Hoorzitting Raad van State

Op vrijdag 28 maart 2014 was er een hoorzitting bij de Raad van State tegen de vaststelling van het bestemmingsplan IJburg 1e fase.
Dit werd door onze vertegenwoordiger gezegd in de 5 minuten ‘vrije inspreektijd’.
Het uitspreken van deze tekst duurde 3 1/2 minuut.
De overige 1 1/2 minuut sprak de door ons meegebrachte deskundige van de Fietsersbond.

Geachte voorzitter,

Bij het referendum over de komst van IJburg werd aan de Amsterdammers beloofd dat IJburg een autoluwe wijk zou worden.
De beslissing om in het Diemerpark een parkeerterrein aan te leggen, staat daar haaks op.
Bovendien is het stadsdeel bij die beslissing niet zorgvuldig geweest en heeft het ónvoldoende rekening gehouden met alle belanghebbenden.
We hebben dat in de documenten die we u toegestuurd hebben, inmiddels uitgebreid toegelicht.

Uit de documenten concluderen wij het volgende:

  • Ten eerste: de beslissing om een parkeerterrein in het park aan te leggen is gebaseerd op onjuiste gronden en op basis van ónzorgvuldige procedures. Het past ook niet in de doelstelling van een natuurpark.
  • Ten tweede: de aanleg van een parkeerterrein leidt tot onveilige situaties en overlast voor fietsers op het druk gebruikte tracé van het Hoofdnet Fiets door het park.

Deze conclusies zijn gebaseerd op vier hoofdpunten.

1. De noodzaak voor de aanleg van een parkeerterrein is niet aangetoond.
Het stadsdeel besloot op basis van een onderzoek door Arcadis dat de parkeergarage geen volwaardige parkeervoorziening zou zijn.
Arcadis vergeleek echter onvergelijkbare situaties en maakte essentiële fouten.
De stadsdeelraadsleden werd zelfs verteld dat de parkeergarage op zondag gesloten zou zijn.Dat is niet waar. Inmiddels is de situatie veranderd. Daardoor zijn de voorspellingen nu al bewezen achterhaald.
Wij vinden het kwalijk dat het stadsdeel pas een inhoudelijke reactie op onze analyse van het onderzoek gaf, nádat wij in beroep waren gegaan tegen de vaststelling van het bestemmingsplan.

2. Alternatieve opties kregen geen kans.
Andere opties voor een parkeerterrein buiten het Diemerpark werden pas ná de vaststelling van het bestemmingsplan onderzocht. Dat had éérder gemoeten.
Uit een door het stadsdeel georganiseerd participatietraject bleek dat de locatie van een parkeerterrein buiten het park voldeed aan alle daaraan vóóraf gestelde voorwaarden. In een meningspeiling werd die locatie als een reële optie aan de bewoners voorgesteld en ze werd met ruime meerderheid gekozen. De uitslag van de peiling was representatief en werd toch door het stadsdeel volstrekt genegeerd.

3. De informatieverstrekking schiet ernstig te kort.
Het Dagelijks Bestuur zegt ten onrechte dat er nog steeds een ‘verkeerschaos’ is in buurten rond het park.Dat is niet waar.
Het stadsdeel schrijft in het verweerschrift dat het zich vóórneemt om het parkeerterrein alleen open te stellen op wedstrijddagen. Dat is echter nooit besloten door de stadsdeelraad, omdat men daar verschillend over dacht.

4. Er ontbreekt een inrichtings- en verkeersplan.
De ontwikkeling van het sportterrein is tot dusver gegaan via een reeks van op zich staande ad-hoc beslissingen.
Het voornemen om een parkeerterrein aan te leggen is daar een voorbeeld van.
Er ontbreekt een volwaardig inrichtingsplan waarin alle onderdelen op elkaar zijn afgestemd en ingepast in de omgeving. Er is geen toetsingskader waarop beslissingen gebaseerd kunnen worden.
Als de inkt van het bestemmingsplan nog niet droog is stelt het stadsdeel het aantal parkeerplaatsen én de ontsluitingsroute alweer ter discussie.
Men doet maar wat.
Er is geen deugdelijk onderzoek gedaan naar het auto- en fietsverkeer in twee richtingen op de 300 meter lange toegangsbrug tot het park en de toegankelijkheid van het sportterrein voor nood- en hulpdiensten.
Ik verwijs u naar de vertegenwoordiger van de Fietsersbond voor een nadere korte toelichting.

Dank u wel.

 

 

 

Advertenties