Geacht raadslid…

De voordracht waarin uw dagelijks bestuur de aanleg van parkeerplaatsen in het Diemerpark voorstelt, is zeer eenzijdig georiënteerd op het realiseren van parkeerplaatsen in het park.
Aan het feit dat het introduceren van autoverkeer in het Diemerpark grote impact heeft op de belevingswaarde en verkeersveiligheid wordt straal voorbijgegaan.

Door middel van dit raadsadres verzoeken wij u om af te zien van het realiseren van parkeerplaatsen in het Diemerpark op locatie ‘1a’  (‘optie A’ uit de meningspeiling door ‘De Wijde Blik’).
Hieronder geven wij in het kort daarvoor onze argumenten weer.

1.  Negeren van de belangrijkste uitkomst van het participatietraject is onbehoorlijk bestuur

Bewoners hebben zich ingespannen om via participatie-/adviesbureau ‘De Wijde Blik’ met het stadsdeelbestuur mee te denken en het participatieproces tot een succes te maken.
Het participatieproces heeft opgeleverd:
–      dat er een reële mogelijkheid voor een ‘parkeeroplossing’ buiten het park is gevonden, en
–      dat de meerderheid van de bewoners van IJburg dit een betere oplossing vindt dan parkeren in het park.

Bewoners hebben bijeenkomsten bezocht, energie, tijd en geld gestoken om een ‘parkeeroplossing’ buiten het park te vinden en onder de aandacht te brengen en zij hebben meegedaan aan de meningspeiling.
Deze mensen hebben er recht op om door het stadsdeelbestuur serieus genomen te worden.

  • Het is onbehoorlijk om achteraf nieuwe criteria te hanteren waaraan een ‘parkeeroplossing’ zou moeten voldoen, zoals de snelheid waarmee realisatie mogelijk is.

2. De mogelijkheid om ‘optie C’ te realiseren moet onderzocht worden

Als het klopt dat ‘optie C’ “wellicht niet te realiseren is“, had deze nooit voorgelegd mogen worden als een optie in de gehouden meningspeiling.

  • Door het opnemen van ‘optie C’ als keuzemogelijkheid in de peiling zijn bij de bewoners verwachtingen gewekt.
    Het is, mede omdat ‘optie C’ de overduidelijke voorkeur heeft gekregen, ronduit onbehoorlijk om nu om de mogelijkheden voor realisatie van ‘optie C’ niet verder te onderzoeken.
  • Als uit nader onderzoek blijkt dat ‘optie C’ niet gerealiseerd kan worden, dan dient voor een oplossing eerder gekeken te worden naar de parkeergarage onder het winkelcentrum van IJburg, dan naar de aanleg van een parkeerterrein in het Diemerpark.

3. De meningspeiling door ‘De Wijde Blik’ was wel degelijk representatief

Een keuze voor aanleg van parkeerplaatsen in het Diemerpark kan niet gebaseerd worden op een te gering aantal mensen dat meegedaan heeft met de meningspeiling door ‘De Wijde Blik’.
Volgens ‘De Wijde Blik’ is de opkomst statistisch gezien groot genoeg om een betrouwbare uitspraak te doen, zeker gezien de zeer eenduidige uitkomst van de peiling.

4. Belangenafweging Oeverzeggestraatbewoners – Diemerparkgebruikers

Met name “bewoners aan de kop van de Oeverzeggestraat” zouden door het realiseren van ‘optie C’ benadeeld worden.

  • De betreffende bewoners worden echter óók benadeeld als ‘optie A’ wordt gerealiseerd. Er komt dan namelijk óók doorgaand autoverkeer in de Oeverzeggestraat. Het gaat dus feitelijk alleen maar om het vermindering van de kwaliteit van hun uitzicht.
    We missen een realistische afweging tussen enerzijds het verminderd uitzicht voor een aantal bewoners in de Oeverzeggestraat en anderzijds de overlast, verkeersveiligheid en reductie van parkbeleving voor vele gebruikers van het Diemerpark.
  • Tegenover de nadelen van ‘optie C’ in de stedenbouwkundige uitgangspunten van het Grote Rieteiland staan de nadelen van ‘optie A’ in de stedenbouwkundige uitgangspunten voor het Diemerpark (Hoofdstructuur Groen).
    In dit verband wijzen wij op het advies uit december 2008 van de Amsterdamse Raad voor de Stadsontwikkeling ‘Naar een Groene Topstad – Advies over de Hoofdgroenstructuur’ waarin staat dat wanneer sportparken intensiever worden ingericht, bijvoorbeeld door de aanleg van kunstgrasvelden, de maat en kwaliteit van het groen vooral in de randen sterker gemaakt moet worden in verband met het stadsbeeld.
  • Parkeerplaatsen zijn in de Oeverzeggestraat minstens zo goed (of slecht) in te passen als op ‘optie A’. Vanwege eisen die gesteld zijn in verband met de sanering in het Diemerpark is in tegenstelling tot ‘optie A’ op ‘optie C’ wellicht een “verdiepte” aanleg van de parkeerplaatsen mogelijk.

5. Verkeersveiligheid is in het geding

Door de introductie van autoverkeer in het Diemerpark en met name op de 300 meter lange brug tussen de Oeverzeggestraat en het Diemerpark, wordt verkeersonveiligheid gecreëerd.

  • In de toelichting op het bestemmingsplan wordt scheiding van fiets- en autoverkeer vereist voor een “veilige vormgeving”. Zeker op de brug is die scheiding, en dus ook een veilige vormgeving, niet mogelijk.
    Dat wordt bewezen door dit filmpje: http://bit.ly/1htuPZ1
  • Het toelaten van autoverkeer is bovendien strijdig met de Mobiliteitsaanpak Amsterdam (MAA).
    Daarin staat dat de route behoort tot het Plusnet Fiets.
    Dat houdt in dat er voldaan moet worden aan eisen vanuit de landelijke visie ‘Duurzaam Veilig’ maar ook dat de breedte afgestemd moet zijn op het aantal fietsers dat er gebruik van maakt.
    Door het autoverkeer kan daar, zeker op de brug, niet aan voldaan worden.
  • De stelling in de voordracht van het dagelijks bestuur dat ‘optie A’ verkeersveiliger zou zijn dan ‘optie C’, wordt niet onderbouwd en door de Fietsersbond bestreden.

6. Gevolgen voor ‘geen parkeeroplossing’ worden overdreven

  • Dat het voortbestaan van de sportclubs afhangt van of er wel of niet een ‘parkeeroplossing’ komt, is een stelling die niet door argumenten wordt ondersteund.
    Uit onder andere het onderzoek van Arcadis over de ‘parkeerproef’ blijkt dat uitbreiding van de sportvelden in het Diemerpark zonder aanleg van nieuwe parkeerplaatsen zondermeer wél kan plaatsvinden. Het bewijs daarvoor wordt wekelijks geleverd.
  • De suggestie/bewering dat er momenteel parkeeroverlast / zoekverkeer in de “omliggende straten” rond het Diemerpark is, die zonder de realisatie van parkeerplaatsen in het park niet opgelost zou worden, klopt niet. Behoudens een enkel incident zoals die zich bij ieder ander sportpark voordoet, is er geen sprake van parkeeroverlast of zoekverkeer rond het Diemerpark, ook niet nadat het aantal sportvelden is verdubbeld van 2 naar 4.

7. Parkbeleving verder onder druk

Als er eenmaal een parkeerterrein in het park is gerealiseerd voorzien wij ontwikkelingen waardoor de parkbeleving door niet-voetballende of hockeyende parkbezoekers verder onder druk komt te staan.

  • ‘De Wijde Blik’ stelt in haar eindrapport dat een te realiseren parkeerterrein maximaal 60 dagen per jaar opengesteld zou worden voor bezoekers van competitiesportwedstrijden. Wij hebben er geen vertrouwen in dat als die parkeerplaatsen er eenmaal zijn, zij niet meer dan 60 dagen gebruikt zullen worden.
  • Het aantal aan te leggen parkeerplaatsen wordt gesteld op 42. Aangezien de beschikbaarheid van parkeerplaatsen in het Diemerpark ook voor IJburgers een uitnodiging is om met de auto naar de sportvelden te komen, mag niet worden uitgesloten dat er aan het dan aanwezige bestuur verzocht wordt het aantal parkeerplaatsen in het park te vergroten. Bij realisatie van parkeerplaatsen op ‘optie C’ ligt bij een toenemende parkeerplaatsbehoefte verwijzing naar de parkeergarage onder het winkelcentrum veel meer voor de hand.

Wij verzoeken u met bovenstaande opmerkingen en bezwaren rekening te houden.
Met vriendelijke groet,
het bestuur van ver. Vrienden van het Diemerpark

Advertenties