Geen beest te zien op ijskoud IJburg

http://www.kennislink.nl/publicaties/geen-beest-te-zien-op-ijskoud-ijburg

Hij was ooit een fel tegenstander van de Amsterdamse stadsuitbreiding in het water. Martin Melchers loodst scholieren door een halfvoltooide woonwijk.
Dieren laten zich niet zien vandaag.
Met hoog opgeslagen kragen lopen de leerlingen van de zesde klas van het Hervormd Lyceum Zuid tegen de snijdende noord-oostenwind in.
Ze zijn voor aardrijkskunde op excursie in IJburg, de Vinexwijk in het IJsselmeer ten oosten van Amsterdam.
Melchers gebaart energiek naar de plaats langs de fietsbrug waar hij laatst een bruine kiekendief heeft zien nestelen.
Twee meisjes mopperen ondertussen over de wind, die maakt dat ze de muziek uit de iPod, waarvan ze beiden één oortje inhebben, niet goed horen.

VWO-scholieren op excursie in IJburg, de VINEX-wijk ten oosten van Amsterdam.
Foto: Lucas Wenniger

Op de achtergrond klinkt het gedreun van het heien en boven de nieuwbouw hijsen grote gele kranen dakpanelen omhoog.
Melchers wijst rond terwijl hij met de scholieren in zijn kielzog door de halfvoltooide wijk loopt.
‘IJburg is bijzonder omdat hier het land uit het water omhooggekomen is, en alle dieren hier dus ecologische pioniers zijn.
Ieder jaar hebben we hier primeurs: de eerste vos, de eerste succesvolle broedparen. De eerste soort was de groene kikker, die is gewoon overgezwommen. Dat had ik nooit verwacht!’ Een meisje giechelt om zijn enthousiasme: ‘Die gaat in mijn dagboek!’
De geboren en getogen Amsterdammer Martin Melchers is een icoon van de Amsterdamse stadsecologie.
Hij besloot geen biologie te gaan studeren en werd in plaats daarvan fysiotherapeut, maar bleef gefascineerd door het (hoofdstedelijke) ecosysteem.
Naast zijn dagelijkse werk met patiënten begon hij zo’n tien jaar geleden over stadsecologie te schrijven.
Zijn eerste boek, Haring in het IJ, werd meteen een hit, en er volgden verschillende andere boeken over de stadsnatuur.
Sijsjes en Drijfsijsjes (1996) is nog steeds het standaardwerk over gevleugelde hoofdstedelingen: wetenschappelijk, maar ook vol oog voor de complexe relaties tussen Amsterdammers en hun vogels.
‘Beter tien duiven voeren op de Dam, dan één duivennest op je balkon’.
Maar ook (over een strenger beleid tegen vliegende ratten) ‘Blijf met je rotpoten van onze rotduiven af!’

Melchers: ‘Geweldig om te zien hoe dieren inspelen op de verstedelijkte natuur.’
Foto: Lucas Wenniger

De gemeente vroeg zelf of Melchers misschien ook voor de stad natuuronderzoek wilde doen, wat uiteindelijk leidde tot het huidige bureau stadsecologie.
Melchers begon met een aanstelling voor 4 uur per week, en groeide langzaam naar twee hele dagen nu, en heeft nu ook andere collega’s die de stadsnatuur onderzoeken en promoten.
‘Ze zochten naar iemand die niet alleen geïnteresseerd was in de beestjes, maar dat ook nog over kon brengen. Door mijn werk met patiënten wist ik wel zo’n beetje hoe dat moet.’
Melchers blijft het veldwerk het leukste vinden, maar vermaakt zich ook prima op de rondleiding. ‘Je hebt soms wel lol hoor. Als ik weet dat ik wethouder Maij moet rondleiden verstop ik vantevoren een fles wijn of toastjes met zalm onder de planken die ik normaliter gebruik om slangen te lokken. Dan zit je gemakkelijk onder een boom wat te praten, en vraag ik meteen of er wat meer aandacht kan komen voor dit of dat. En als ik met de filmploeg van AT5 op stap moet zorg ik altijd dat ik de dag vantevoren vast een ringslang heb gevangen, die tover ik dan plotseling tevoorschijn.’
In de Amsterdamse grachten
Het hoofdstedelijke bruingroene water verhult niet alleen duizenden fietsframes en boodschappenkarretjes, het zit ook nog eens bomvol met vis.
Voor veel verschillende soorten is het water schoon genoeg om te kunnen floreren.
De de grachten bieden zelfs onderdak aan een paar beschermde diersoorten, zoals de rivierdonderpad. Dit kleine visje leeft bij voorkeur onder stenen, en is daarom vaak te vinden onder de schuin aflopende oevers met stortstenen.
In Amsterdam zelf bestonden die oevers al, en op advies van het bureau Stadsecologie zijn nu ook in IJburg verschillende van die stortsteen waterkanten aangelegd.
De eerste rivierdonderpadjes zijn inmiddels al in de nieuwe stadswijk gesignaleerd.
Het Amsterdamse grachtenwater wordt beheerd door het Stadswaterkantoor.
Via een ingenieus sluizensysteem worden de waterwegen ’s nachts schoongespoeld met vers water uit het IJsselmeer, vier maal per week in de zomer en tweemaal per week in de winter.
Alleen bij strenge vorst wordt niet gespuid zodat de grachten voor schaatsers kunnen dichtvriezen.
De onderwaterfauna van de hoofdstad is uniek, omdat er zowel zout- als zoetwatersoorten voorkomen. Omdat zout water zwaarder is dan zoet water ligt er tot in Amsterdam een tong van zeewater op de bodem van het Noordzeekanaal.
Je kunt in het IJ dan ook niet alleen zoetwatervis vangen, maar ook haring.
Dwars door Amsterdam loopt bovendien een potentiële trekroute voor vissen die uit de rivieren naar zee zwemmen, en vice versa.
Palingen leven in zoet water en planten zich op zee voort, soorten zoals zalm en zeeforel doen het precies andersom.
Via het Amsterdam- Rijnkanaal zwemmen de vissen door het IJ naar de Noordzee.
Vijf vissers hebben nu een vergunning om in de stad commerciëel consumptievis te vangen. De kwaliteit is uitstekend: Amsterdamse snoekbaars wordt zelfs geëxporteerd naar Franse restaurants.
Ondanks de kou weet Melchers ook de scholieren te boeien met zijn humor en grenzeloze kennis over het gebied.
Hij wijst op een vreemd kubistisch gebouw: ‘lollige architectuur’, (meisje met iPod: ‘echt heel lelijk!’), en kraakt het piece de resistance van de bruggenbouwers af (‘dat is de BH-brug, van een geflipte Japanner, hij had de prijsvraag gewonnen’).
Maar hij vertelt vooral heel veel over alle dieren van IJburg.
Over de nestkastjes voor zwaluwen die in de zomer de muggenoverlast moeten beperken, over de honderdduizend jaar oude nijlpaardfossielen die bij het baggeren naar boven kwamen, over de verdwaalde ringslang die over de trambaan kronkelde. Halverwege de wandeling krijgen de verkleumde scholieren nog een schelp van de Aziatische korfmossel van Melchers: ‘Echt een exotische soort!’
IJburg moet een bijzonder nieuw stadsdeel worden, aantrekkelijk voor zo’n 43.000 mensen maar ook voor dieren.
Dat is opmerkelijk: vlak naast de wijk ligt een van de meest vervuilde stukken grond van Nederland, het Diemerzeedijkgebied.
In een strook van zo’n zeven kilometer lang werden in de jaren vijftig en zestig enorme hoeveelheden chemisch afval gedumpt.

Naast IJburg ligt het Diemerzeedijkgebied, een oude stortplaats voor chemisch afval. Poëtische teksten sieren nu de putdeksels van de betonnen sarcofaag die over de gifbelt heenligt.
Foto: Lucas Wenniger

‘Destijds allemaal met vergunning hoor’, zegt Melchers, die hierover vorig najaar het boekje ’Diemerzeedijk: Zand erover’ schreef.
‘Op één dag werden daar soms wel 15.000 vaten chemicaliën in de hens gestoken. Ik heb met binnenvaartschippers gesproken die op het ernaastgelegen Amsterdam-Rijnkanaal de vaten naast hun boot in het water zagen plonsen.’
Het hele gebied is geïsoleerd door een soort betonnen sarcofaag, waar weer een laag schoon zand bovenop ligt, en heet nu Diemerpark.
Melchers: ‘Er wonen hier drie superbeschermde diersoorten bovenop een gifbelt.’

Auteur: Lucas Wenniger

—–

Advertenties