BESLUIT 26-11-2013

We beleefden 26 november 2011 een zeer teleurstellende avond in het stadsdeelkantoor van Amsterdam Oost.
De stadsdeelraad besloot (dankzij de stemmen van de PvdA, D66 en VVD) om zo snel mogelijk 42 parkeerplaatsen in het Diemerpark aan te leggen.
Daarna (hebben we dat goed verstaan?) wordt onderzocht of er 42 parkeerplekken aangelegd kunnen worden aan de kop van de Oeverzeggestraat én wordt onderzocht of uitbreiding naar meer dan 42, bijvoorbeeld 62, parkeerplaatsen noodzakelijk is.

Als er geen uitbreiding naar meer dan 42 parkeerplaatsen nodig zou zijn, en die 42 parkeerplaatsen kunnen in de Oeverzeggestraat aangelegd worden, dan komen ze in de Oeverzeggestraat en verdwijnen ze uit het park.
Als er wel uitbreiding naar meer dan 42 parkeerplaatsen nodig zou zijn, en dat zou niet in de Oeverzeggestraat kunnen, dan komen ze allemaal in het park.
Als de uitbreiding wel mogelijk is in de Oeverzeggestraat vervallen de parkeerplaatsen in het park en komen ze allemaal in de Oeverzeggestraat.

Om meer dan 1 reden is dit een uiterst slecht resultaat. Niet alleen omdat er besloten is om parkeerplaatsen in het park aan te leggen, maar ook omdat de uitslag van de meningspeiling onder IJburgers volstrekt genegeerd is.

Advertenties

D66: “Het Dick Hilleniuspad is geen onderdeel van het Diemerpark”

Opvallende gebeurtenis in de commissievergadering Openbare Ruimte en Financiën van stadsdeel Oost (12-11-2013):   Geert Ritsema (SP) vraagt aan Jan-Bert Vroege (D66): “Hoe is het mogelijk dat D66 het standpunt uitdraagt dat er in stadsparken geen scooters zouden mogen rijden, maar nu wel auto’s in het Diemerpark wil toestaan?”  D66 parken standpunt
Jan-Bert Vroege: “Het Dick Hilleniuspad is geen onderdeel van het park, het is slechts onderdeel van de Hoofdfietsroute.”
Dit is op z’n minst een opvallend standpunt van D66 te noemen.
Dick Hilleniuspad 2Benieuwd hoe het dan zit met autoverkeer dat van het Dick Hilleniuspad naar het door D66 zo vurig bepleite parkeerterrein rijdt.
Of Jan-Bert Vroege, komt dat parkeerterrein soms ook niet in het park?

Verslag en commentaar commissievergadering 12-11-2013

Verslag

Dinsdag, 12 november, werd er in de commissie Openbare Ruimte en Financiën van stadsdeel Oost weer gesproken over parkeerplaatsen voor bezoekers van de sportvelden in het Diemerpark.
‘Snelheid’ lijkt voor de meerderheid een belangrijker rol te spelen dan de wens van de burger. De PvdA, D66 en de VVD willen zo snel mogelijk het 5e en 6e sportveld in het Diemerpark laten komen, en kiezen daarom voor parkeerplaatsen in het park (‘optie A’).
Zolang er nog geen parkeerplaatsen zijn, kunnen volgens PvdA portefeuillehouder Thijs Reuten deze laatste twee sportvelden niet aangelegd worden. Volgens Reuten kan veel eerder begonnen worden met de aanleg van een parkeerterrein in het Diemerpark dan in de Oeverzeggestraat (‘optie C’) omdat daarvoor nog onderzoek gedaan moet worden.

SP, Meerbelangen, GroenLinks en Ardine Nicolaï vinden dat de duidelijke uitslag van het participatietraject gerespecteerd moet worden. Zij vinden dat er parkeerplaatsen aan de kop van de Oeverzeggestraat moeten komen, conform de keuze van de meerderheid van de IJburgers. “Negeren van wat de burgers willen, is schadelijk voor het vertrouwen in de politiek.”
Het gebruik van de parkeergarage onder het winkelcentrum, zou, met misschien enkele extra maatregelen, als tijdelijke voorziening gecontinueerd kunnen worden.

D66 vindt dat de meningspeiling van het participatiebureau ‘De Wijde Blik’ onder IJburgers niet had moeten plaatsvinden. Het dagelijks bestuur had volgens deze partij zelfs moeten ingrijpen om die peiling te voorkomen.
Volgens D66 was al in april besloten dat er een parkeerterrein in het Diemerpark zou komen. Daar zou alleen van afgezien worden als er, via ‘De Wijde Blik’ een locatie buiten het park gevonden zou worden waar alle ‘stakeholders’ het over eens waren. Omdat bewoners van de Oeverzeggestraat tegen de aanleg van parkeerplaatsen in hun straat zijn, is die situatie er niet.

D66 ziet, net als de SP, Meerbelangen, GroenLinks en Ardine Nicolaï, wel de dreiging van verkeersonveilige situaties bij autoverkeer in twee richtingen op de 5,5 meter brede en 300 meter lange brug bij Oeverzeggestraat. D66 stelt daarom éénrichtingsverkeer voor auto’s voor. Via de Oeverzeggestraat zouden ze naar het parkeerterrein in het Diemerpark moeten rijden, en via de Diemerzeedijk, bij de Nesciobrug het park weer moeten verlaten. De VVD en de PvdA staan niet negatief tegenover dit voorstel.D66 portefeuillehouder Jeroen van Spijk is, vanwege de dan gecreëerde verkeerssituatie bij de Nesciobrug, minder enthousiast.

Ons commentaar
1.
Een grote meerderheid van de bewoners van IJburg heeft in de meningspeiling een voorkeur uitgesproken voor de aanleg van een parkeerterrein in de Oeverzeggestraat boven de aanleg van parkeerplaatsen in het Diemerpark.
Om het vertrouwen in de politiek niet (verder) onder druk te zetten, is het stadsdeelbestuur dan ook op zijn minst verplicht om nader onderzoek te doen naar de mogelijkheid tot realisatie daarvan.
2.
De snelheid waarmee men een parkeerterrein wil aanleggen lijkt op dit moment voor de stadsdeelraad belangrijker dan het nemen van een goed besluit over de locatie ervan.
Thijs Reuten zegt dat de laatste twee sportvelden in het Diemerpark pas aangelegd kunnen worden als er een parkeervoorziening is gerealiseerd. De meerderheid van de stadsdeelraadsleden lijkt dat te geloven. Er wordt kennelijk gedacht dat de realisatie van een parkeervoorziening als voorwaarde in het bestemmingsplan is opgenomen voor de realisatie van de sportvelden, maar dat is niet waar.
Het idee dat er voor 6 sportvelden onvoldoende parkeergelegenheid is, zit in de hoofden van Thijs Reuten en Jeroen van Spijk, en is waarschijnlijk gebaseerd op de chaotische situaties die zich in de Oeverzeggestraat voordeden toen bezoekers van de sportvelden nog niet verwezen werden naar de parkeergarage onder het winkelcentrum.
In de praktijk blijkt dat de toename van het aantal sportvelden van 2 naar 4 niet leidt tot parkeeroverlast in de omgeving van de Oeverzeggestraat of Diemerzeedijk. Ook de capaciteit aan parkeerplaatsen die geboden wordt door de parkeergarage is nog steeds ruim voldoende.
Er is geen enkele reden voor de veronderstelling dat de aanleg van de laatste twee sportvelden opeens wél tot problemen zou leiden.
Zelfs adviesbureau Arcadis, dat een negatief rapport uitbracht over de ‘parkeerproef’ waarbij sportveldbezoekers verwezen worden naar de parkeergarage, ziet de parkeergarage als een geschikte oplossing om de periode te overbruggen tot de realisatie van een definitieve ‘parkeeroplossing’.
3.
Als variatie op het bekende spreekwoord ‘Als er één schaap over de dam komt volgen er meer’, zeggen wij: ‘ Als er één auto over de brug komt, volgen er meer’.
Als er eenmaal een parkeerterrein in het park ligt, zullen daar ook IJburgers gebruik van maken, en niet alleen om sportwedstrijden te bezoeken. Er zal dan beslist vraag ontstaan naar nog méér parkeerplaatsen. Als het dan aanwezige bestuur aan zo’n verzoek gehoor geeft, zal de ‘belevingswaarde’ van het park nog verder afnemen en zullen de veiligheidsproblemen door autoverkeer op de brug tussen Oeverzeggestraat en Diemerpark verder toenemen.
Als de auto’s vóór de brug en dus buiten het park blijven, zullen IJburgers minder geneigd zijn om van de parkeerplaatsen gebruik te maken. Daardoor zullen de negatieve effecten van de parkeerplaatsen relatief beperkt kunnen blijven.
Zowel op korte als op lange termijn is dat dus een veel beter besluit dan onder vermeende tijdsdruk nu maar beslissen om parkeren in het park mogelijk te maken.

Geacht raadslid…

De voordracht waarin uw dagelijks bestuur de aanleg van parkeerplaatsen in het Diemerpark voorstelt, is zeer eenzijdig georiënteerd op het realiseren van parkeerplaatsen in het park.
Aan het feit dat het introduceren van autoverkeer in het Diemerpark grote impact heeft op de belevingswaarde en verkeersveiligheid wordt straal voorbijgegaan.

Door middel van dit raadsadres verzoeken wij u om af te zien van het realiseren van parkeerplaatsen in het Diemerpark op locatie ‘1a’  (‘optie A’ uit de meningspeiling door ‘De Wijde Blik’).
Hieronder geven wij in het kort daarvoor onze argumenten weer.

1.  Negeren van de belangrijkste uitkomst van het participatietraject is onbehoorlijk bestuur

Bewoners hebben zich ingespannen om via participatie-/adviesbureau ‘De Wijde Blik’ met het stadsdeelbestuur mee te denken en het participatieproces tot een succes te maken.
Het participatieproces heeft opgeleverd:
–      dat er een reële mogelijkheid voor een ‘parkeeroplossing’ buiten het park is gevonden, en
–      dat de meerderheid van de bewoners van IJburg dit een betere oplossing vindt dan parkeren in het park.

Bewoners hebben bijeenkomsten bezocht, energie, tijd en geld gestoken om een ‘parkeeroplossing’ buiten het park te vinden en onder de aandacht te brengen en zij hebben meegedaan aan de meningspeiling.
Deze mensen hebben er recht op om door het stadsdeelbestuur serieus genomen te worden.

  • Het is onbehoorlijk om achteraf nieuwe criteria te hanteren waaraan een ‘parkeeroplossing’ zou moeten voldoen, zoals de snelheid waarmee realisatie mogelijk is.

2. De mogelijkheid om ‘optie C’ te realiseren moet onderzocht worden

Als het klopt dat ‘optie C’ “wellicht niet te realiseren is“, had deze nooit voorgelegd mogen worden als een optie in de gehouden meningspeiling.

  • Door het opnemen van ‘optie C’ als keuzemogelijkheid in de peiling zijn bij de bewoners verwachtingen gewekt.
    Het is, mede omdat ‘optie C’ de overduidelijke voorkeur heeft gekregen, ronduit onbehoorlijk om nu om de mogelijkheden voor realisatie van ‘optie C’ niet verder te onderzoeken.
  • Als uit nader onderzoek blijkt dat ‘optie C’ niet gerealiseerd kan worden, dan dient voor een oplossing eerder gekeken te worden naar de parkeergarage onder het winkelcentrum van IJburg, dan naar de aanleg van een parkeerterrein in het Diemerpark.

3. De meningspeiling door ‘De Wijde Blik’ was wel degelijk representatief

Een keuze voor aanleg van parkeerplaatsen in het Diemerpark kan niet gebaseerd worden op een te gering aantal mensen dat meegedaan heeft met de meningspeiling door ‘De Wijde Blik’.
Volgens ‘De Wijde Blik’ is de opkomst statistisch gezien groot genoeg om een betrouwbare uitspraak te doen, zeker gezien de zeer eenduidige uitkomst van de peiling.

4. Belangenafweging Oeverzeggestraatbewoners – Diemerparkgebruikers

Met name “bewoners aan de kop van de Oeverzeggestraat” zouden door het realiseren van ‘optie C’ benadeeld worden.

  • De betreffende bewoners worden echter óók benadeeld als ‘optie A’ wordt gerealiseerd. Er komt dan namelijk óók doorgaand autoverkeer in de Oeverzeggestraat. Het gaat dus feitelijk alleen maar om het vermindering van de kwaliteit van hun uitzicht.
    We missen een realistische afweging tussen enerzijds het verminderd uitzicht voor een aantal bewoners in de Oeverzeggestraat en anderzijds de overlast, verkeersveiligheid en reductie van parkbeleving voor vele gebruikers van het Diemerpark.
  • Tegenover de nadelen van ‘optie C’ in de stedenbouwkundige uitgangspunten van het Grote Rieteiland staan de nadelen van ‘optie A’ in de stedenbouwkundige uitgangspunten voor het Diemerpark (Hoofdstructuur Groen).
    In dit verband wijzen wij op het advies uit december 2008 van de Amsterdamse Raad voor de Stadsontwikkeling ‘Naar een Groene Topstad – Advies over de Hoofdgroenstructuur’ waarin staat dat wanneer sportparken intensiever worden ingericht, bijvoorbeeld door de aanleg van kunstgrasvelden, de maat en kwaliteit van het groen vooral in de randen sterker gemaakt moet worden in verband met het stadsbeeld.
  • Parkeerplaatsen zijn in de Oeverzeggestraat minstens zo goed (of slecht) in te passen als op ‘optie A’. Vanwege eisen die gesteld zijn in verband met de sanering in het Diemerpark is in tegenstelling tot ‘optie A’ op ‘optie C’ wellicht een “verdiepte” aanleg van de parkeerplaatsen mogelijk.

5. Verkeersveiligheid is in het geding

Door de introductie van autoverkeer in het Diemerpark en met name op de 300 meter lange brug tussen de Oeverzeggestraat en het Diemerpark, wordt verkeersonveiligheid gecreëerd.

  • In de toelichting op het bestemmingsplan wordt scheiding van fiets- en autoverkeer vereist voor een “veilige vormgeving”. Zeker op de brug is die scheiding, en dus ook een veilige vormgeving, niet mogelijk.
    Dat wordt bewezen door dit filmpje: http://bit.ly/1htuPZ1
  • Het toelaten van autoverkeer is bovendien strijdig met de Mobiliteitsaanpak Amsterdam (MAA).
    Daarin staat dat de route behoort tot het Plusnet Fiets.
    Dat houdt in dat er voldaan moet worden aan eisen vanuit de landelijke visie ‘Duurzaam Veilig’ maar ook dat de breedte afgestemd moet zijn op het aantal fietsers dat er gebruik van maakt.
    Door het autoverkeer kan daar, zeker op de brug, niet aan voldaan worden.
  • De stelling in de voordracht van het dagelijks bestuur dat ‘optie A’ verkeersveiliger zou zijn dan ‘optie C’, wordt niet onderbouwd en door de Fietsersbond bestreden.

6. Gevolgen voor ‘geen parkeeroplossing’ worden overdreven

  • Dat het voortbestaan van de sportclubs afhangt van of er wel of niet een ‘parkeeroplossing’ komt, is een stelling die niet door argumenten wordt ondersteund.
    Uit onder andere het onderzoek van Arcadis over de ‘parkeerproef’ blijkt dat uitbreiding van de sportvelden in het Diemerpark zonder aanleg van nieuwe parkeerplaatsen zondermeer wél kan plaatsvinden. Het bewijs daarvoor wordt wekelijks geleverd.
  • De suggestie/bewering dat er momenteel parkeeroverlast / zoekverkeer in de “omliggende straten” rond het Diemerpark is, die zonder de realisatie van parkeerplaatsen in het park niet opgelost zou worden, klopt niet. Behoudens een enkel incident zoals die zich bij ieder ander sportpark voordoet, is er geen sprake van parkeeroverlast of zoekverkeer rond het Diemerpark, ook niet nadat het aantal sportvelden is verdubbeld van 2 naar 4.

7. Parkbeleving verder onder druk

Als er eenmaal een parkeerterrein in het park is gerealiseerd voorzien wij ontwikkelingen waardoor de parkbeleving door niet-voetballende of hockeyende parkbezoekers verder onder druk komt te staan.

  • ‘De Wijde Blik’ stelt in haar eindrapport dat een te realiseren parkeerterrein maximaal 60 dagen per jaar opengesteld zou worden voor bezoekers van competitiesportwedstrijden. Wij hebben er geen vertrouwen in dat als die parkeerplaatsen er eenmaal zijn, zij niet meer dan 60 dagen gebruikt zullen worden.
  • Het aantal aan te leggen parkeerplaatsen wordt gesteld op 42. Aangezien de beschikbaarheid van parkeerplaatsen in het Diemerpark ook voor IJburgers een uitnodiging is om met de auto naar de sportvelden te komen, mag niet worden uitgesloten dat er aan het dan aanwezige bestuur verzocht wordt het aantal parkeerplaatsen in het park te vergroten. Bij realisatie van parkeerplaatsen op ‘optie C’ ligt bij een toenemende parkeerplaatsbehoefte verwijzing naar de parkeergarage onder het winkelcentrum veel meer voor de hand.

Wij verzoeken u met bovenstaande opmerkingen en bezwaren rekening te houden.
Met vriendelijke groet,
het bestuur van ver. Vrienden van het Diemerpark

STADSDEELBESTUUR OOST LAAT PARTICIPERENDE BURGER IN DE KOU STAAN

Stadsdeel Oost start een ‘participatietraject’, maar het dagelijks bestuur weigert de gevolgen daarvan te accepteren.

Het stadsdeelbestuur van Amsterdam Oost wil 42 parkeerplaatsen in het Diemerpark aanleggen voor bezoekers van de sportvelden aldaar.

Omdat dat op veel bezwaar van parkgebruikers stuit, heeft de stadsdeelraad in juni 2013 besloten om een zogenaamd ‘participatietraject’ te volgen. Daarbij werden alle IJburgers uitgenodigd om, via adviesbureau ‘De Wijde Blik’, voorstellen te doen voor een mogelijke locatie van een ‘parkeeroplossing’ buiten het Diemerpark.

Deze uitnodiging is met beide handen aangegrepen.
IJburgers hebben bijeenkomsten van ‘De Wijde Blik’ bezocht, hebben er energie, tijd en geld in gestoken om een ‘parkeeroplossing’ buiten het park te vinden en onder de aandacht te brengen en hebben meegedaan aan de door ‘De Wijde Blik’ georganiseerde meningspeiling.

Het participatieproces is inmiddels succesvol afgerond en levert het  volgende resultaat op.
– Er is een reële mogelijkheid voor een ‘parkeeroplossing’ buiten het park, nl. aan de kop van de Oeverzeggestraat (‘optie C’).
– Een (representatieve!) meningspeiling onder IJburgers wijst uit dat een grote meerderheid van de bewoners dit een betere oplossing vindt dan parkeren in het park.

Omdat bewoners, samen met het adviesbureau, het participatieproces tot een succes gemaakt hebben, hebben zij er recht op om door het stadsdeelbestuur serieus genomen te worden.
Concreet betekent dit dat zij mogen verwachten dat het stadsdeelbestuur zich nu inspant om de door hen voorgestelde en gekozen optie C te realiseren.

Daar blijkt echter voorlopig niets van.
Integendeel.
Het dagelijks bestuur stelt voor om het belangrijkste resultaat uit het participatietraject volkomen te negeren en alsnog over te gaan tot het realiseren van een parkeerterrein in het Diemerpark.

De overheid wil graag participerende burgers, maar op deze manier wordt de zin en het vertrouwen in deze participatie wel erg op de proef gesteld.

 

DAGELIJKS BESTUUR OOST NEGEERT MENING IJBURGERS

Volgende week dinsdag 12 november a.s. wordt er in de commissie Openbare Ruimte en Financiën van stadsdeel Oost weer gesproken over de aanleg van parkeerplaatsen voor bezoekers van de sportvelden in het Diemerpark.
Het dagelijks bestuur stelt aan de stadsdeelraad voor om in het Diemerpark conform ‘optie A’, een parkeerterrein aan te leggen.
Met dit voorstel gaat het dagelijks bestuur lijnrecht in tegen de voorkeur van de IJburgers en het advies van participatiebureau ‘De Wijde Blik’ . Uit de representatieve peiling door participatiebureau ‘De Wijde Blik’ blijkt dat de meeste IJburgers een parkeerterrein in het Diemerpark (‘optie A’ en ‘optie B’) veel onwenselijker vinden dan parkeerplaatsen in de Oeverzeggestraat (‘optie C’).
Als motivatie voor de keuze voor parkeerterrein in het Diemerpark stelt het dagelijks bestuur dat er “grote behoefte is aan snelle besluitvorming”.
In de Oeverzeggestraat zou “gezien de nog te volgen juridisch planologische procedure en de te verrichten nadere onderzoeken” niet op korte termijn een ‘parkeeroplossing’ gerealiseerd kunnen worden.
Bij de behoefte aan een ‘snelle’ oplossing kunnen flinke vraagtekens gezet worden. Uit frequente tellingen van het aantal lege parkeerplaatsen in de parkeergarage onder het winkelcentrum blijkt immers dat daar ruim voldoende gelegenheid is om de parkeervraag van sportveldbezoekers op te vangen.
Het dagelijks bestuur ‘vergeet’ ook dat in verband met het door onze vereniging ingediende beroep bij de Raad van State tegen de vaststelling van het bestemmingsplan ook in het Diemerpark niet snel een parkeerterrein aangelegd kan worden.
(wordt vervolgd)