Drie verhalen over de Diemerzeedijk (1970–2000)

http://www.geheugenvanoost.nl/page/46359/nl
http://www.geheugenvanoost.nl/page/46394/nl
http://www.geheugenvanoost.nl/page/46395/nl

Deel 1
De Diemerzeedijk is een van de oudste dijken van ons land.

 Diemerzeedijk. Op de achtergrond links: Nieuwediep.
Achtergrond rechts: Gemeenlandshuis. 1938.
Foto: Beeldbank Stadsarchief Amsterdam

Honderden malen heb ik ‘m gelopen, de tocht naar Muiden over de Diemerzeedijk.
Vanuit het Flevopark.
Slechts éénmaal vanuit Muiden want je begint graag waar je woont, hoe je terugkomt zie je dan wel (eigenlijk altijd de bus naar het Weesperplein).
Tientallen verschillende mensen hebben me begeleid en ze waren steeds verrukt over zo’n verrassend mooi gebied dicht bij de grootste stad van het land.
Meestal volstrekt verlaten.
De Diemerzeedijk is een van de oudste dijken van ons land.
Eerste aanleg ervan dateert van de tijd tussen 1200 en 1300.
Later was hij deel van de keten Haarlemmerdijk, Zeedijk, Kadijk, Zeeburgerdijk. Rembrandt heeft er rondgezworven en een paar van zijn etsen tonen een boerderij in Oud-Diemen en een melkboer met hond op de Diemerzeedijk.
De melk in twee emmers aan een juk.
Vanaf die plek ook een gezicht op Durgerdam, dat hij groter maakt dan je in werkelijkheid ziet.
Later heeft het Amsterdam-Rijnkanaal het gebied doorsneden en was er een pontje dat de Oud-Diemerlaan met de dijk verbond.
Daar heeft Breitner gebruik van gemaakt en op de dijk schoot hij een mooie foto van zwemmende jongetjes.
In het begin van de vorige eeuw zwierf mijn schoonvader Jan Wilcke er rond als jongen.
Hij wilde bioloog worden en dat is ook gelukt.
Als oude man kon hij nog enthousiast vertellen hoe uniek het gebied was en welke planten en vlinders hij vond.
In deze ontmoetingsplek van (toen nog) zout water van de Zuiderzee en zoet water uit de Watergraafsmeer en de Diem.
Wij durfden hem niet te vertellen dat het gebied tientallen jaren was misbruikt door Philips Duphar dat er giftig chemisch afval dumpte, waaronder dioxinen.
Dat deed het bedrijf ook in de Volgermeerpolder (Waterland) waar een zeer kostbare sanering juist achter de rug is.
Deel 2
Eind jaren zestig heb ik de vuilstort nog in bedrijf gezien.

Tekening van het Gemeenlandhuis aan de Diemerzeedijk.
Bron: Beeldbank Stadsarchief Amsterdam

Een wandeling Flevopark-Muiden.
Eerst de brug naar het Zeeburgereiland over het Amsterdam-Rijnkanaal.
Links ‘Jongensland’ waar de stadsjeugd met sloophout, pallets en blik wonderlijk mooie dingen bouwt. Jachthaventjes en volkstuintjes.
Het Gemeenlandshuis waar je een statige regenteske vergaderzaal ziet, later vervangen door allemaal computers.
De kolossale brug naar Waterland er vlak achter.
Dan het achttiende eeuwse huisje Zomerlust, in de bocht.
Vervolgens een zendmast en een groot hek met hangslot.
Hier mag je niet verder want de verlaten stort is gevaarlijk.
Alleen klanten van schietbaan Hennie Dompeling, direct links achter het hek, mogen erdoor om kleiduiven te schieten.
Eind jaren zestig heb ik de vuilstort nog in bedrijf gezien.
Toen was er geen doorkomen aan maar nu hebben spaarzame fietsers en voetgangers een bypass gemaakt om het hek heen.
Met wat handigheid kun je je ook onder het slot doorwurmen.
Dan ontvouwt zich een aards paradijs.
Ondanks de dioxinen en andere rotzooi van Philips Duphar, maar misschien wel dankzij die troep, gaat de natuur er uitbundig tekeer.
Weliswaar staan er dode bomen in plassen met diverse droevige kleuren, maar de kleinere planten slaan er hoog op.
Metershoge braamstruiken met polsdikke takken die in augustus een rijke oogst leveren. Hoge kaardebollen en berenklauw en zeeën van koolzaad.
Dat is links van de dijk op een duinachtig heuvelend terrein, rechts ervan zijn rietlanden tot aan het kanaal.
Er is aan het IJsselmeer een verrukkelijk beschut strandje waar we zwemmen en af en toe kamperen met een kampvuurtje.
Toppunt van genoegen is om met uitzicht op het water een geleegd bierblikje of lege wijnfles achteloos achter je te gooien, want het is toch een vuilnisbelt.
Een kick voor mensen die in hun jeugd door ouders en padvinderij gedrild zijn in het spoorloos opruimen van eigen rommel.
Deel 3
Waar Rembrandt’s gezicht op Durgerdam voorgoed verpest is door het gedrocht IJburg.

IJburg in aanleg. 2000
Foto: Beeldbank Stadsarchief Amsterdam

Alle paradijzen aan de rand van Amsterdam, die grote stad, lijken gedoemd te zijn ooit te verdwijnen.
De lusthoven waar we in de 17e en 18e eeuw genoten van de zuivel uit de weiden die Amsterdam omringden, zijn weg.
Zoals aan de Overtoom (“Drinken we zoete melk met room”) en aan de Plantage en in de Roomtuintjes (de naam zegt het al).
En in deze verzameling schreef ik al eens over de verlaten volkstuinen in de Watergraafsmeer en de verloren rust in het Oostelijk Havengebied.
Ook de Diemerzeedijk komt aan de beurt.
De landhonger van de stad gaat zover dat ze weer eens water tot land wil maken.
Het geplande IJburg rechtvaardigt men door verwijzing naar de Westelijke en Oostelijke eilanden, 17e eeuwse artifacten.
Maar dit gaat – letterlijk – wel heel ver.
Het in te nemen watergebied en aangrenzend kustareaal is in natuurrijkdom en als landschap heel waardevol.
In een referendum stemt de bevolking voor het merendeel tegen deze uitbreiding, maar door een rekentruc weet men de plannen toch door te zetten.
We beseffen dat de ongetemde weelde van de dijk slachtoffer zal worden van de vertrutting die overal in Nederland plaatsvindt wanneer ambtenaren achter hun schrijftafels een net en ordelijk ‘recreatieoord’ willen scheppen.
Ze hebben de wildste plannen.
Niet alleen zullen diepe damwanden de gifbelt omringen, maar deze incomplete doos zal een bodem krijgen.
Diep gestoken elektroden zullen met megavermogens aan stroom het zand op vele meters diepte laten verglazen en zo de omsluiting van het gif voltooien.
Maar dat is toch wel al te duur.
Dus nu volstaat men met een laag gehouden grondwaterstand.
Ik heb er tijdens en na de werkzaamheden nooit meer een voet gezet.
Van anderen weet ik dat er weer eens een Nederlands ‘natuurpark’ gecreëerd is.
Waar Rembrandt’s gezicht op Durgerdam voorgoed verpest is door het gedrocht IJburg.

Verbranding chemisch afval. 1962
Foto: Beeldbank Stadsarchief Amsterdam.
—–

Over de auteur:
Verteller Pieter Bol (1948) groeide op in Oost-Brabant en ging in 1968 geneeskunde studeren in Amsterdam.
Hij ging zich in september inschrijven op de Mauritskade, en op de wandeling vanaf het Muiderpoortstation werd hij direct verliefd op Oost.
Hij bleef er bijna 20 jaar wonen, op diverse adressen.
Na zijn studie werkte hij in het Laboratorium voor de Gezondheidsleer aan het Oosterpark. Daarna was hij secretaris van de Gezondheidsraad in Den Haag en universitair hoofddocent aan de TU Delft.
Nog steeds is hij freelance (wetenschaps)journalist.
In 1970 richtte hij met een medestudent het ‘Medisch Komitee Angola’ op, dat in 1971 introk in de voormalige lagere school aan de Minahassastraat, waar het vijf jaar is gebleven.

—–

Advertenties