Over de Nota Parkeernormen Stadsdeel Oost 2012

In de stadsdeelraadscommissie Openbare Ruimte en Financiën van 23-04-2012 wordt gesproken over de Nota Parkeernormen Stadsdeel Oost 2012.
De vraag aan de commissie is: “Onderschrijft de commissie het voorgenomen besluit van het DB om de Nota Parkeernormen als beleidsregel vast te stellen?”
Hieronder staat onze visie over enkele onderdelen van de Nota.

Visie: mooi ingerichte straten en parkeren in parkeergarages.
Het is goed om (in het Voorwoord van de Nota) te lezen dat in de visie van het Dagelijks Bestuur in de toekomst “de straten mooi zijn ingericht en dat parkeren aan het oog wordt ontrokken doordat er in parkeergarages wordt geparkeerd.”
Dit is een niets aan duidelijkheid over te laten argument tegen de aanleg van parkeerplaatsen in het Diemerpark.
Als het DB besluit om de Nota Parkeernormen Stadsdeel Oost 2012 ongewijzigd als beleidsregel vast te stellen, is dat voor de stadsdeelraad o.i. een pleidooi tegen de aanleg van parkeerplaatsen in het Diemerpark.

Hieronder maken we enkele opmerkingen over paragaaf 4.1 van de Nota.

Aantekeningen bij het begrip ‘acceptabele loopafstand’.

  1. Hoe is bepaald wat een ‘acceptabele loopafstand’ is?
    Wie bepaalt of een bepaalde loopafstand ‘acceptabel’ is? Is de opvatting daarover uitsluitend door middel van vragen aan automobilisten tot stand gekomen? Als je een kind vraagt wat ‘een acceptabele hoeveelheid’ snoep is, zal het een ander antwoord geven dan de vader of moeder die zich verantwoordelijk voelt voor de gezondheid van het kind.
  2. Het overschrijden van de – door de automobilist als zodanig ervaren – ‘acceptabele loopafstand’ heeft niet alleen maar negatieve gevolgen.
    Als men langer dan ‘de acceptabele loopafstand’ moet lopen tussen parkeerplaats en bestemming, zal men mogelijk de bestemming op een andere, milieuvriendelijker manier proberen te bereiken (fiets – evt. vouwfiets meenemen in de auto -, een stukje met de tram of bus), wat bovendien gunstig is voor de vermijding van obesitas of de exploitatie van het openbaar vervoer.
    Met andere woorden: overschrijden van de ‘acceptabele loopafstand’ kan zeer wenselijk zijn.

De normen die gehanteerd worden voor ‘een acceptabele loopafstand’ zijn op ten minste twee vlakken ongerijmd en onverdedigbaar.

  1. Er wordt geen rekening gehouden met de frequentie waarmee een bestemming bereikt moet worden (hoe vaak gaat men naar huis, naar de werkplek, schouwburg, sportveld?).
    Dit levert de bizarre norm op dat de ‘acceptabele loopafstand’ naar een bestemming waar je dagelijks komt, langer zou mogen zijn dan de bestemming waar je maar één of twee keer per jaar komt.
    Dit zou omgekeerd moeten zijn: het is minder bezwaarlijk om een relatief lange afstand te lopen tussen de parkeerplaats en de schouwburg waar je één keer per jaar komt, dan tussen de parkeerplaats en de ingang van de woning waar je dagelijks komt.
  2. Er is ongelijkheid tussen gebruikers van het openbaar vervoer en de automobilist in wat als ‘een acceptabele loopafstand’ wordt beschouwd.
    Waarom moet een automobilist zijn voertuig per sé vlak naast zijn bestemming kunnen neerzetten, waardoor hij in sommige gevallen volgens de normen nog maar 100 meter zou hoeven te lopen, maar wordt het normaal gevonden dat een tramgebruiker 400 meter of meer loopt tussen tramhalte en bestemming?
    Ook dit zou omgekeerd moeten zijn, als het de bedoeling is (zoals in het Voorwoord in de Nota staat) dat woon-werk verkeer met de auto ontmoedigd zou moeten worden.
Advertenties