nota Parkeernormen als beleidsregel vast te stellen?”
Hieronder staat onze visie over enkele onderdelen van de Nota.

Visie: mooi ingerichte straten en parkeren in parkeergarages.
Het is goed om (in het Voorwoord van de Nota) te lezen dat in de visie van het Dagelijks Bestuur in de toekomst “de straten mooi zijn ingericht en dat parkeren aan het oog wordt ontrokken doordat er in parkeergarages wordt geparkeerd.”
Dit is een niets aan duidelijkheid over te laten argument tegen de aanleg van parkeerplaatsen in het Diemerpark.
Als het DB besluit om de Nota Parkeernormen Stadsdeel Oost 2012 ongewijzigd als beleidsregel vast te stellen, is dat voor de stadsdeelraad o.i. een pleidooi tegen de aanleg van parkeerplaatsen in het Diemerpark.

Hieronder maken we enkele opmerkingen over paragaaf 4.1 van de Nota.

Aantekeningen bij het begrip ‘acceptabele loopafstand’.

  1. Hoe is bepaald wat een ‘acceptabele loopafstand’ is?
    Wie bepaalt of een bepaalde loopafstand ‘acceptabel’ is? Is de opvatting daarover uitsluitend door middel van vragen aan automobilisten tot stand gekomen? Als je een kind vraagt wat ‘een acceptabele hoeveelheid’ snoep is, zal het een ander antwoord geven dan de vader of moeder die zich verantwoordelijk voelt voor de gezondheid van het kind.
  2. Het overschrijden van de – door de automobilist als zodanig ervaren – ‘acceptabele loopafstand’ heeft niet alleen maar negatieve gevolgen.
    Als men langer dan ‘de acceptabele loopafstand’ moet lopen tussen parkeerplaats en bestemming, zal men mogelijk de bestemming op een andere, milieuvriendelijker manier proberen te bereiken (fiets – evt. vouwfiets meenemen in de auto -, een stukje met de tram of bus), wat bovendien gunstig is voor de vermijding van obesitas of de exploitatie van het openbaar vervoer.
    Met andere woorden: overschrijden van de ‘acceptabele loopafstand’ kan zeer wenselijk zijn.

De normen die gehanteerd worden voor ‘een acceptabele loopafstand’ zijn op ten minste twee vlakken ongerijmd en onverdedigbaar.

  1. Er wordt geen rekening gehouden met de frequentie waarmee een bestemming bereikt moet worden (hoe vaak gaat men naar huis, naar de werkplek, schouwburg, sportveld?).
    Dit levert de bizarre norm op dat de ‘acceptabele loopafstand’ naar een bestemming waar je dagelijks komt, langer zou mogen zijn dan de bestemming waar je maar één of twee keer per jaar komt.
    Dit zou omgekeerd moeten zijn: het is minder bezwaarlijk om een relatief lange afstand te lopen tussen de parkeerplaats en de schouwburg waar je één keer per jaar komt, dan tussen de parkeerplaats en de ingang van de woning waar je dagelijks komt.
  2. Er is ongelijkheid tussen gebruikers van het openbaar vervoer en de automobilist in wat als ‘een acceptabele loopafstand’ wordt beschouwd.
    Waarom moet een automobilist zijn voertuig per sé vlak naast zijn bestemming kunnen neerzetten, waardoor hij in sommige gevallen volgens de normen nog maar 100 meter zou hoeven te lopen, maar wordt het normaal gevonden dat een tramgebruiker 400 meter of meer loopt tussen tramhalte en bestemming?
    Ook dit zou omgekeerd moeten zijn, als het de bedoeling is (zoals in het Voorwoord in de Nota staat) dat woon-werk verkeer met de auto ontmoedigd zou moeten worden.