Beroepschrift Raad van State

Geachte mevrouw/meneer,

Hierbij stellen wij beroep in tegen het besluit van 25 juni 2013 door de deelraad van stadsdeel Amsterdam Oost tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan IJburg 1e fase.
Onze vereniging, ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 538 907 79, is op 3 december 2011 opgericht en heeft o.a. als doelstelling het weren van gemotoriseerd verkeer uit het Diemerpark.
Het Diemerpark is onderdeel van het plangebied IJburg 1e fase.
Bijgesloten zijn onze statuten.
Op 11 december 2012 hebben wij (tijdig) een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan naar voren gebracht.

Een parkeerterrein in het Diemerpark?

In de driehoek die gevormd wordt door het Dick Hilleniuspad, het Han Rensenbrinkpad en het Jan Beijerpad staan twee gebieden aangeduid als ‘wro-zone-wijzigingsgebied’. Het Dick Hilleniuspad is aangeduid met ‘verkeer-1′.

Bestemmingsplan wro-zone-wijzigingsgebied

Door deze aanduidingen wordt het mogelijk om op deze locaties parkeerplaatsen aan te leggen. Deze zouden bedoeld zijn voor mensen die de auto gebruiken om de sportvelden in het Diemerpark te bezoeken.
Wij hebben ernstige bezwaren tegen de aanleg van parkeervoorzieningen voor auto’s in het Diemerpark.

Punten van bezwaar

1. In het Diemerpark ‘horen’ geen parkeerplaatsen.

a. Er is geen evenwicht tussen de baten en de lasten van parkeerplaatsen in het Diemerpark.

De introductie van autoverkeer in het Diemerpark betekent een forse aanslag op de oase van rust die het Diemerpark nu is.
Autoverkeer zal de aantoonbaar hoog gewaardeerde kwaliteiten van het park ernstig aantasten.
Wie daarvoor verantwoordelijk wil zijn, moet goede redenen hebben.
De enige reden is echter dat het stadsdeelbestuur de sporters die 1 of 2 keer per jaar in het Diemerpark een uitwedstrijd spelen een parkeerplek vlak bij hun bestemming wil kunnen aanbieden.
De effecten daarvan staan in geen verhouding tot de nadelige gevolgen voor de vele andere bezoekers van het park, waaronder de vele fietsers voor wie de (bijna) dagelijkse route door het park een even zo frequent waardevol contact met ‘natuur’ betekent.

b. Er worden onjuiste argumenten gehanteerd voor de aanleg van parkeerplaatsen in het Diemerpark.

De bewering in de Toelichting op het bestemmingsplan dat er buiten het Diemerpark geen mogelijkheden zijn om te voldoen aan de behoefte aan parkeerplaatsen voor de bezoekers van de sportvelden, klopt niet.
Er wordt verwezen naar een onderzoek dat uitgewezen zou hebben dat de parkeergarage onder het winkelcentrum van IJburg (op zo’n 900 meter afstand van de sportvelden), niet voldoende capaciteit zou hebben.
Uit een door ons uitgevoerde analyse blijkt dat die conclusie niet klopt.
Er zijn in het betreffende onderzoek essentiële  fouten gemaakt.
Hoewel het gebruik van de parkeergarage onder het winkelcentrum veel voordelen heeft, is dat niet het enige reële alternatief voor parkeerplaatsen in het Diemerpark. Tijdens een door het stadsdeel geïnitieerd participatietraject, waarbij IJburgers en andere omwonenden van het Diemerpark suggesties konden indienen voor andere ‘parkeeroplossingen’ dan die in het Diemerpark en de parkeergarage onder het winkelcentrum, is gebleken dat het aanleggen van een voldoende groot parkeerterrein in de Oeverzeggestraat, dus buiten het Diemerpark, een reële mogelijkheid is.
De aanleg van parkeerplaatsen in het Diemerpark is dus zeker niet noodzakelijk voor het functioneren van de sportvelden.
Temeer daar de betrokken sportclubs AFC IJburg en AHC IJburg de oplossing in de Oeverzeggestraat acceptabel achten.

2. Verkeerstechnische bezwaren worden weggemoffeld.

Autoverkeer in het Diemerpark zorgt onherroepelijk voor onveilige verkeerssituaties.
Die worden in het bestemmingsplan genegeerd of gebagatelliseerd.

a. Ontsluiting van het park voor autoverkeer kan niet ‘veilig’.
Scheiden van langzaam verkeer en autoverkeer wordt in deToelichting op het bestemmingsplan als voorwaarde genoemd voor een veilig vormgegeven ontsluiting. Zo’n scheiding is onmogelijk op de smalle, 300 meter lange brug tussen de Oeverzeggestraat en het Diemerpark.

b. Het park wordt toegankelijk voor bromscooters.
Met de introductie van autoverkeer in het park, wordt het park ook  toegankelijk voor bromscooters (met geel nummerbord).
Over de gevolgen daarvan en eventuele voorwaarden wordt met geen woord gerept.

c.  Het Dick Hilleniuspad is niet als doorgaande rijweg bedoeld.
In het bestemmingsplan is aan het Dick Hilleniuspad in het Diemerpark de bestemming ‘verkeer-1′ gegeven.
Deze aanduiding maakt doorgaand autoverkeer  in het park mogelijk.
Dit houdt een wijziging in van het bestaande bestemmingsplan die naar onze mening in strijd is met de door de stadsdeelraad beoogde ruimtelijke ordening.

3. Niet in overeenstemming met de Structuurvisie Amsterdam 2040.

De gemeente Amsterdam erkent in de Structuurvisie Amsterdam 2040 dat ‘groen’ een onmisbare functie vervult voor “groene recreatie, verbetering leefklimaat, waterhuishouding, hittedemping, verbetering luchtkwaliteit, biodiversiteit en voedselproductie.” (Structuurvisie Amsterdam 2040 , pag. 239).
Niet alle hier genoemde aspecten spelen een rol in het Diemerpark, maar dat voor ingrepen in de Hoofdgroenstructuur, zoals het Diemerpark, een zorgvuldige besluitvorming noodzakelijk is, is evident.
Ruimtelijke ontwikkelingen in de Hoofdgroenstructuur moeten volgens de Structuurvisie op inpasbaarheid worden beoordeeld, waarvoor een aantal criteria gelden.
Per ‘groentype’ zijn bepaalde ingrepen wel en niet toegestaan.

a. Parkeerplaatsen gaan ten koste van het ‘Natuurdeel Diemerpark’

Het stadsdeelbestuur had logischer- en redelijkerwijs bij de beslissing om zes competitiesportvelden in het Diemerpark aan te leggen, kunnen weten dat in die situatie niet voorzien kan worden in parkeergelegenheid vlak bij de sportvelden.
Die consequentie is dus een gegeven waarmee men rekening moet houden.
In de Structuurvisie Amsterdam 2040 staat als beleidsintentie voor het groentype ‘ruigtegebied/struinnatuur’, waartoe het grootste deel van het Diemerpark behoort: “Deze gebieden mogen niet opgevuld raken met  andere functies of andersoortige groenfuncties (volkstuinen, sportparken, parken e.d.)”.
Als in het Diemerpark het sportpark wordt vergroot door de aanleg van parkeerplaatsen, gaat dat ten koste van het omliggende groentype ‘ruigtegebied/struinnatuur’.
Dan gebeurt precies datgene wat in de Structuurvisie als ongewenst wordt beschouwd.
De afwezigheid van parkeergelegenheid in het park staat het feitelijk functioneren van de sportvoorzieningen niet in de weg, aangezien er andere naburige parkeeroplossingen mogelijk zijn.

b. Er is geen valide advies van de Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur

Het oordeel of een ruimtelijke ontwikkeling in de Hoofdgroenstructuur passend is in de Structuurvisie Amsterdam 2040 is door de gemeenteraad van Amsterdam gedelegeerd aan de Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur, kortweg ‘TAC’ genoemd. Het bij het bestemmingsplan bijgesloten advies van de TAC sluit niet aan bij de in het bestemmingsplan beschreven plannen.

Hierna volgt een toelichting op de hier genoemde punten.

Toelichting punt 1. In het Diemerpark ‘horen’ geen parkeerplaatsen.

a. Geen evenwicht tussen baten en lasten van parkeerplaatsen in het Diemerpark

Het belang van ‘groen’ voor de gezondheid en welzijn van stadsbewoners is moeilijk te overschatten.
Dat geldt voor inwoners van de binnenstad van Amsterdam, maar zeker ook voor de bewoners in IJburg, voor wie de sanering van de vuilstortplaats aan de Diemerzeedijk (waardoor het Diemerpark ontstond) voorwaarde was om op IJburg te kunnen wonen (zie de Toelichting op het bestemmingsplan, pag. 10).
Welke belangen worden gediend en geschaad door de aanleg van parkeerplaatsen in het Diemerpark?
Tegenover het belang van de competitievoetballer of -hockeyer die 1 of 2 keer per jaar een uitwedstrijd speelt in het Diemerpark en die bij beschikbaarheid van een parkeerplaats in het park pal naast zijn bestemming kan parkeren, staat het belang van de dagelijkse of wekelijkse recreatieve bezoeker van het park, het spelende kind, de natuurliefhebber, de zoeker naar rust en ontspanning, de hardloper, de skater en de (recreatieve en woon-werk, jonge en oude) fietser voor wie een autovrij Diemerpark belangrijk is voor zijn gezondheid, veiligheid en welzijn.
Plannen voor het aanleggen van parkeerplaatsen in het park getuigen van een onevenwichtige afweging van belangen.

b. Onjuiste argumenten voor de aanleg van parkeerplaatsen in het Diemerpark

In tegenstelling tot wat op pag. 25/26 in de Toelichting op het bestemmingsplan staat, is het aanleggen van parkeerplaatsen in het Diemerpark niet “onvermijdelijk”.
De argumentatie voor de aanleg van parkeerplaatsen in het Diemerpark is gebaseerd op:
1.  een niet correct uitgevoerd onderzoek dat uitgevoerd is naar de mogelijkheid om sportveldbezoekers gebruik te laten maken van de parkeergarage onder het winkelcentrum van IJburg, en
2. de onterechte veronderstelling dat er buiten het Diemerpark niet voldoende ruimte is om te voldoen aan de behoefte aan parkeerplaatsen voor de sportveldbezoekers.
ad. 1. In het najaar van 2012 is een pilot uitgevoerd om proefondervindelijk vast te stellen of de parkeergarage van het winkelcentrum IJburg voldoet als parkeeroplossing voor het sportpark in het Diemerpark. Aan de hand van de pilot is geconcludeerd dat de parkeergarage van winkelcentrum IJburg geen volwaardige en geen toekomstbestendige oplossing biedt voor de parkeerbehoefte van het sportpark in het Diemerpark.” (Toelichting bestemmingsplan, pag. 25). “Omdat uit de pilot is gebleken dat parkeren in de parkeergarage van het winkelcentrum geen volwaardige en geen toekomstbestendige oplossing biedt voor de parkeerbehoefte van het sportpark in het Diemerpark, is parkeren in het Diemerpark mogelijk gemaakt.” (Toelichting bestemmingsplan, pag. 90).
Uit onze analyse van de betreffende onderzoeksgegevens blijkt dat er in het onderzoek en de rapportage daarover fundamentele fouten zijn gemaakt.
Zo waren er bijvoorbeeld zeer relevante verschillen tussen de omstandigheden tijdens de nulmeting en die tijdens de experimentele metingen.
Ook zijn resultaten van metingen onjuist weergegeven in het onderzoeksrapport.
De conclusie dat de parkeergarage van het winkelcentrum IJburg “geen volwaardige en geen toekomstbestendige oplossing” zou zijn, is dan ook niet terecht.
Wij hebben onze bevindingen vastgelegd in een rapport dat we als raadsadres bij de stadsdeelraad hebben ingediend.
Het enige dat we daarop van het stadsdeel hoorden, was “dat het betrokken zou worden bij de behandeling van het bestemmingsplan“.
Een inhoudelijke reactie hebben we er nooit op ontvangen.
Dat is, gezien de impact van de conclusies van het onderzoeksbureau op de ontwikkelingen in het Diemerpark, voor ons moeilijk te accepteren.
Wij menen, in ieder geval moreel, recht te hebben op een degelijke inhoudelijke reactie op ons rapport.
ad. 2. “Aangezien er op de Diemerzeedijk zelf en in de omgeving van de Oeverzeggestraat niet voldoende parkeerruimte is om de behoefte van het Diemersportpark op te vangen, is er buiten het Diemerpark geen afdoende parkeeroplossing om de behoefte van het sportpark op te vangen. Om het sportpark goed te laten functioneren, is een parkeeroplossing in het park onvermijdelijk.” (Toelichting bestemmingsplan, pag. 25, 26).
De aanleg van parkeerplaatsen in het Diemerpark is zeker niet noodzakelijk voor het functioneren van de sportvelden.
Tijdens een door het stadsdeel geïnitieerd participatietraject, waarbij bewoners suggesties konden indienen over andere ‘parkeeroplossingen’ dan die in het Diemerpark en de parkeergarage onder het winkelcentrum, is gebleken dat het aanleggen van een voldoende groot parkeerterrein in de Oeverzeggestraat, dus buiten het Diemerpark, een reële mogelijkheid is.
De peiling die onderdeel was van het participatietraject wees uit dat deze oplossing kan rekenen op een groot draagvlak bij de bewoners van IJburg, waaronder leden van de sportverenigingen.

Toelichting punt 2. Verkeerstechnische problemen worden weggemoffeld.

a. Scheiden van langzaam verkeer en autoverkeer is onmogelijk

Volgens de Toelichting op het bestemmingsplan (pag. 27/28) zou het toestaan van autoverkeer niet hoeven te leiden tot een toename van de verkeersonveiligheid in het Diemerpark. Dat is vreemd.
Als auto’s toegelaten worden op een voorheen autovrij fietspad leidt dat per definitie tot een toename van de verkeersonveiligheid.
De route via de Oeverzeggestraat zou volgens de Toelichtingop relatief eenvoudige wijze zodanig in te richten zijn dat medegebruik door autoverkeer veilig kan worden vormgegeven. Dat geldt ook voor de brug tussen Oeverzeggestraat en Diemerpark, mits langzaam verkeer en autoverkeer gescheiden zijn.” (Toelichting bestemmingsplan, pag. 27).
Veilig vormgeven kan dus alleen als fietsverkeer en autoverkeer gescheiden zijn.
Op de 300 meter lange brug tussen de Oeverzeggestraat en het Diemerpark (over het natuurgebied ‘De Batterij’) is scheiden van fiets- en autoverkeer, en dus het creëren van een veilige vormgeving, niet mogelijk.
Het fietspad op de brug waarop autoverkeer toegelaten zou worden, is 5,50 meter breed.

Microsoft Word - Rapportage Parkeerpilot Diemerpark def

waarheidsgetrouwe voorstelling van de situatie op de brug (‘Plusnet Fiets’)
als daar auto’s worden toegelaten
scheiden van langzaam verkeer en autoverkeer is onmogelijk

De autobewegingen op de brug zullen zich concentreren op enkele tijdstippen waarop juist ook veel kinderen naar en vanaf de sportvelden fietsen.
De brug is niet te vergelijken met een ‘normale’ weg.
–  De fietser zal op de brug meer ruimte innemen dan op een weg van gelijke breedte, omdat hij altijd enige afstand zal bewaren tot de reling langs de zijkanten (de ‘schrikafstand’). En juist kinderen hebben meer ruimte nodig omdat ze langzamer fietsen dan volwassenen en daardoor meer ‘slingeren’.
–  Bij een dreigend autocontact kan de fietser geen veilig heenkomen zoeken in de berm.
Verbreding van de brug is door het bureau SD+P Management niet als een reële optie aangemerkt.
Ook de Fietsersbond vindt een ontsluiting voor auto’s via de Oeverzeggestraat om veel redenen niet acceptabel.
Volgens de Fietsersbond is het toestaan van auto’s op het Dick Hilleniuspad in strijd met de Mobiliteitsaanpak Amsterdam (MAA):De Oeverzeggestraat is daarin opgenomen als ‘Plusnet Fiets’ waardoor deze route extra kwaliteit voor fietsers behoeft, ook als dat ten koste gaat van OV of auto. (…) Voor bezoekende teams zijn parkeerfaciliteiten in de naburige parkeergarage aanwezig. Dat sommigen dit niet ideaal vinden is een gevolg van de keuze om sportvoorzieningen in een autovrij park aan te leggen.” (Nota van beantwoording zienswijzen, opmerking adressant 25 namens de Fietsersbond.)
De uitspraak op pag. 28 in de ToelichtingIn de praktijk vinden er nu al veel verkeersbewegingen in de Oeverzeggestraat plaats.” is zeer kwestieus en geen argument om daar dan nog meer autoverkeer aan toe te voegen.
Volgens onze eigen waarnemingen gedurende een langere periode, óók tijdens momenten waarop er in  het Diemerpark wedstrijden plaatsvinden, is er in de Oeverzeggestraat nauwelijks autoverkeer.

b. Het park wordt toegankelijk voor bromscooters (geel nummerbord)

Het Diemerpark is nu alleen toegankelijk voor voetgangers, fietsers en snorfietsers (met blauw kenteken).
Wij kunnen ons niet voorstellen dat het de bedoeling van de stadsdeelraad is om in het Diemerpark structureel ook bromscooters (met geel kenteken) te laten rijden.
Toch staat dit zonder restricties gemeld in de Nota Beantwoording zienswijzen met betrekking tot het sportpark Diemerpark: “Met het (beperkt) openstellen van een deel van het Diemerpark voor autoverkeer, wordt het park ook open gesteld voor bromscooters.”
Openstellen van het park voor bromscooters betekent dat ze o.a. ook op de Nesciobrug mogen rijden.
Wat blijft er dan nog over van de rust en de veiligheid in het park en op de wandel-/fietsroutes daar naar toe?

c. Het Dick Hilleniuspad is niet als doorgaande rijweg bedoeld

In het vorige bestemmingsplan waren er in het Diemerpark uitsluitend “niet-doorgaande” rijwegen mogelijk.
In het huidige bestemmingsplan is aan het (hele) Dick Hilleniuspad in het Diemerpark de bestemming ‘verkeer-1′ gegeven.
Deze aanduiding maakt het mogelijk dat auto’s tussen de Diemerzeedijk en de Oeverzeggestraat (IJburg) door het park gaan rijden.
Dit is naar onze mening in strijd met de door de stadsdeelraad beoogde ruimtelijke ordening.
Er wordt in ieder geval geen reden gegeven voor de wijziging ten opzichte van het vorige bestemmingsplan.
De bestemming ‘verkeer-1′ heeft ongetwijfeld te maken met de ontsluiting van een eventueel aan te leggen parkeerterrein op de met ‘wro-zone-wijzigingsgebied’ aangeduide locaties.
Het deel van het Dick Hilleniuspad dat geen rol speelt in de ontsluiting van een parkeerterrein kan ons inziens gewoon een fiets-/voetpad blijven, zoals de overige paden in het park.
Dit zou ons inziens moeten staan in de Regels bij het bestemmingsplan.

Toelichting punt 3. Niet in overeenstemming met de Structuurvisie Amsterdam 2040.

a. Parkeerplaatsen gaan ten koste van het ‘Natuurdeel Diemerpark’

Op pag. 245 in de Structuurvisie Amsterdam 2040 wordt het ‘Natuurdeel Diemerpark’ genoemd als voorbeeld van het groentype ‘ruigtegebied/struinnatuur’.
In het Ontwerpbestemmingsplan IJburg 1e fase, pag. 95, staat dat de TAC constateert dat het plan “inpasbaar is in de Hoofdgroenstructuur“.
In onze zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan verzochten wij het stadsdeel om inzage in het betreffende rapport van de TAC.
Daarop kregen wij een (ongedateerd) TAC-advies dat anders is dan het TAC advies dat als bijlage bij het bestemmingsplan is opgenomen.
In het TAC advies dat wij kregen staat dat de omvang van het gebied dat op de toetskaart Hoofdgroenstructuur in de Structuurvisie Amsterdam 2040 (zie hieronder) als sportpark is aangeduid, onvoldoende is voor de realisatie van de geplande sportvelden inclusief bijbehorende clubhuizen en parkeerplaatsen.
Diemerpark in Structuurvisie Amsterdam 2040 met cirkel sportpark

‘Toetskaart Hoofdgroenstructuur’ in de Structuurvisie Amsterdam 2040 – blz. 243

Ondanks dat het sportpark niet past binnen de aanduiding op deze kaart, kan de TAC zich volgens dit advies, zonder dat dit overigens gemotiveerd wordt, vinden in de begrenzing van dit sportpark volgens het bestemmingsplan.
Het is niet duidelijk of de TAC in dit advies rekening gehouden heeft met een parkeerterrein op één van de locaties aangeduid met ‘wro-zone-wijzigingsgebied’.
Men ‘vergeet’ echter dat het sportpark is omgeven door het groentype ‘ruigtegebied/struinnatuur’.
Als het sportpark in het Diemerpark een groter gebied gaat innemen dan in de Structuurvisie is voorzien, gaat dit ten koste van het groentype ‘ruigtegebied/struinnatuur’.
Als beleidsintentie voor het groentype ‘ruigtegebied/struinnatuur’ staat in de Structuurvisie Amsterdam 2040 letterlijk: “Deze gebieden mogen niet opgevuld raken met  andere functies of andersoortige groenfuncties (volkstuinen, sportparken, parken e.d.)” (Structuurvisie Amsterdam 2040, pag. 245).
Dat is precies wat er wél gebeurt als men in het Diemerpark een groter terrein als sportpark wil bestemmen om daar een parkeerterrein te kunnen aanleggen ten behoeve van de bezoekers van de sportvelden.
De reservering van gebieden voor parkeerplaatsen in het Diemerpark getuigt van een afwijking van de beleidsintentie zoals beschreven in de Structuurvisie Amsterdam 2040.

b. Er is geen valide advies van de TAC

Als bijlage bij het door het stadsdeel vastgestelde bestemmingsplan is een TAC-advies opgenomen, gedateerd 6 juni 2012.
De TAC geeft een advies over de aanleg van 100 parkeerplaatsen in de bestemming ‘verkeer-1′“.
Dat kan niet anders dan op het Dick Hilleniuspad zijn en/of een locatie vóór het waterzuiveringsgebouw.
In de Toelichting op het bestemmingsplan wordt echter gesproken over een parkeerterrein voor maximaal 42 auto’s op de gebieden aangeduid als ‘wro-zone-wijzigingsgebied’.
Dat zijn wezenlijk andere locaties: de ‘wro-zone-wijzigingsgebieden’ zijn nu groene gebieden, zonder verharding, in tegenstelling tot het Dick Hilleniuspad, dat een geasfalteerd wandel/fietspad is.
En ook vóór het waterzuiveringsgebouw is al verharding aanwezig.
Wij concluderen dat er geen geldig TAC-advies aan het bestemmingsplan ten grondslag ligt, waardoor het bestemmingsplan niet voldoet aan de regels zoals die zijn opgenomen in de Structuurvisie Amsterdam 2040 (pag. 239).

Wij zijn te allen tijde bereid om ons beroep mondeling dan wel schriftelijk toe te lichten.

Advertenties