Diemerzeedijk duurste bodemsanering

https://www.nrc.nl/nieuws/1990/05/16/diemerzeedijk-duurste-bodemsanering-6930095-a884102
F. G. de Ruiter, 16 mei 1990

AMSTERDAM, 16 mei – De voormalige vuilstortplaats Diemerzeedijk, een langgerekt terrein van 45 hectare aan het IJmeer bij Amsterdam, vertoont bepaald idyllische trekjes. Een koppel zwanen deint op het water ter hoogte van een schelpenstrandje en daarachter scharrelen konijnen rond in de rijke begroeiing. Toch is het hier niet pluis en dat wordt men, iets verderop, via de neus gewaar: er hangt een onmiskenbaar chemische lucht.

We bevinden ons bij een van de zogeheten hot-spots, de meest vervuilde locaties van de Diemerzeedijk. Tussen 1964 en 1969 werd hier door de firma Goede op grote schaal vloeibaar chemisch afval verbrand, in de open lucht, onder wat men noemt ongecontroleerde omstandigheden. Drs. A. C. ten Thij van de Amsterdamse milieudienst kan er beeldend over vertellen: ‘Dan werden hier de vaten in rijen gezet, soms meer dan honderd meter lang, vier lagen hoog en tien tot vijftien meter breed. Een paar van die vaten werden lek geprikt en in de fik gestoken, waarna de hele zaak ging branden. Enorme rookwolken dreven het IJsselmeer op. Soms was er een ontploffing en werd zo’n vat tientallen meters de lucht ingeslingerd.’ In 1969 kwam een eind aan die praktijken, toen de vergunning tot verbranden werd ingetrokken wegens gevaar en overlast voor omwonenden. Later werd de bewuste plek afgedekt met zand, puin en vliegas; een in die tijd gangbare maatregel, die men nu moet bezuren, want ondergronds bleef het kwaad doorsmeulen in de vorm van een brandlaag vol furanen, PCB’s en, het ergste van alles, dioxinen. Door onvolledige verbranding zijn bovendien resten chemicalien rechtstreeks in de bodem gedrongen. Vaak was het nodig na te blussen en het sterk vervuilde bluswater werd opgevangen in een poel die nog altijd bestaat. Wie de modderige oever wil betreden dient officieel beschermende kleding te dragen. Elders bevat de bodem hoge concentraties zware metalen, aromaten en chloorkoolwaterstoffen. ‘Op de stortplaats ligt alles wat God verboden heeft. Het verhaal gaat dat, als Amsterdam een vat gif kreeg, erop geklopt werd. Klotste het, dan ging het naar de Diemerzeedijk. Klotste het niet, dan ging het naar de Volgermeerpolder.’ De uitspraak is van de Noordhollandse milieugedeputeerde G. de Boer, kortgeleden gedaan op een persconferentie, waar een gloednieuw middel werd aangekondigd om het gif van de Diemerzeedijk onschadelijk te maken. De bedoeling is de ‘hot-spots’, gelegen aan de oostkant en samen ongeveer vier hectare groot, met elektrische stroom tot maximaal 2.000 graden Celsius te verhitten, waardoor de bodemdeeltjes smelten en zowel de PCB’s als dioxines worden vernietigd. Wat na afkoeling overblijft is een verglaasde massa, waarin de anorganische componenten voorgoed zijn opgeslagen.

Voor dat doel gaan er straks, als er tenminste geen kink in de kabel komt en eerst nog bij wijze van proef, elektroden de grond in en daartussen wordt, op enkele meters diepte, een spanningsveld opgewekt, dat met behulp van grafietbanen de vereiste temperatuur teweegbrengt. ‘Thermische immobilisatie’ heet deze techniek, die in de Verenigde Staten haar nut al heeft bewezen.

Dat er op de Diemerzeedijk moet worden ingegrepen staat voor alle betrokkenen als een paal boven water. Ten Thij van de milieudienst: ‘Je wilt die risico’s niet doorschuiven naar de toekomst en als je dan gaat kiezen, geniet het onschadelijk maken ter plekke de voorkeur boven afgraven en afvoer van de vergiftigde grond, bij elkaar zo’n 200.000 ton. De veiligheidseisen ter bescherming van de mensen die dat karwei moeten klaren zouden het te gecompliceerd maken.’ Begin vorig jaar hebben B en W van Amsterdam de Grontmij opgedragen een saneringsplan in te dienen en dat te toetsen ‘aan de beste deskundigheid die voorhanden is’.

Zo kwam men bij ir. E. Soczo, medewerkster van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiene (RIVM), die de techniek van ‘thermische immobilisatie’ kende uit Amerika en van harte kon aanbevelen. Gemeentebestuur en provincie gingen beide akkoord en ook de werkgroep Diemerzeedijk, waarin onder meer de Milieufederatie Noord-Holland is vertegenwoordigd, had geen bezwaar.

De behandeling van de ‘hot-spots’ volgens het nieuwe procede gaat tussen de 90 en 170 miljoen gulden kosten. Daar komt nog eens 100 miljoen bij om de hele stortplaats te isoleren van haar omgeving en blijvend onder controle te houden. ‘Aan de noordzijde, dus aan het IJmeer, wordt een damwand geslagen’, vertelt Ten Thij, ‘terwijl aan de zuidkant de bestaande Diemerzeedijk voldoende bescherming biedt. Aan weerskanten komen interceptiebronnen, die het uitsijpelende water wegvangen. Bovendien wordt het vuilste water aan de afvalberg zelf onttrokken en gezuiverd, waarna de residuen voor verbranding naar de AVR in de Rijnmond gaan.’ De hele operatie vergt dus een som die ergens tussen de 190 en 270 miljoen ligt en daarmee wordt dit de kostbaarste bodemsanering ooit in Nederland uitgevoerd, duurder nog dan Lekkerkerk. Volgens de heersende regels, neergelegd in de Interimwet Bodemsanering, betaalt de gemeente 10 procent van de kosten. De grote rest komt voor rekening van de rijksoverheid, die overigens nog toestemming moet geven.

Maar misschien kan het rijk in civiele procedures en krachtens het principe ‘de vervuiler betaalt’ nog wat terugvorderen van de industrieen die in de jaren zestig hun chemisch afval naar de Diemerzeedijk lieten brengen. De grondslag voor zo’n actie is aanwezig sinds eind 1989 bij toeval het complete dossier van de firma Goede, de verbrander van destijds, boven water kwam. ‘Een verrassende ontdekking’, zegt Ten Thij. ‘Uit het dossier blijkt dat vrijwel alle Nederlandse chemische industrieen, van Groningen tot Terneuzen, en ook een groot aantal Duitse fabrieken hier op de Diemerzeedijk hun afval lieten verstoken. En de meeste van die bedrijven, met naam en toenaam vermeld, bestaan nog steeds. Weliswaar had Goede een vergunning van de gemeente, maar die betrof slechts ‘goed brandbaar afval’ en daar is ruimschoots de hand mee gelicht.’

De stukken zijn onverwijld overgedragen aan de landsadvocaat voor milieuzaken, mr. B. D. Wubs, die van een ‘zeer interessant dossier’ spreekt.

Intussen wacht de Diemerzeedijk op sanering, inclusief de ondergrondse ‘verglazing’. Enige haast is geboden, omdat de voormalige vuilnisbelt is bestempeld tot park voor bewoners van de wijk Nieuw Oost, die hier uit het IJmeer moet verrijzen: 23.000 woningen, waarvan de eerste in 1995 klaar moeten zijn. De brandhaard van destijds met directe omgeving is in de nieuwe opzet als natuurgebied aangewezen. Een opmerkelijke paradox, maar nu al schijnen plant en dier hier welig te tieren.

Advertenties