Feiten over de besluitvorming over de grootte van het sportterrein in het Diemerpark

Samenvatting

Het heeft lang geduurd, maar eindelijk heeft het college van B&W  toegegeven dat de procedure rond de vaststelling van het bestemmingsplan voor het sportterrein in het Diemerpark niet correct verlopen is.
In de gemeenteraadsvergadering van 2 juli zei wethouder Van der Burg (Ruimtelijke Ordening) dat het college tot tweemaal toe verkeerd is geïnformeerd: eenmaal door de Stadsdeelraad Oost en eenmaal door de Bestuurscommissie Oost.
Het gevolg hiervan was dat het college op haar beurt de gemeenteraad incorrecte informatie heeft verstrekt.
De erkenning door de wethouder van de incorrecte besluitvorming, betekent dat ons beroep bij de Raad van State tegen de vaststelling van het bestemmingsplan gegrond verklaard had moeten worden.

—–

  1. In het vorige bestemmingsplan is de maximum oppervlakte bebouwing voor het Diemerpark als geheel, gesteld op 2.000 m2.
    Het waterzuiveringsgebouw in het Diemerpark is ongeveer 600 m2 groot.
    In het vorige bestemmingsplan is dus rekening gehouden met maximaal 1.400 m2 bebouwing voor natuur-, sport-, en recreatie-functies in het park.
  2. Bij de start van de plannen om het aantal kunstgrassportvelden uit te breiden van twee naar zes (voorjaar 2011) hebben zowel de voetbal- als de hockeyvereniging bij het Stadsdeel een programma van eisen ingediend, gebaseerd op de richtlijnen van de sportbonden (resp. KNVB en KNHB).
    Voor de voetbalvereniging werd de ruimtebehoefte berekend op ca. 765 m2, voor de hockeyvereniging 690 m2: samen dus 1.455 m2.

Conclusie: de gewenste oppervlakte aan bebouwing op grond van richtlijnen van de sportbonden komt nagenoeg overeen met waarmee rekening was gehouden in het vorige bestemmingsplan (zie punt 1).

  1. In de notitie ‘Rapportage uitbreiding sportvelden Diemerpark’ (06-06-2011) schrijft de portefeuillehouder ‘sport’ van het stadsdeelbestuur aan het Dagelijks Bestuur van het stadsdeel dat hij in de clubgebouwen ruimte wil creëren voor een fysiotherapie-praktijk en buitenschoolse opvang: 125 m2 in het gebouw van de voetbalvereniging en 120 m2 in het gebouw van de hockeyvereniging.
    Dit zou de grootte van de clubgebouwen brengen op resp. 890 m2 voor het gebouw van de voetbalvereniging en 810 m2 voor het gebouw van de hockeyvereniging: samen 1.700 m2.
  2. Stadsdeel Oost heeft in verband met de vaststelling van het (nieuwe) bestem-mingsplan ‘IJburg 1e fase’ twee keer aan de TAC om een advies gevraagd: de eerste keer in verband met de vaststelling van het bestemmingsplan als geheel (29-03-2012), de tweede keer specifiek in verband met de voorgenomen uitbreiding van het sportterrein in het Diemerpark (16-07-2012).
    In deze laatste aanvraag schrijft het stadsdeel dat de aanduiding op de kaart in de Structuurvisie waar in het Diemerpark de sportvelden mogen komen “in omvang onvoldoende is voor de realisatie van de zes sportvelden“.
    De TAC schreef (06-06-2012) dat het stadsdeel “een breder gebied wil bestemmen als sport“.
    De TAC ging daarmee akkoord, daarbij wijzend op de 2.000 m2 die als maximum bebouwing voor het héle Diemerpark geldt en het voorontwerp bestemmingsplan, waarin volgens de TAC, maximaal 1.700 m2 aan bebouwing in de bestemming ‘Sport’ zou staan.
  3. In de door ons ingediende zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan (11-12-2012) trekken we in twijfel of het bestemmingsplan in overeenstemming is met de Structuurvisie.
    In een mail aan de TAC, met CC aan het stadsdeel (25-01-2013) schreven wij: “In het TAC-advies staat dat het vigerende bestemmingsplan maximaal 2.000 m2 aan bebouwing toestaat in het Diemerpark als geheel. Het ‘VO-bestemmingsplan’ zou in de bestemming ‘sport’ ten behoeve van clubgebouwen 1.700 m2 aan bebouwing mogelijk maken.”
    We stelden de vraag: “Heeft de TAC ook rekening gehouden met de thans aanwezige bebouwing in het Diemerpark in de vorm van het waterzuiverings-gebouw en bijbehorende voorzieningen, zoals enkele gebouwtjes langs de Diemerzeedijk? Dit alles samen zou de 2.000 m2 overschrijden.”
    In de reactie hierop van wethouder Van Poelgeest (27-03-2013) werd deze vraag niet beantwoord.

Conclusie: in januari 2013, dus ruim voor de vaststelling van het nieuwe bestemmings-plan, zijn zowel de TAC als het stadsdeel al geattendeerd op een verschil in maximaal mogelijke bebouwing tussen het dan nog vigerende bestemmingsplan en het (nieuwe) ontwerpbestemmingsplan.

  1. In openbare vergaderingen van de Stadsdeelraad is nooit gesproken over de grootte van de clubgebouwen en/of over de TAC-adviezen.
    Op 25-06-2013 stelde de Stadsdeelraad Oost het bestemmingsplan ‘IJburg 1e fase’ vast. Op de kaart van het Diemerpark staat in de bestemming ‘Sport’ 2.000 m2 als maximum bebouwing.
    In de Toelichting staat ten aanzien van de bestemming ‘Sport’: “Voor wat betreft de bebouwing worden de rechten uit het vigerende bestemmingsplan overgenomen: een oppervlak van maximaal 2.000 m².”

Conclusie: De stelling in de Toelichting dat in de bestemming ‘Sport’ de rechten uit het vigerende bestemmingsplan zijn overgenomen, is onjuist (zie punt 1).
Bebouwing van 2.000 m2 in de bestemming ‘Sport’  plus ongeveer 600 m2 voor het waterzuiveringsgebouw brengt de maximum voor de bebouwing voor het Diemerpark als geheel op 2.600 m2.
Ten opzichte van het vorige bestemmingsplan is dit een vergroting van 30%.

  1. In een brief aan het college van B&W en de gemeenteraad (24-02-2014) signaleren wij een verschil tussen de afbeelding van het sportterrein in de aanvraag van het TAC-advies en het vastgestelde bestemmingsplan.
    In antwoord daarop zegt wethouder Van Poelgeest (14-05-2014) dat de afwijking naar zijn mening niet significant is en schrijft hij:Concluderend ben ik van mening dat de bestemming ‘Sport’ (…) niet alleen passend is in de Hoofdgroenstructuur, maar ook dat daarvoor een valide advies van de TAC bestaat.”
  2. In antwoord op schriftelijke vragen vanuit de gemeenteraad (PvdD/SP) (20-02-2014) schrijft wethouder Van Poelgeest: “Het nu geldende bestemmingsplan IJburg 1e fase staat niet meer toe dan het vorige bestemmingsplan. Het vorige plan liet maximaal 2.000 m2 bebouwing toe in het Diemerpark als geheel.
    Het geldende bestemmingsplan maakt 1.700 m2 aan bebouwing mogelijk voor twee sportclubgebouwen, één van maximaal 890 m2 en één van maximaal 810 m2.”
    (14-05-2014)

Conclusie: Dit antwoord van de wethouder is om twee redenen niet correct:
(a) het geldende bestemmingsplan staat 600 m2 méér bebouwing toe dan het vorige  bestemmingsplan en
(b) het geldende bestemmingsplan maakt geen 1.700 m2 maar 2.000 m2 aan bebouwing voor de sportverenigingen mogelijk.

  1. Naar aanleiding van een vraag vanuit de raadscommissie RO (29-10-2014) over de bevoegdheid van de wethouder RO om in de Structuurvisie het groentype ‘ruigtegebied /struinnatuur’ in het Diemerpark te wijzigen in het groentype ‘sportpark’ i.v.m. uitbreiding van het sportterrein, antwoordt wethouder Van der Burg (13-02-2015): “De wijziging van het groentype is een logische consequentie van de vaststelling van het Bestemmingsplan IJburg 1e fase. Er lag een positief TAC-advies voor dit bestemmingsplan, waardoor er voor stadsdeel Oost geen aanleiding was om een afwijkingsprocedure in samenspraak met de wethouder RO te doorlopen en daarbij de wijziging van groentype expliciet aan de orde te stellen.

  2. In de raadscommissie RO van 27-05-2015 erkent wethouder Van der Burg dat de maximum oppervlakte aan bebouwing is vergroot van 2.000 m2 in het vorige bestemmingsplan naar 2.600 m2 in het nieuwe bestemmingsplan.
    Hij zegt: “Het college is fout geïnformeerd door het stadsdeel Oost. Daarover ga ik een gesprek aan met het stadsdeel Oost.
    Hij zegt dat het bestemmingsplan inmiddels wel al onherroepelijk is.
    Hij zegt toe de gemeenteraad een Memo te sturen over hoe een bestaand, onherroepelijk, bestemmingsplan gewijzigd kan worden.
  3. In de gemeenteraadsvergadering van 02-07-2015 zegt wethouder Van der Burg: “De gemeenteraad van Amsterdam is twee keer verkeerd geïnformeerd. Eén keer door mijn voorganger, de heer Van Poelgeest, één keer door mij. (…) Het was de ene keer het Stadsdeel en de andere keer de Bestuurscommissie die ons verkeerde informatie heeft gegeven.”
    Het TAC-advies moet volgens de wethouder in het jaaroverzicht van TAC-adviezen beschreven worden “als een potentieel negatief advies“.

Conclusie: De wethouder erkent dat aan de vaststelling van het bestemmingsplan met betrekking tot het Diemerpark géén valide TAC-advies ten grondslag ligt.
Hij wijt dat aan verkeerde informatie aangeleverd door Stadsdeelraad en de Bestuurs-commissie Oost aan de TAC.

Los daarvan, als de TAC rekening had gehouden met de reeds aanwezige bebouwing in de vorm van het waterzuiveringsgebouw, had zij, ook bij de veronderstelling dat er 1.700 m2 aan maximum bebouwing in de bestemming ‘Sport’ was opgenomen, kunnen constateren dat de maximum bebouwing in het Diemerpark in het nieuwe (huidige) bestemmingsplan was toegenomen ten opzichte van het vorige bestemmingsplan.

Dat deze feiten niet zijn opgemerkt, heeft tot gevolg gehad, dat de TAC een positief advies heeft afgegeven, er geen afwijkingsprocedure in samenspraak met de wethouder RO is doorlopen, en dat het besluitvormingsproces daardoor ten onrechte geheel buiten de gemeenteraad is verlopen.

Dat het nieuwe bestemmingsplan voor het Diemerpark strijdig is met de Structuurvisie is door ons op diverse manieren, bij diverse gelegenheden en bij diverse instanties aan de orde gesteld.
Wij vonden daarvoor geen gehoor, niet bij de TAC, niet bij de Stadsdeelraad, niet bij de gemeenteraad en niet bij de Raad van State (zie hierna).
Wethouder Van Poelgeest heeft niet alleen de gemeenteraad verkeerd geïnformeerd, maar ook onze vereniging (zie punt 7).

  1. Wij tekenden bij de Raad van State beroep aan tegen de vaststelling van het bestemmingsplan (07-10-2013).
    In ons beroepschrift stelden we dat de plannen voor het Diemerpark niet in overeenstemming zijn met de Structuurvisie.
    Daarbij merkten we op dat er geen valide advies van de TAC is: “Het bij het bestemmingsplan bijgesloten advies van de TAC sluit niet aan bij de in het bestemmingsplan beschreven plannen.”
    De Raad van State zei in de uitspraak op ons beroep dat wij terecht hebben opgemerkt dat het sportpark inclusief parkeervoorzieningen “niet geheel past binnen het gedeelte waarvoor in de structuurvisie het groentype ‘sportpark’ geldt“. Maar niettemin was de Raad van oordeel, daarbij expliciet verwijzend naar de TAC-adviezen, dat de Stadsdeelraad zich toch “in redelijkheid op het standpunt had kunnen stellen dat het sportterrein inpasbaar is“.
    Daarom was er volgens de Raad van State “geen aanleiding voor het oordeel dat het plan in strijd met de Structuurvisie is“.
    Ons beroep werd daarom ongegrond verklaard. (21-05-2014).
    (Zie voor de volledige uitspraak van de Raad van State: https://diemerparkgroen.wordpress.com/beroep-raad-van-state/)

Conclusie: De Raad van State heeft ons beroep ongegrond verklaard omdat, naar de mening van de Raad, de TAC een valide advies afgegeven had.
Nu door de wethouder is vastgesteld dat dat niet het geval is, verklaart hij ons beroep in feite als gegrond.

—–

Advertenties

Vrienden Diemerpark vragen om nieuwe bestemmingsplanprocedure

Wij zeiden het al heel lang, maar eindelijk heeft het college van B&W van Amsterdam toegegeven dat de procedure rond de vaststelling van het bestemmingsplan voor het sportterrein in het Diemerpark niet correct verlopen is.

Het gaat om de advisering door de Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur, afgekort: TAC. Deze commissie moet altijd een advies uitbrengen als er een bestemmingsplan wordt vastgesteld waarbij de Hoofdgroenstructuur van Amsterdam, zoals bijvoorbeeld het Diemerpark, betrokken is.
De TAC had voor de ontwikkeling van het sportterrein een ‘positief advies’ afgegeven.
Dat wil zeggen dat zij het niet nodig vond om het plan eerst nog door de centrale stad (gemeenteraad) te laten beoordelen.

Wij hebben bij de gemeenteraad én bij de Raad van State betoogd dat het TAC-advies niet klopte, omdat het plan waarover zij advies hadden uitgebracht ánders was dan het plan dat in het bestemmingsplan was vastgesteld.
Wij vonden daar geen gehoor voor.
Tót de gemeenteraadsvergadering van 2 juli jongstleden.

In antwoord op vragen uit de gemeenteraad zei wethouder van der Burg (Ruimtelijke Ordening) dat het college van B&W over het sportterrein in het Diemerpark door zowel de toenmalige Stadsdeelraad Oost als de huidige Bestuurscommissie Oost verkeerd was geïnformeerd.
Het gevolg hiervan was dat het college van B&W op háár beurt de gemeenteraad incorrecte informatie heeft verstrekt.
De wethouder zal daarover “een goed gesprek” hebben met de Bestuurscommissie.

De erkenning door de wethouder van de incorrecte besluitvorming, betekent dat ons beroep bij de Raad van State tegen de vaststelling van het bestemmingsplan gegrond verklaard had moeten worden.
Wij hebben wethouder Van der Burg verzocht om een nieuwe bestemmingsplanprocedure te starten.

‘Boerderij op IJburg’ in het Proefeilandpark

‘BOERDERIJ OP IJBURG’ HOORT OP IJBURG, bijvoorbeeld in het PROEFEILANDPARK, NIET IN HET DIEMERPARK

150701 Proefeilandpark

Afb.: Het Proefeilandpark op het Steigereiland

Het bestuur van de succesvolle ‘Boerderij op IJburg’ heeft van de gemeente Amsterdam te horen gekregen dat zij per 1 juli 2016 weg moeten van de tijdelijke locatie, kavel 70. Wethouder Van der Burg heeft namelijk besloten om op kavel 70 een tennishal te bouwen. Hij wil daarmee het toptennis in Amsterdam faciliteren.
Een besluit waar men vraagtekens bij kan zetten. Hoort een dergelijke voorziening wel thuis op een plek ergens achteraf in een woonbuurt op IJburg? Doet een 16 meter hoge dichte doos niet enorme afbreuk aan die plek, die gekenmerkt wordt door kleinschalige bebouwing? Zowel het park als het Rieteiland zouden lijden onder deze horizonvervuiling. Men kan zich voorstellen dat zelfs veel leden van de tennisclub zich afvragen of ze dit wel willen! En de Boerderij zou daarvoor moeten wijken?

Onderzoek naar vijf locaties

Er is veel draagvlak om de Boerderij te behouden en in principe een definitieve locatie aan te bieden. Volgens veel IJburgers is dat een redelijke wens of eis.
In de gemeenteraadsvergadering van 2 juli 2015 zei wethouder Van der Burg dat de gemeente inmiddels onderzoek doet naar vijf mogelijke locaties voor de Boerderij: één op het Zeeburgereiland, twee op het Centrumeiland en twee in het Diemerpark. Over waar die plekken precies zijn en welke afwegingen er worden gemaakt is er nog volledige onduidelijkheid. Wel zouden de locaties in het Diemerpark “de meeste kans” maken.

Beschermen natuurfunctie van het Diemerpark

De vereniging Vrienden van het Diemerpark heeft al eerder laten weten niet voor nieuwe, niet-natuurgerichte recreatieve functies in het Diemerpark te zijn, aangezien dat ten koste gaat van de hoofdfunctie ‘natuur’ van het park. In de Structuurvisie Amsterdam 2040 geldt als ‘beleidsintentie’ voor het groentype ‘ruigtegebied/struinnatuur’ in het Diemerpark: “Deze gebieden mogen niet opgevuld raken met andere functies of met andersoortige groenfuncties (volkstuinen, sportparken, parken e.d.). Intensieve recreatievormen en recreatie die niet primair op de natuur is gericht, zijn niet toegestaan.” Daar valt wat de Diemerparkvrienden betreft, ook een voorziening als de Boerderij op IJburg onder.

De afgelopen jaren heeft men allerlei functies in het park geplaatst die afbreuk doen aan de natuurfunctie: het sportterrein is uitgebreid, er wordt meer bebouwing voorzien, verlichtingsmasten, parkeerplaatsen inclusief  ontsluiting voor autoverkeer en trimtoestellen. Daarnaast worden in het Diemerpark met enige regelmaat wielerwedstrijden en andere sportevenementen gehouden, dus eveneens recreatie die niet natuurgericht is. De vereniging vindt dat het Diemerpark als onderdeel van de ecologische verbindingszone veilig gesteld moet worden door geen extra fysieke niet-natuurgerichte recreatieve voorzieningen en functies meer toe te laten. Dat is wat men van een gemeentebestuur mag verwachten vanuit het door de gemeenteraad vastgesteld beleid.

Proefeilandpark is goede locatie

De Vrienden zijn van mening dat de Boerderij op IJburg in of vlak bij de woonomgeving thuis hoort. Dit, omdat de voorziening goed toegankelijk moet zijn voor frequente bezoekers en gebruikers, zoals kinderen, ouders, scholieren, gehandicapten, enz.. De meesten komen te voet, op de fiets en waarschijnlijk ook wel met busjes.
In verband met laden-lossen, aan- en afvoer van materialen, voer, dieren e.d. is een goede bereikbaarheid voor bestelwagens, kleine vrachtauto’s en eventueel auto’s met aanhanger ook nodig. Daar voldoet de huidige locatie aan, maar er zijn ook andere locaties denkbaar.
Het zou heel mooi zijn wanneer passanten de locatie kunnen zien en de plek een zekere ‘eigenheid’ of uitstraling heeft. Daardoor wordt de Boerderij op IJburg nog meer als vanzelfsprekend onderdeel van IJburg ervaren en gaat de voorziening meedoen in de beeldvorming van de IJburgse omgeving. De nabijheid van scholen e.d. zou gunstig zijn. Een plek als het Proefeilandpark, al dan niet in combinatie met de resterende ruimte van het Steigerpark, zou heel geschikt zijn en het park meer betekenis geven. Het park is groot genoeg voor voldoende uitbreidingsmogelijkheden: naast plekken voor de noodzakelijke bebouwing is er ook ruimte voor de dieren om zich terug te trekken om meer natuurlijk gedrag te ontwikkelen. Duidelijk een win-winsituatie, waarbij IJburg er zichtbaar een activiteit bij krijgt, een weinig gebruikte plek een zinvolle bestemming krijgt en een wat anoniem park een heldere functie krijgt.

Het onderbrengen van de Boerderij op IJburg in het Diemerpark is niet nodig en niet wenselijk.

 —–