Het Diemerpark in ‘De parken van Amsterdam’

In 2001 verscheen het boek ‘De parken van Amsterdam’ door Ernest Kurpershoek & Merel Ligtelijn. Hieronder staat de letterlijke tekst in het het hoofdstuk dat gaat over het Diemerpark.

Diemerpark

De Diemerzeedijk of Zeeburgerdijk is in de dertiende eeuw opgetrokken als bescherming tegen de Zuiderzee. De kleidijk, eeuwenlang de enige weg tussen Amsterdam en Muiden, bezweek echter keer op keer en werd steeds opnieuw verstevigd. In het binnendijksgebied herinneren de Watergraafsmeer en poeltjes als de Braak aan de overstromingen.
Na de aanleg van het Amsterdam-Rijnkanaal eind negentiende eeuw, kwam de dijk geïsoleerd te liggen en ontwikkelde zich op de buitendijkse gronden een natuurgebied. Midden jaren twintig vaardigde het hoogheemraadschap van Zeeburg en Diemerdijk hier nog een verbod voor wandelaars uit: zij zouden schade aanbrengen aan dijk en begroeiing.
Kinderspel, vergeleken bij wat zou volgen.

Begin jaren zestig kreeg een particulier bedrijf vergunning om bij aflandige wind afval te verbranden op de Diemerzeedijk. Het gebied ging dienen als stortplaats voor puin, huisafval en chemicaliën en havenslib voor bedrijven. Ruim 35 jaar lang dumpten bedrijven uit heel Europa er hun vuil. Om hoeveel chemisch afval het precies gaat, is onbekend; men schat het op ruim 400.000 ton.
In 1973 trok de gemeente de vergunning in, maar het dumpen ging gewoon door. Werknemers van bedrijven in de omgeving kwamen vaak kijken naar de stortingen, die veelal gepaard gingen met een enorm vuurwerk in alle kleuren van de regenboog.
Nog in 1999 werd verontreinigd water geloosd in het IJmeer.

Desondanks ontwikkelde zich op de dijk een ecologisch gebied dat zijn weerga in Noord-Holland niet kent. In deze zone, een belangrijke schakel in zowel de landelijke als de provinciale Ecologische Hoofdstructuur tussen het Gooi en het Groene Hart en de IJsselmeerkust/Waterland, werden reeën, vleermuizen, hermelijnen en een unieke ringslangpopulatie waargenomen en ruim tweehonderd plantensoorten en tweehondervijftig vogelsoorten.

Aan al die schoonheid kwam een eind met de sanering die in 1998 een aanvang nam. Er werd een reddingsplan opgesteld om zoveel mogelijk ringslangen en andere dieren te vangen en te verplaatsen naar veiliger oorden. Op het onoverzichtelijke terrein met bergen puin en overal gaten en holen werden tachtig slangen gesignaleerd waarvan er uiteindelijk vijftig konden worden gevangen.
Honderden, mogelijk duizenden andere kleine zoogdieren zijn na 1998 levend begraven of verdwenen naar uitwijkplaatsen (de refugia).

Sinds 1973 zijn er verschillende saneringsplannen geweest, maar vanwege te hoge kosten werd uitvoering daarvan telkens uitgesteld.
Tot besloten werd het nabij de dijk gelegen IJburg om te vormen tot een woonwijk. Vanaf 2002 worden hier circa 50.000 bewoners verwacht. Daardoor werd sanering van de Diemerzeedijk een noodzaak.
Er werd vervolgens een stadspark gepland. Afgraven was onbetaalbaar, en bovendien: waar laat je zoveel afval? Men besloot daarop het vervuilde gebied in te pakken in een reusachtig betonnen omhulsel. De onderzijde, een ondoordringbare laag Eemklei op twintig meter diepte, lag er al. De zijkanten zijn van cementbentoniet van een halve meter dik. De deksel van de doos bestaat uit een laag bentoniet met daarop een laag aarde. Boven de voormalige verbrandingsplaats komt voor alle zekerheid een extra afsluitende laag. Een pompsysteem houdt de grondwaterstand kunstmatig laag, waardoor giftig water niet kan ontsnappen (volgens sommigen een onmogelijke opgave), een buizensysteem brengt het opgepompte water naar de waterzuivering. Tot in lengte van dagen moet het waterpeil worden gecontroleerd, een taak die naar het schijnt parkwachters is toebedeeld.

In gesaneerde staat gaat de Diemerzeedijk deel uitmaken van een stadspark met de voorlopige naam Diemerpark.
Het langgerekte park, met 54 hectare net iets groter dan het Vondelpark, zal bestaan uit een openbaar gedeelte (waaronder de dijk zelf met een fiets- en wandelpad) en een ontoegankelijk natuurterrein.
Het park zal in fasen worden aangelegd.
Eerste stap is het inzaaien en aanbrengen van beplanting, de aanleg van voet- en fietspaden en het plaatsen van banken. Na 2002 volgt de aanleg van sportvelden, een speelweide en een strandje en wordt de rest van het parkmeubilair geplaatst.
Het zal tot 2005 duren eer het park zijn definitieve vorm heeft.

Ten zuiden van de dijk, waar zich een ruig gebied heeft ontwikkeld, mag de natuur het nogmaals proberen. Dit parkdeel, niet toegankelijk voor publiek, is voor de natuur relatief het meest kansrijk. Er komt een laag moerasbos met roet en wilgen. De ringslangen die zijn gered, zullen hier worden uitgezet. Na overleg met onder meer de vereniging Red de Ringslang komt er een grote, natuurlijk ingerichte ondiepe vijver met eilanden van steen.
Er komen nestkasten voor de rosse vleermuis en een wand voor zwaluwen en ijsvogels.
Om natuurminnaars tegemoet te komen, overweegt men op de betonnen terrassen die aangetroffen waren onder de verwijderde hoogspanningsmasten, vogelkijkhutten te bouwen.

Wordt dat wel wat, met IJburgs voortuin?
Men is verdeeld over de kansen en mogelijkheden van een park op zo’n kunstmatig instandgehouden terrein. Een heus park met fraaie zichtlijnen en monumentale bomen zal het nooit worden. Een berk redt het vermodelijk net, maar traditionele parkgiganten als de eik en de kastanje met hun diepliggende wortels gedijen onmogelijk op een leeflaag van slechts tachtig centimeter.
Volgens landschapsarchitect Ruwan Aluvihare is het bestaande landschap uitgangspunt bij het ontwerp. De bovenste laag van de doos waarin het vuil; is verpakt bestaat uit ontzilt zeezand. De toplaag daarvan is gemengd met veen, compost en zwarte grond. Er zijn verschillende zadenpakketten ingestrooid en men rekent op een explosie aan bloemen en planten. Er zal zich een soort heuvelachtige daktuin ontwikkelen, met grassen, kruiden, bloemen en akkeronkruiden, afgewisseld door de natte, ondiepe plekken met daarin bijzondere planten en struiken.
Vast staat echter dat de spectaculaire ecologische situatie van voorheen verloren is. Voor IJburgers die zich niet laten ontmoedigen door waarschuwingen er niet te zwemmen, de zelfgevangen vis niet te eten en kinderen niet aan de waterkant te laten spelen, zijn er volop recreatiemogelijkheden, met sportvelden, stranden, vissteigers en botenverhuur.

Nog meer dan bij andere parken, is nauwgezet beheer hier van essentieel belang. Elke pionierende boom kan schade aanbrengen aan de doos, en zal moeten worden verwijderd. Vanwege de op termijn verwoestende uitwerking van hun uitwerpselen mogen honden er niet komen.
Dat elke onachtzaamheid desastreuze gevolgen kan hebben, is voor ontwerper Aluvihare reden om het verleden expliciet zichtbaar te maken voor het publiek. Op de putdeksels in het park komen gedichten, die het verhaal vertellen van twee mensen die een rendez-vous hebben in het park maar elkaar nooit ontmoeten. Er komt een informatiecentrum en de waterzuiveringsinstallatie wordt openbaar toegankelijk.

Flora en fauna

In de vluchtplaatsen – de Batterij, het rietoeverstukje IJmeer en delen van de zone langs het Amsterdam-Rijnkanaal – bleken in 1999 en 2000 de meeste ‘hogere dieren’ nog met enkele aantallen vertegenwoordigd. De ecologische situatie is daar nog steeds spectaculair. Het is het enige park in  Amsterdam waar nog een havik broedt, en waar zich levensvatbare populaties ringslangen en waterspitsmuizen bevinden.

Ecologen hopen dat de natuur in het gehele Diemerzeedijkgebied zich na de herinrichting weer enigszins zal weten te herstellen.
De kans op meer dan 25% herstel lijkt echter klein. Men verwacht dat de duizenden honden en katten van de toekomstige IJburgers het grootste gevaar gaan vormen voor de natuur in dit gebied.

Recreatie

Te verwachten: sportpark (voetbal, hockey, tennis), zwemstranden, vissteigers, botenverhuur, openbaar toegankelijk waterzuiveringsgebouw, horeca.
Er zal ook een Natuur en Milieu Informatiecentrum worden ingericht.

Praktische informatie

Het Diemerpark, met een oppervlakte van circa 54 hectare, ligt zes kilometer ten oosten van Amsterdam, tussen het Amsterdam-Rijnkanaal, het IJmeer, de Diem en het Nieuwe Diep.
Er komen bruggen voor fietsers en voetgangers vanaf de Diemerzeedijk naar IJburg, Diemen en Amsterdam-Oost.
Een autobrug tussen het park en IJburg zal het gebied verder ontsluiten.
Honden mogen aangelijnd worden uitgelaten aan de rand van het park.

bron: De parken van Amsterdam, Ernest Kurpershoek & Merel Ligtelijn, Uitgeverij Bas Lubberhuizen, 2001. ISBN 90 76314 454

Advertenties